Vergiftiging bij paarden

Artikel gepubliceerd in het weekblad Draf&Rensport, nr. 48 van 2010.
Auteur: Jan Kraak (dierenarts)

Atypische myopathie
Dit is een spierziekte waarvan de oorzaak nog niet volledig bekend is. Het komt voor bij vaak jonge paarden die op nattere weilanden lopen waarop veel blad ligt. En vooral in de herfst als het weer kouder wordt. Onder de rottende bladeren groeien schimmels en paddestoelen die toxinen produceren die mogelijk er de ooriaak van zijn dat paarden na opname daarvan de verlammingsverschijnselen krijgen. Door vernietiging van de spiervezels kunnen de dieren moeilijk lopen, worden suf en gaan liggen om niet meer overeind te komen. Door aantasting van de ademhalingsspieren stikken de dieren uiteindelijk. In het begin kan het op maandagziekte lijken mede omdat de urine roodbruin verkleurd is door afbraak van de spiervezels. Preventie: laat de paarden slechts een aantal uren op dergelijke weilanden lopen en zorg voor voldoende bijvoeding. Geen hooi in de wei voeren.

(zie over dit onderwerp ook de toevoeging hieronder)

Raaigraskramp
Om raaigras beter uit te laten stoelen worden er aan het zaad schimmels toegevoegd. Deze schimmels vorrnen echter ook toxinen (Lolitrem), die later in het graszaadstro/hooi terecht komen. Dit mag dus niet als voer of strooisel gebruikt worden. De paarden krijgen verlammingsverschijnselen (dronkenmansgang) en kunnen sterven. lndien snel genoeg op ander ruwvoer wordt overgeschakeld, treedt herstel op.

Botulisme
Soms gaan paarden dood na opname van toxinen uit het ruwvoer ondanks dit ze al langer van dezelfde partij gevoerd worden. Kadavers van mestkuikens (als bemesting van het land), dode konijnen of hazen kunnen in het hooi of kuilvoer terechtkomen. Door broei ontstaat een goede voedingsbron voor bacteriën in het kaclaver. Deze bacteriën vormen neurotoxinen die afhankelijk van de dosering kunnen lijden tot acute sterfte of tot geringere verlammingen van ledematen. Soms een slappe tong. Herstel is zelden mogelijk.

Grasziekte (grass sickness)
Ook hierbij wordt gedacht oan een botulismebacterie. Dit type bacterie vormt evenwel andere toxinen. Deze veroorzaken een verlamming van het maagdarmkanaal, waaraan de dieren sterven. Weilanden waarop veel mest van vogels, zoals ganzen, eenden en meeuwen ligt, zijn sterk verdacht en daarom niet geschikt voor beweiding.

Jacobskruiskruid
Hoewel paarden Jacobskruiskruid in de wei niet opeten doen zij dat wel als het in het hooi of kuilvoer zit. Toxinen uit deze plant beschadigen de lever waardoor het paard uiteindelijk ziek wordt. Het dier vermagert sterk en zal doodgaan. Houders van paarden dienen bij aankoop van hooi de verkoper een garantie te vragen dat het hooi vrij is van Jacobskruiskruid.
Omwille van de mooie gele bloemen is zaad van deze plant jarenlang gebruikt in zaadmengsels bestemd voor wegbermen. Zaad van deze giftige plant wordt nu niet meer gebruikt. Namens o.a. de Sectorraad voor Paarden is er bij het Mlinisterie op aangedrongen verdere verspreiding tegen te gaan en waar mogelijk te bestrijden.
Jacobskruiskruid is een tweejarige plant en bij het verwijderen van de plant met bloemen uit de wei, dient de paardenhouder ook de eenjarige plant mee te nemen.

Taxus Baccata
Toxinen van deze plant zijn zeer giftig en een klein takje is al fataal. Wees dus ook bedacht op snoeiafval.

(einde artikel Jan Kraak uit 2010)


(Toevoeging van de webmaster, die hierdoor een prachtig veulen is verloren. Dit wil je niet meemaken, dus let op!)

Er is in de jaren na bovenstaand artikel meer bekend geworden over de atypische myopathie en met name de vergiftiging door Esdoorn-zaden en -bladeren. Op de informatieve website www.uwpaardenapotheek.be vonden wij de volgende informatie:


Wat is atypische myopathie?
Atypische myopathie, ook weidemyopathie genoemd, is een levensbedreigende spierziekte bij paarden ten gevolge van het opeten van de bladeren, zaden en scheuten van de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus L.).

Waarom is de esdoorn giftig voor paarden?
De zaden en scheuten van de gewone esdoorn bevatten een hoge dosis hypoglycine A, dit is het toxine dat aanleiding geeft tot atypische myopathie. De ziekte komt vooral voor bij nat en winderig weer aangezien de bladeren en zaden dan makkelijk in de weide terechtkomen. In de lente worden ook veel gevallen gerapporteerd aangezien de paarden de scheuten van de gewone esdoorn opnemen.

Welk soort esdoorn is giftig?
Er komen drie verschillende typen esdoorn voor in ons land. Enkel de gewone esdoorn bevat het toxine. De Noorse esdoorn en de Veldesdoorn zijn veilig voor paarden. Om de verschillende soorten uit elkaar te houden kijk je naar de zaden. Bij de gewone esdoorn zitten de zaden, ook wel helikopters genoemd, in een hoek van 90 graden ten opzichte van elkaar. Bij de twee andere typen is deze hoek bijna 180 graden.

Wat zijn de symptomen van atypische myopathie?
Het is van groot belang de symptomen tijdig te herkennen aangezien de ziekte bij meer dan 70% van de dieren binnen de 3 dagen fataal is. Atypische myopathie treedt acuut op en de symptomen verergeren zeer snel.
De symptomen kunnen vergeleken worden met spierbevangenheid (maandagziekte, tying-up, rhabdomyolyse). We zien:
- Spierstijfheid en spierzwakte met eventueel spierrillingen
- Milde kolieksymptomen
- Zweten en onderkoeling
- Neerliggen en moeilijk of niet recht geraken
- Versnelde ademhaling en verhoogde hartslag
- Roodbruine urine door de spierafbraak
- Volle blaas door urineretentie

Dieren jonger dan 3 jaar en oude dieren lijken meer risico te lopen op een esdoornvergiftiging. Ook magere dieren lopen een verhoogd risico.

Hoe verloopt de behandeling?
Denk je dat je paard atypische myopathie heeft, bel dan onmiddellijk een dierenarts! Laat in de tussentijd het paard rusten en houdt het warm. Rust is noodzakelijk dus transport van het dier wordt afgeraden. Voorlopig bestaat er geen sluitende remedie. De behandeling van besmette dieren is beperkt tot een symptomatische behandeling. Het dier krijgt een infuus en ontstekingsremmers/pijnstillers in combinatie met medicatie om de spieren te ondersteunen. De overige paarden worden best onmiddellijk verplaatst naar een andere weide. Houd deze dieren goed in de gaten want het is mogelijk dat zij ook gegeten hebben van de bladeren, zaden of scheuten.

Hoe te voorkomen?
De belangrijkste maatregel is het vermijden van een gewone esdoorn op en rond de weide. Zaden en bladeren kunnen echter ver verspreiden door de wind dus kijk ook goed rond in de omgeving van de weide. Indien er een esdoorn aanwezig is, worden de dieren best opgestald in de risicoperiode: vanaf oktober tot aan de eerste vorst, alsook in de lente bij het ontstaan van de eerste scheuten.
Voor de rest is het belangrijk dat de dieren een goede conditie hebben (jaarlijkse vaccinaties en ontworming). Indien de dieren voldoende gras en/of voldoende kwaliteitsvol hooi ter beschikking hebben gaan ze minder snel geneigd zijn om zaden, bladeren en scheuten op te eten. Verwijder in de lente de scheuten en in het najaar de dode bladeren uit de weide.

© Copyright Fokkersvereniging