Telgang = Teloorgang?

door Hans Huiberts

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de Breeders Special 2021 van het blad "Draf&Rensport"


In het kader van het 75-jarig bestaan van de Fokkersvereniging is de Breeders Special 2021 een hele dikke uitgave
van 112 bladzijden geworden met een speciaal thema: de Hybride Groeikracht in onze fokkerij. In een serie artikelen
worden kruisingen van verschillende fokrichtingen uitgediept en ook enkele foktheoriën zijn uitvoerig beschreven.
Een tweede aanleiding was de plotselinge hype in Zweden met het gebruik van pacerbloed in de draverfokkerij.




Subtitel: Schieten we ons doel voorbij?

Het gebruik van pacerbloed in de draverfokkerij staat weer eens ter discussie en dat komt niet uit Noord-Amerika overwaaien, maar, zoals wel eerder, uit Zweden. Ik geef mijn persoonlijke mening, die ik als gevolg van het begrip Heterosis en de ervaringen in Zweden toch iets heb moeten bijstellen.

Vooropgesteld
Ik was echt bevooroordeeld en tot voor kort ook een felle tegenstander. Sinds mijn eerste draver Noble Duke (met een pacer-aanleg door zijn vader Duke of Lullwater) in 1974 als 2-jarige alleen met zware (anti)pace-ijzers van 4 ons aan het draven kon worden gebracht en later in de koers ook veel gewicht nodig had, heb ik een aversie tegen alles was met pacers te maken heeft en beschouw ik de eventuele pacer-aanleg van een draver als iets negatiefs. Mijn gevoel zegt: We hebben zoveel bereikt in de draverfokkerij en waarom zouden we nu teruggaan in de tijd? Wij willen toch harddravers fokken en geen telgangers? Ik denk dat er, door de gescheiden fokkerijen voor dravers en pacers, anatomische verschillen zijn ontstaan tussen beide rassen. Die pacer-aanleg moet je niet willen terugfokken. In Noord-Amerika kunnen trainers nog kiezen welke richting ze met een jong paard nemen, afhankelijk van de aanleg, maar in Europa heb je niets aan een pacer. Hier is de telgang verboden en er volgt onmiddellijke uitschakeling. En zware voorijzers willen we ook niet.

Historie
De beroemde pacer Dan Patch liep in 1906 een wereldrecord 1.55 (mijltijd). In draf was het record toen 1.58,4 (door Lou Dillon in 1903). Zo’n verschil in snelheid is er altijd geweest en zal er altijd blijven. De huidige wereldrecords zijn respectievelijk 1.46,0 (= km.tijd 1.05,9 door 2 pacers gelopen) en 1.48,4 (= km.tijd 1.07,4 door Homicide Hunter). Dat pacers sneller gaan dan dravers komt door hun waggelende manier van lopen en niet door iets anders. Ze kunnen iets grotere stappen maken in de pacegang. Tot aan de jaren 70 van de vorige eeuw was er nog geen strikte scheiding tussen dravers en pacers in de fokkerij van de Standardbreds. Star’s Pride bracht als vaderpaard 631 dravers en 97 pacers. Men keek naar de aanleg en besloot dan welke richting men ging nemen. Vooral Speedy Crown heeft ervoor gezorgd dat de dravers betere gangen hebben gekregen en minder gewicht nodig hebben. Er zijn nu min of meer 2 aparte fokrichtingen van dravers en pacers in Noord-Amerika ontstaan, maar er zijn ook nog staten waar nog wat gekruist wordt met de dekhengst om de hoek. Dat is toegestaan, want nog steeds behoren beide soorten qua stamboek tot dezelfde Standardbred. Ambitieuze fokkers wagen zich niet aan draver-pacer-kruisingen, anders zou je daar veel meer succesvolle kruisingen zien, ook onder de deelnemers aan de Hambletonian. In Amerika zegt men: “Van een draver kun je wel een pacer maken, maar niet andersom”. Ze gaan of voor de pace of voor draf, net zoals in Australië. Maar in Zweden denken sommige fokkers daar anders over.

Zweden
In de jaren 80 dekte de draver Zoot Suit (geb. 1973) op de Menhammar Stuteri. Hij was een zoon van Nevele Pride uit de pacermerrie Glad Rags, die als pacer $ 215.000 won. Hij produceerde goed, met als uitblinkers Zoogin en From Above, en was kampioen der vaderpaarden in 1991-1996. In Zweden dekten in die jaren ook de volle broers Sandy Bowl en Sandy Casey, geboren in 1980 en 1981. Zij waren zoons van Super Bowl en Keystone Sandal, een merrie met een drafrecord van 1.14,8 (TT) en een winsom van bijna $ 100.000 in draverijen. Haar ouders waren echte pacers. De broers hadden weinig succes. In latere jaren zijn ook fokmerries met pacerbloed geïmporteerd, waaruit leuke dravers als Gisela As en Eketorpets Tess zijn voortgekomen, maar geen grote cracks.

Nieuwe belangstelling
In Zweden is er enkele jaren geleden weer een halve pacer ter beschikking gekomen, namelijk de Amerikaan Googoo Gaagaa. Eerst via import-diepvries sperma. In zijn eerste Zweedse jaargang van 25 producten uit 2016 zitten enkele cracks, te weten de hengsten Power (GP de l’UET) en Hail Mary (Derby-winnaar 2020) en de ruin Bythebook (Uppfödningslöp). Daarom is hij na het dekseizoen 2019 naar Zweden verhuisd en was hij in 2020 volgeboekt met 150 merries tegen een tarief van ca. € 7.000. Dat levert al meer dan 1 miljoen Euro per jaar op. Hij is ook al volgeboekt voor 2021. Een nieuwe hype in de draverfokkerij. In een apart artikel beschrijft Geert Koops deze hengst.

Boven: Googoo Gaagaa wint een koers.

Boven: Googoo Gaagaa in stand.



Nog meer pacers
Er zijn nog meer voorbeelden in Zweden. De tweede geplaatste in de Zweedse Derby van 2020 was Don Fanucci Zet, een zoon van de draver Hard Livin en de pacermerrie Kissed by the West. Hij zal dit jaar wel ter dekking komen. En eind vorig jaar is de pacerhengst Hayden Hanover uit the USA in Zweden geïmporteerd. Hij heeft als pacer een record van 1.06,5 en een winsom van omgerekend € 600.000 behaald en zal dit jaar ter dekking worden gesteld. Voor het eerst dus een 100 % pacer ter dekking in Zweden. Hayden’s vader Somebeachsomewhere is ook de vader van 4 fokmerries die naar Zweden zijn gehaald. Het lijkt wel of daar nu een “pacer-manie” is ontstaan. Er wordt door de Zweden wel beweerd dat er meer kennis en ervaring van de trainers is vereist om van deze kruislingen goede dravers te maken. Vaak hebben ze veel gewicht aan de voorbenen nodig.


Boven: Don Fanucci Zet en Orjan Kihlström werden 2e in de Derby en wonnen
het Sprinter Mastaren in 2020. In 2021 hebben ze de Elitloppet gewonnen.
Don's moeder is een pacer.

Boven: De pacer Hayden Hanover dekt sinds 2021 in Zweden.


En in Nederland?
Googoo Gaagaa wordt sinds vorig jaar door Flevofarm aangeboden. In 2020 werden 2 merries geïnsemineerd. Dat zullen er nu wel meer worden. Voor zover ik weet heeft John Bootsman voor dit jaar 10 (NL en Zweedse) merries geboekt en Arie van Bellen 1. Ik hoorde ook al verhalen van een fokker, die beweert dat pacers naast sneller ook harder zouden zijn dan dravers. Misschien bedoelde hij harder dan de Amerikaanse draver. Voor echte hardheid moet je volgens mij bij de Franse dravers zijn of liever bij de Frans-Amerikaanse mix. Dat is inmiddels toch wel bewezen. De inmiddels 10-jarige Bahia Quesnot, Billie de Montfort, Blé du Gers, Bugsy Malone, etc. koersen nog op topniveau mee en hebben dit jaar (2021) ook nog enkele keren drafles gegeven in Scandinavië. En denk ook nog eens terug aan de keiharde crack Timoko!

Reglementering?
Doordat dravers en pacers in Noord-Amerika in één stamboek staan kunnen we het gebruik van pacers in de Europese draverfokkerij moeilijk verbieden en in Europees verband komen we nooit op één lijn door de Zweedse experimenten. Wel kunnen pacerhengsten landelijk worden uitgesloten voor de dekdienst. De SNDR zou (op advies van de stamboekcommissie) voorwaarden kunnen stellen bij de toekenning van een dekboek voor hengsten met pacerbloed. Bijvoorbeeld: niet meer dan 50% pacerbloed in de stamboom en een record + winsom hebben behaald als harddraver. Hier voldoet Googoo Gaagaa aan, maar Hayden Hanover niet.

Mijn mening herzien?
Misschien zag ik het wel helemaal verkeerd. Misschien zijn de pacers, net als de dravers, ook qua gangen sterk verbeterd? Misschien maakt een pacer wel een hele goede cross met een Love You-merrie met een “lange loop”? Maar het is ook mogelijk dat je juist een betere, supersnelle pacer fokt in plaats van een harddraver en dan schiet je jouw doel voorbij. Toch heeft het begrip Heterosis me aan het denken gezet en geef ik de pacers nu nog even het voordeel van de twijfel. De halve pacer Googoo Gaagaa was zelf een goede draver en hij heeft al twee originele Zweedse cracks gebracht. Ik wil nu gewoon eerst even aankijken hoe het verder met hem in Zweden afloopt en dat maakt het komende klassieke seizoen extra interessant. Hoe doen zijn volgende jaargangen het? Maar ik ben pas echt overtuigd wanneer een nakomeling als Power of Hail Mary de Prix d’Amérique of de Prix de France weet te winnen. Tot dan geef ik de voorkeur aan een andere cross, waarvan er in Zweden ook heel veel succesvol zijn. Denk maar eens aan Prix d’Amérique-winaar Readly Express (van Ready Cash), die nu de TCT-sponsor is, met een gratis veulengeld.

Bronnen:
- Prof. Ulf Lindström, artikel over pacerbloed in Zweedse draverfokkerij
- Zweedse website breedly.com

(einde artikel)


Voor het inleidende artikel over Heterosis (bastaardkracht) en
kruisingen met andere rassen in de draverfokkerij: Click hier

Voor het artikel over recente kruisingen met Volbloeds in de draverfokkerij: Click hier

Voor het artikel over de Volbloed-oorsprong van de draverfokkerij: Click hier

Voor het artikel over de Volbloedfokker Tesio: Click hier

Voor een artikel over de X-factor: Click hier

Voor een artikel over vader- en moederlijnen: Click hier


Er volgen binnenkort nog enkele artikelen over dit onderwerp.


© Copyright Fokkersvereniging 2021