Het draver-DNA in Frankrijk verder ontrafeld

door Hans Huiberts

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de Breeders Special 2023 van het blad "Draf&Rensport"
Daaronder staat een toevoeging met een uitleg over het DNA-onderzoek door het Franse bedrijf Equibiogènes.


In de Breeders Special van vorig jaar stond een artikel over het DMRT3-gen. Ik vreesde toen dat men in Frankrijk
verder zou gaan met DNA-selectie en sneller dan gedacht is het nu al zover. Je kunt het DNA van jouw veulen of jaarling
voor een paar honderd Euro laten controleren op een vijftal belangrijke onderdelen en zo al een voorselectie maken.
Hierdoor kunnen ook de jaarlingenprijzen sterk worden beïnvloed. Is het avontuur verdwenen?


DMRT3
Vorig jaar stond er een uitgebreid artikel in de Breeders Special over het begrip DMRT3, een mutatie, die een verklaring geeft voor het feit dat Amerikaanse dravers en sommige ervan afstammende Franse dravers behendiger, sneller en vroegrijper zijn dan de zuivere Franse dravers. Bij alle paarden en pony’s zit op een bepaalde plek op chromosoom nr. 23 het chemische onderdeel C (van Cytosine). Bij enkele rassen zoals de IJslandse pony en de Amerikaanse draver is deze C spontaan veranderd in A (van Adenine), dit is de mutatie. Alle Amerikaanse dravers en pacers hebben van hun vader èn moeder A gekregen en bezitten daarom het genotype AA. Een minuscule wijziging (mutatie) met grote gevolgen! De Franse dravers hadden deze mutatie niet, maar door het gebruik van Amerikaanse dravers sinds het begin van de vorige eeuw, is de combinatie CA of zelfs AA ontstaan. Maar er is nog een percentage “ouderwets” gefokte Franse dravers, die CC hebben. Men schat 5 à 10 %. Deze paarden zijn minder vroegrijp, niet zo handig met hun draf en springen gemakkelijk weg. Maar ze zijn ook sterk, gaan lang mee, kunnen goed de lange afstanden aan en zijn zeer geschikt voor de monté-koersen. Daarom is er in Frankrijk nog een markt voor en wordt het C-allel niet volledig weggeselecteerd. Sommige Franse fokkers willen niets weten van “zwak Amerikaans” bloed en gaan voor “sterk en ouderwets Frans”. En in Frankrijk loont het om met echte monté-paarden te koersen en tot op latere leeftijd door te gaan. Het koerssysteem in de rest van Europa is minder geschikt voor de CC-paarden, dus dat moet je hier dus vermijden. Buiten Frankrijk kunnen wij in Europa met ons Europese en (oude) Amerikaanse bloed nog wel even voort met kruisen, zeker in de Frans-Amerikaanse richting. Maar het wordt opletten geblazen als je met jouw TF-merrie naar een Franse hengst wilt gaan om een NL-TF te fokken. Vroegrijpheid en behendigheid zijn in ons land van belang. Voor late en oudere paarden is hier weinig te verdienen. Dus fok vooral AA en desnoods CA, maar zeker geen CC. Je kunt dus wel met een AA-merrie naar een CC-hengst gaan, want dan krijg je op zeker de mix CA.
Dit wordt allemaal uitgelegd in het artikel van vorig jaar, dat compleet op de website van de Fokkervereniging is overgenomen, waarbij de getoonde tabellen met AA- en CA-hengsten onlangs zijn uitgebreid met nieuwe dragers.

Hengstenhouders kunnen het genotype van hun hengst nu nog geheim houden, maar dat geeft wel aanleiding tot de verdenking dat de hengst van het type CC is. Waarom zou je het anders geheim houden? Eigenlijk zou LeTrot de openbaarmaking van het genotype van een dekhengst moeten verplichten. Daar hebben fokkers recht op. Op de verpakkingen in de supermarkt moeten ook de ingrediënten van de inhoud vermeld staan. Als je sperma koopt, behoor je ook te weten wat erin zit.

De mutatie C naar A is ontdekt door een Zweedse professor bij haar onderzoek naar IJslandse paarden, die vaak in meerdere gangen kunnen lopen, waaronder de telgang. Nadat de mutatie was ontdekt, is het onderzoek uitgebreid naar de dravers en daarbij is het verschil tussen de twee draverrassen ontdekt. Vervolgens is veel onderzoek uitgevoerd in Frankrijk, in opdracht van LeTrot en de Franse Staat, en is er een bedrijf ontstaan, Equibiogènes, datzich hier verder in is gaan specialiseren. Bij dit bedrijf kon een eigenaar van een draver een DMRT3-test laten uitvoeren.

Boven: Tijdens de Expo-Etalons 2023 op Vincennes namen we deze foto van een stand,
waarop reclame wordt gemaakt voor de dekhengst Garibaldi met zijn genotype AA.
Men adverteert er al mee. (foto HH)

Verder onderzoek
Het C of A allel heeft invloed op de zenuwcellen van een paard en daarmee zijn behendigheid bij de gangen. Het is logisch dat er meer verschillen moeten zijn tussen de Franse en de Amerikaanse draver dan alleen dat ene allel. Dat men aan de hand van C en A ook conclusies trok over de vroegrijpheid was eigenlijk “bijvangst”, want vroegrijpheid hangt af van hele andere zaken, dus van andere genen op het DNA. Dezelfde Franse onderzoekers die aan DMRT3 werkten (“SynchroGait” genaamd), hadden daardoor de beschikking over een database met de DNA-gegevens van een groot aantal koerspaarden en hebben in de afgelopen jaren andere “merkers” op het DNA gezochten gevonden, die verband houden met vroegrijpheid, uithoudingsvermogen,  drafkwaliteiten, geschiktheid voor monté en andere eigenschappen. Het is gebeurd in opdracht van LeTrot en de resultaten van dit onderzoek (genaamd “GénoTrot”) zijn in april 2022 tijdens een congres van LeTrot bekend gemaakt. Er zijn 34 belangrijke genetische merkers voor dravers gevonden. Drie tot vier ervan zijn gevonden bij paarden die uitblonken in de bereden draf (monté). Enkele andere bij vroegrijpheid. Zo kon men onderscheid maken tussen verschillende types van dravers. Deze genetische merkers zijn belangrijk voor zowel de prestaties van een koerspaard als de kwaliteit van zijn draf. Ze zijn openbaar gemaakt en iedereen kan er dus gebruik van maken. Het bedrijf Equibiogènes heeft deze openbare gegevens van het GénoTrot-programma (gratis!) gebruikt om "genetische indexen”te ontwikkelen, die gemakkelijk zijn te gebruiken door elke fokker of eigenaar. Dit alles om hen te helpen om beter te selecteren. Je kunt er jaarlingen mee indelen en daarna helpt het bij het nemen van beslissingen, zoals: wie gaat het paard trainen, hoe moet het worden getraind, op welke leeftijd debuteren, in wat voor soort koersen, etc. Ook fokmerries kunnen op deze manier worden ingedeeld en daar kunnen de gewenste dekhengsten bij worden gezocht. Equibiogènes identificeert welke genen gunstig zijn voor bepaalde vaardigheden. Op basis van deze gegevens heeft men een algoritme gemaakt dat vijf index-waardes creëert die de kwaliteiten van het betreffende paard in kaart brengen.

Indexen
Door Equibiogènes wordt nu DNA- onderzoek aangeboden voor particulieren. Zie foto 2, hieronder. Het resultaat van het onderzoek wordt aangegeven met 1 tot 5 sterren voor:
1. Erfelijkheidswaarde van de ouders
2. Erfelijkheidswaarde van het paard
3. Drafkwaliteit
4. Vroegrijpheid
5. Geschiktheid voor monté

Daarnaast wordt het genotype AA, AC of CC aangegeven met de aloude SynchroGait-test, wat een beperkt beeld geeft, want die twee letters zeggen niet alles. Er zijn slechte CA-paarden, die steeds galopperen, en slechte AA-paarden, die in de telgang gaan. De drafkwaliteitsindex is nauwkeuriger dan de oude SynchroGait-test, doordat het over meer genen wordt gemeten. Zo’n onderzoek voor één paard kost € 320. Als je er drie koopt, krijg je de vierde gratis. Zie foto 3, hieronder.

 

topper

Boven: (foto 2) Plaatje van de website van Equibiogènes, met de 5 indexen.
Zie ook de uitleg, verderop.

Boven: (foto 3) Plaatje van de website van Equibiogènes, met de kosten van het DNA-onderzoek
Vertaling van de eerste 4 vragen:
- heeft uw paard de gunstige genen van zijn ouders geërfd?
- heeft hij een vroegrijp potentieel?
- zal hij beter kunnen presteren in de monté?
- heeft hij een natuurlijke draf of een gecomplceerde draf geërfd?

Industrieel
Tot nu toe werd een paard beoordeeld op zijn model, zijn gangen en zijn afstamming. Deze laatste toont zijn vader en zijn moeder, maar het geeft geen informatie over de combinatie van genen, die door de ouders is doorgegeven. DNA-onderzoek maakt het mogelijk om te ontdekken welke genen daadwerkelijk zijn overgedragen. Je kunt een paard hebben met een bescheiden afstamming, maar dat wel heeft geprofiteerd van alle gunstige genen van zijn ouders. Je kunt ook kijken of een product, dat voortkomt uit twee klassieke kampioenen, al dan niet heeft geprofiteerd van de gunstige genen van zijn twee ouders. DNA-onderzoek is een belangrijk en al relatief oud onderzoeksgebied in bepaalde diersectoren, zoals de rundvee- en varkenssector. De identificatie en karakterisering van invloedrijke genen voor melkproductie of vlees zijn belangrijke besluitvormings-instrumenten geworden voor industriële bedrijven in deze sectoren. In Frankrijk wil men dat ook gaan toepassen in de draverfokkerij, die men daar als een industrie beschouwt. Er gaat ook heel veel geld in om. Men vergeet echter dat kleine fokkers en hobby-fokkers ook een belangrijke rol spelen in het totale systeem. Wanneer DNA-onderzoek de fokrichtingen en prijzen gaat bepalen, zullen de kleine fokkers gaan afhaken, ben ik bang.
Verder lijkt de privacy en het eigendomsrecht van de test ook van belang. Men garandeert strikte geheimhouding, maar als het om veel geld gaat, vertrouw ik niemand. Stel dat je haren weet te bemachtigen van een aantal jaarlingen dat een paar weken later ter veiling komt en het stiekum laat onderzoeken. Dan heb je belangrijke voorkennis. We zullen ook zien dat een paard met 5 sterren bekend zal worden gemaakt en dat het geheim zal worden gehouden als het paard maar één ster heeft. Aan de andere kant wordt het DNA-onderzoek misschien overschat. We weten dat de afstamming voor slechts 30 % bepalend is voor de latere koerscarrière van een draver en dat 70 % wordt bepaald door milieu, opfok, training, etc. Misschien is het oog van de kenner, die een jaarling beoordeelt, van veel meer betekenis en ook betrouwbaarder dan een DNA-test.

KI
De afkorting KI staat in onze fokkerijwereld voor Kunstmatige Inseminatie, maar daarbuiten betekent het Kunstmatige Intelligentie. Daarvan wordt gebruik gemaakt in het onlangs geïntroduceerde computerprogramma “ChatGPT”, dat teksten voor je schrijft, nadat je een simpele opdracht hebt gegeven. Onder andere (frauderende) scholieren maken hiervan gebruik bij het schrijven van hun opdrachten en uittreksels, maar ook politici en journalisten. Deze technieken gaan steeds verder. Het zou zomaar kunnen dat er over niet al te lange tijd een applicatie komt, genaamd “StudGPT”, die aan de hand van DNA-gegevens de ideale dekhengst voor jouw fokmerrie zoekt. De perfecte, geautomatiseerde Bas Schwarz. Of zal de natuur ons dan gaan straffen door in de nafok voor mislukte paarden te zorgen? Niemand die het weet. De vraag is wel: Willen we dit allemaal wel? Dit is toch niet leuk meer? Je wilt toch zelf op zoek naar de ideale dekhengst voor jouw fokmerrie? Anders kunnen we wel stoppen met het uitgeven van deze jaarlijkse Breeders Special. En dat zou jammer zijn.

(opmerking: dit stuk is niet geschreven door ChatGPT)

(einde artikel in de Breeders Special 2023)


nadere toelichting van de Equibiogènes-testen



Vertaling en interpretatie van enkele teksten op de Equibiogenes website (door Hans Huiberts):

De Franse draver heeft een zeer populaire bijzonderheid, namelijk dat hij zeer veelzijdig is binnen hetzelfde ras. Er is zogezegd een grote bio-diversiteit. De paarden hebben een grote verscheidenheid aan eigenschappen voor karakter, intelligentie, werklust, “koershoofd”, vroegrijpheid, hardheid, gezondheid, behendigheid, snelheid, uithoudingsvermogen, aanleg voor bereden draf, enz. Hoe weet u vooraf in welke categorie uw draver zal kunnen uitblinken?
De Equibiogene Indexen maken het mogelijk om een ​​volledig genoomprofiel van uw paard vast te stellen.
Anticiperen op en beter managen van de carrière van uw paarden is nu mogelijk met de 5 Equibiogene Indexen, waardoor je van jongs af aan het genetisch potentieel van je paard kent.

Opmerking HH: voor de Franse dravers is dit veel belangrijker dan voor de Amerikaanse, die meer uniformiteit (minder biodiversiteit) hebben in hun DNA.

Er worden 5 categorieën beoordeeld:
1. Index Equibiogenes:
Omvat de equibiogene index aan de hand van de genetische waarde van familieleden. Het gaat om records en winsommen, uitgedrukt in BLUB's. Deze index kan elk jaar opnieuw worden berekend.

2  Index Equibiogenes: HG (HG = heritage genetique, erfelijkheids waarde)
Bepaalt het algehele genetische potentieel van uw paard. Het maakt het mogelijk om de waarde van de genen, die door de ouders worden overgedragen, te definiëren. Het genetisch kapitaal van uw paard kan dan optimaal worden benut door de mensen om hem heen. Elk paard kan individueel worden behandeld afhankelijk van zijn voorspelde eigenschappen.

3. Gangen
Bepaalt het vermogen om een ​​zuivere en regelmatige draf aan te houden zonder fouten te maken in galop of telgang. De Allure Index wordt gebruikt om de waarde van de SynchroGait-test te specificeren, maar het is meer dan alleen AA, CA of CC. Heeft het paard een natuurlijke (5 sterren) of een gecompliceerde draf (1 ster)?

4 Vroegrijpheid
Bepaalt het potentieel om op jonge leeftijd te presteren (2 en 3 jaar oud). De praktijk hangt ook sterk af van het fysieke model van het paard.

5 Geschiktheid voor monté
Bepaalt het vermogen om goed te presteren in de bereden draf. Deze eigenschap wordt bepaald door verschillende genomische merkers.

Sterren
Elke indexwaarde die door het algoritme wordt berekend, wordt vertaald in een aantal sterren om het lezen te vergemakkelijken.
5 sterren = zeer gunstig
4 sterren = gunstig
3 sterren = gemiddeld
2 sterren = moeilijk
1 ster = zeer moeilijk

Hieronder wordt een voorbeeld gegeven van twee paarden met verschillende profielen.
Hun eigenschappen kunnen vanaf jonge leeftijd worden gebruikt
dankzij de genotypering van het Premium Pack van Equibiogenes.

Boven: Twee uitslagen van Equibiogènes-testen:
Voorbeeld van twee verschillende typen van dravers, met hun "sterrenbeeld".
Links een vroegrijp (précoce, précocité) paard, met het genotype AA.
Rechts een weinig vroegrijp paard, met goede eigenschappen en het
genotype CA, geschikt voor aangespannen en monté.


Met het Genotrot-programma hebben Le Trot en INRAE ​​​​9 genomische merkers gevonden, die een belangrijke rol spelen in de kwaliteit van de drafgangen, en 24 genomische merkers, die een rol spelen bij de prestaties tijdens races.

Naast het zeer belangrijke DMRT3-gen (de Synchrogait Test) voor een soepele gang, is er bij de draf nog een andere genomische merker op chromosoom nummer 6, die de kans vergroot op in galop springen of onregelmatig draven.

De totaal 33 genomische merkers zullen, eenmaal geïdentificeerd, volgens hun genotype een verband geven met de aanleg van elk paard. Het Equibiogenes-algoritme bepaalt vervolgens de potentiële waarde van elk paard in de vorm van een aantal sterren.

Het genetisch kapitaal dat door de ouders wordt overgedragen, is essentieel voor elk succes op de renbaan of in de fokkerij.
Dit is de startbasis; en zonder deze solide basis is er geen succes!
Ook als deze basis slechts 35% van de uiteindelijke prestaties bepaalt, dan is het toch van essentieel belang dat de potentie zo hoog mogelijk is.
Deze kan worden verbeterd of gedevalueerd door de "omgevingseffecten", zoals opfok, training, enz.

kenmerken van het onderzoek

Boven: De 33 markers, die door Equibiogènes worden onderzocht. In de 2e kolom staat het chromosoomnummer,
daarnaast het betreffende gen. Het DMRT-3 gen zit op chromosoom nr. 23 (regel 9) en hierop wordt het
genotype AA, CA of CC gevonden. A vormt een koppel met T, en C hoort bij G, dus AA=TT, CC=GG, AC=TG, etc.
Op chromosoom 6 (regel 18) zit een gen dat de kans vergroot op in galop springen of onregelmatig draven.
In de kolommen 4 t/m 17 staan de koers karakteristieken: al of niet gekwalificeerd, winsom in draf als 2-, 3-,
4-, 5 tot 10-jarige, winsom in de monté als 3-, 4-, 5 tot 10-jarige, percentage niet-gediskwalificeerde
koersen als 3-, 4-, 5 tot 10-jarige, het aantal koersen als 3-, 4-, 5 tot 10-jarige.
In de 3 gele kolommen daarnaast staan de karakertisieken voor de gangen:
telgang, galoppeert niet, geen onregelmatige draf.

Boven: Hier staan genomische merkers die een rol spelen bij de prestaties tijdens de races, met chromosoomnummer
en de positie van het gen daarop. De kolommen daarnaast corresponderen met de paarse kolommen in het plaatje
daarboven, betreffende de prestaties van het paard. Het DMRT-3 gen zit op chromosoom nr. 23 (regel 9)
en hierop wordt het genotype AA, CA of CC gevonden. AA geeft veel kwalificaties, goede prestaties als jong
paard aangespannen, slecht op oudere leeftijd in de monté, uitschakeling in telgang. Dit als voorbeeld.
Ook het gen op chromosoom nr. 6 (8-ste regel van onderen af) speelt een belangrijke rol.
De combinatie met andere genen geeft een completer beeld van de potentie van het paard.

Groen = zeldzame homozygote met negatieve effecten op de eigenschap
(bijv. AA op regel 9 heeft heel weinig negatieve effecten op de kwalificaties
en het aantal koersen; ook de telgang is hierdoor beïnvloed)
Rood = zeldzame homozygote met positieve effecten op de eigenschap
(bijv. AA geeft heel weinig monté-winsom op 5-10-jarige leeftijd)



Bronnen:
- DMRT3-artikel in het Franse blad “Trot Infos” nr. 264 van mrt/apr 2021
- website www.equibiogenes.com (doet het DNA-onderzoek)
- diverse andere websites, w.o. de Wikipedia


Voor het eerste artikel over DMRT-3: Click hier

Voor het artikel over paarden-DNA: Click hier

Voor het artikel over de externe invloeden op het DNA: Click hier



© Copyright Fokkersvereniging 2023