In de schaduw van het succes: de dierenartsen

Artikel gepubliceerd in het weekblad Draf&Rensport nr.47 van 22-11-2023
door Piet van de Poel
Titel: 'Veel bewegen en op tijd beginnen'

In de schaduw van het succes zijn vele mensen belangrijk om tot topprestaties te komen.
Ze staan alleen niet zo vaak op de foto. In het proces van opfok en begeleiding is
de dierenarts een belangrijke schakel.

Eigenaren fronsen of zuchten zelfs wellicht als er weer een medische behandeling op de factuur staat. Maar paarden mankeren nu eenmaal weleens wat en dan is het toch fijn als een dierenarts met zijn kennis en ervaring ervoor kan zorgen dat de carričre van een koerspaard gered, verlengd of geoptimaliseerd kan worden. We hebben Astrid Bos van Dierenkliniek Emmeloord en Waling Haytema van Paardenkliniek Wolvega gevraagd om een toelichting.

Boven: Astrid Bos heeft zich gespecialiseerd in orthopedie, diagnostische beeldvorming
en nek- en rugklachten bij paarden.

Astrid Bos
FES en keuringsdierenarts Astrid Bos komt niet uit een paardenfamilie, maar wilde altijd al dierenarts worden en met name paardenarts. Ze studeerde in 1994 af aan de Universiteit Utrecht. Na haar afstuderen liep ze stage bij Dierenkliniek Emmeloord. Daarna heeft ze een jaar lang gewerkt bij verschillende gerenommeerde internationale paardenklinieken, waarna ze terugkeerde naar Emmeloord met focus op reproductie en beeldvorming. Ze behaalde haar examens Focus on Equine Spine. Momenteel zijn haar aandachtsgebieden orthopedie, diagnostische beeldvorming en nek- en rugklachten. Ze is, zoals de meeste insiders wel weten, partner van trainer Bas Crebas, zij kent de problemen waar dravertrainers mee kampen dus uit eerste hand.

Keuringen
Astrid begeleidt sinds 1997 de (aankoop) keuringen van jaarlingen. Veilingorganisatie Selected Winners Sale (SWS) stelde de keuring als eerste verplicht. In samenwerking met Dierenkliniek Emmeloord, destijds onder leiding van de fameuze Krijn van Muiswinkel, werd een keuringsprotocol gemaakt, gebaseerd op de aankoopkeuringen zoals die op warmbloedveilingen werden gedaan. Sinds die tijd zijn elk jaar jaarlingen gekeurd en geröntgend voor de aanvang van hun koerscarričre. Astrid heeft dus veel ervaring met gebreken bij jonge paarden en welke gevolgen dit heeft voor de koerscarričre. Op een bepaald moment wist je dat de kans op OCD groter was bij de nakomehngen van bijvoorbeeld Muscles Yankee, Super Arnie en Mack Lobell. Tegelijkertijd met de sportprestaties werd ook het botgebrek in het draversras gefokt. Mogelijk was dit probleem al langer aanwezig, alleen was het nooit opgemerkt omdat er niet gekeurd werd. Zonder dit met statistieken te kunnen onderbouwen denkt Astrid dat bij de Amerikaanse lijnen OCD vaker voorkomt dan bij de Franse lijnen. Tegelijkertijd is het extreem moeilijk om algemene conclusies te trekken. Sommige paarden zien er op het eerste en tweede gezicht niet fabuleus uit, maar blijken toch tonwinnaars te zijn geworden en op hun beurt weer een Derbywinnaar te vererven. Beenstand is bijvoorbeeld geen volmaakte indicator voor toekomstige prestaties. Perfect gebouwde paarden kunnen waardeloos zijn. Daarom was de jaarlingenshow van destijds ook nutteloos om jaarlingen te selecteren. Tijdens de opfok kun je wel de stand van de benen beďnvloeden, bijvoorbeeld door regelmatig te bekappen. De ervaring leert dat dit nogal eens verwaarloosd wordt, terwijl daarmee toekomstige problemen voorkomen kunnen worden. Soms is een operatie of een specifiek plakschoentje een oplossing. Bij de jongste veulens kan een behandeling met oxytetracytine helpen om de pezen te laxeren (ontspannen), als ze een hele steile stand van de voorbenen hebben.

Progressie
In hoeverre is de draver veranderd ten opzichte van 25 jaar geleden, vragen we aan zowel Astrid als Waling. Gemiddeld is de draver tegenwoordig iets groter, maar dat komt vooral doordat er meer Franse paarden in Nederland zijn, mengt Bas zich in het gesprek. De draver is gemiddeld iets luxer geworden, ze neigen meer naar de Engelse volbloed in de skeletbouw. De oude draver was wat lomper en met veel minder techniek. Ze zijn sneller beleerd en hebben minder gewicht nodig om goed te draven. Nu is het bijna standaard dat paarden zonder ijzers kunnen starten. De progressie van de draver is, zeker in verhouding tot de Engelse volbloed, onvoorstelbaar. Gevraagd naar de oorzaak is het een beetje zoals bij de Jumba-Visma wielerploeg. Op alle fronten is iets verbeterd: doorselecteren in bloedlijnen, opfok, voeding, beweging, training, betere banen en natuurlijk meer medische begeleiding. Vroeger probeerden trainers de problemen te verhelpen met andere ijzers, kortere check, extra schoenen en meer gewicht. Tegenwoordig kunnen de oorzaken makkelijker gevonden worden door een betere diagnose en dito behandeling. Niemand weet waar de grens ligt aan de verbetering van het ras.

Vroeg Beginnen
De Franse toptrainer Philippe Allaire beleert in februari/maart als de paarden 1 jaar oud zijn en begint in augustus op anderhalf jarige leeftijd te trainen. Is dat wenselijk?, vragen we aan beide artsen. Het is belangrijk om vroeg te beginnen. Beweging op jonge leeftijd is van belang tijdens de ontwikkeling van het skelet. Pezen kun je tot 2-jarige leeftijd sterker maken. Juist als een paard groeit dien je te trainen. Je hoort vaak dat een paard in de wei wordt gezet, omdat hij zo hard groeit. Beter is het tijdens de groei gedoseerd te spieren en pezen te belasten, zodat die zich sterker ontwikkelen. De kunst is natuurlijk om de balans te vinden tussen te weinig belasting en overbelasting. Allaire is misschien erg vroeg, maar veel bewegen als jong paard is niet snel een probleem. En Allaire blijft nu eenmaal Allaire. Er blijkt dat van paarden die laat beginnen te trainen, vaak niets terechtkomt. Ze krijgen blessures die ze anders niet zouden krijgen. Onderzoek in Australie onder 1200 paarden wijst uit dat paarden die als tweejarige gekwalificeerd worden meer winsom, een langere carričre en minder blessures hebben dan paarden die als 3-jarige beginnen. Diverse andere onderzoeken ondersteunen de conclusies. De juiste dosering blijft natuurlijk van belang.

Goed- of afkeuren
Wat is de verhouding tussen genetica versus omgeving? Beide dierenartsen stellen dat het een combinatie van factoren is. Een Fries paard loopt nooit 1.12, dat bepalen de genen. Een goede opfok kan wel de juiste genen triggeren om tot ontwikkeling te komen Twintig jaar geleden waren veel kopers van jaarlingen druk met de airflow factor. De vraag aan Astrid is of dat nog bestaat. Het was een aantal jaren geleden een hype: de breedte van de onderkaak meten of de luchtpijp voldoende ruimte had. Sommige mensen kijken hier nog wel naar, maar meer wordt gekeken naar de stand van de hals. Liever deze schuin naar voren. Tijdens de veiling in Wolvega kun je Astrid en Bas elk jaar bij de presentatie op dezelfde plek vinden. Op de kop van de ring om precies de loop van de aangeboden jaarlingen te beoordelen. Welke loop keur je af als je op een veiling staat? Slechte voeten/te ongelijke voeten, bokvoeten, te week in de koten, holle stand van het voorbeen. Kortom, een te afwijkende beenstand en een te korte rug. Een paard heeft lengte nodig om zijn benen kwijt te kunnen. In het verleden was een cyste (een holte in een bot) een reden om een paard te weigeren voor de veiling vanwege een verhoogd risico op kreupelheid. Het is vaak een verbinding met het gewricht en leidt tot degeneratie van het gewricht. Als de cyste centraal in het kootbeen zit is een beperkter risico, daar zit dus nu een nuancering.

Boven: Waling Haytema specialiseerde zich in orthopedie en sportbegeleiding.

Waling Haytema
Haytema is in 1968 geboren in het Friese Heeg, op een boerderij met koeien en paarden. Zijn oom was dierenarts in Groningen en dit bracht hem ertoe ook diergeneeskunde te gaan studeren. Direct na zijn afstuderen, in 1995, is Waling als algemeen dierenarts aan de slag gegaan bij Dierenkliniek Wolvega om verder te specialiseren. In de afgelopen jaren kwam steeds meer budget voor de behandeling van het individuele paard, in tegenstelling tot de koe, daarom is men in Wolvega gaan specialiseren. In de jaren dat hij werkzaam is bij de kliniek heeft hij een geweldige ontwikkeling van de kliniek meegemaakt. Destijds waren in Wolvega twee klinieken, die in 2000 zijn samengevoegd. Sinds enige tijd is er onderscheid tussen koeienkliniek en paardenkliniek. Daarom heet het nu Paardenkliniek Wolvega. Het is nog een zelfstandige organisatie in tegenstelling tot vele andere klinieken, die een onderdeel zijn geworden van een conglomeraat en opgekocht zijn door Zweedse of Angelsaksische investeerders. Op dit moment bestaat de maatschap uit 10 vennoten van diverse leeftijden met een grote motivatie voor de continuďteit. Waling is nu teamveterinair endurance van de KNHS. Zijn specialiteiten zijn orthopedie en sportbegeleiding. Orthopedie is het specialisme dat focust op het bewegingsapparaat van paarden. Ongemak door een blessure kan zich bij een paard onder andere uiten door stijfheid of kreupelheid tijdens beweging. In het sportpaard zijn de blessures opgedeeld in 60% orthopedie, 30% luchtwegen en 10% overige kwalen.

Minder stress
Het beste presteert zowel mens als dier als er zo min mogelijk stress is. Koersen geeft stress, zult u denken, maar paarden houden ervan om te bewegen en om te werken. Als paarden dus in de thuisomgeving zoveel mogelijk buiten zijn en zoveel mogelijk in sociale groepen kunnen leven vormt dit een degelijke basis om met prestaties op voort te bouwen. Als paard en trainer een band hebben op basis van vertrouwen dan komen de beste resultaten. Dat is niet zweverig maar is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek. De gemiddelde harddraver heeft een beter leven dan het gemiddelde dressuur- of springpaard. Met meer beweging en door de aard van de competitie heeft de draver het ook veel beter. Dressuur- of springpaarden gaan op meerdaagse concoursen waardoor van buitenlopen of ontspanning geen sprake is.

Sportbegeleiding
In het dagelijks leven doet Haytema veel aan sportbegeleiding: de begeleiding van het sportpaard is een multidisciplinaire aanpak waarbij alle facetten van de gezondheid van het paard worden geoptimaliseerd. Deze brede aanpak betreft niet alleen een orthopedische of internistische (inwendige geneeskunde) blik maar ook optimalisatie van beslag, voeding, training etc. Binnen Paardenkliniek Wolvega is een aantal dierenartsen dat zich volledig focust op de begeleiding van sportpaarden. Het doel van deze begeleiding is het tijdig onderkennen van kleine problemen om op deze manier het ontstaan van blessures of mindere prestaties te voorkomen.
Waling vertelt over de verschillen tussen nu en toen hij begon als dierenarts. "Het is echt een enorm groot verschil. De technische mogelijkheden zijn veel groter geworden: de röntgenologie is sterk verbeterd, MRI (Magnetic Resonance Imaging), echografie, Dynamische Respiratoire Scopie (scopen dus), endoscopie en ECG (elektrocardiogram /hartfilm zijn allemaal nieuwe technieken. Het zijn dus echte specialismes geworden, maar tegelijkertijd is de begeleiding van het paard ook meer multidisciplinair. Veel grotere specialisatie dus, maar veel betere samenwerking."

Herstel van cellen
De laatste jaren is de zogenaamde regeneratieve medicine opgekomen, zoals IRAP, PRP en stamcellen. Het behandelen van gewrichten met corticosteroďden is na twee behandelingen zinloos, dan is het beter om regenerative medicine toe te passen. Je gebruikt meer groeifactoren in het gewricht zelf. Stamcellen bevatten groeifactoren en lichaamseigen ontstekingsremmers, zo bereiken ze een beter herstel dan traditionele ontstekingsremmers. Hier zijn geen ethische bezwaren tegen omdat het lichaamseigen is en is erop gericht om het paard zo symmetrisch mogelijk te laten draven, blij en zonder pijn. Bij de opfok speelt regenerative medicine echter geen rol.

Periodieke controle
Er zijn diverse `alternatieve' geneeswijzen, zoals acupunctuur, magneetveldtherapie en laser. In de praktijk in Wolvega worden deze therapieën niet vaak gebruikt. De grenzen worden wel steeds verlegd, maar de dierenartsen zijn sceptisch als het niet te verklaren is. In de huidige praktijk wordt echter ook shockwavetherapie, lasertherapie en fysiotherapie toegepast.
In een optimale situatie zou Waling paarden wekelijks of tweewekelijks willen zien, zodat je de beste preventie hebt en het paard gezond blijft. Dat `zien' betekent een standaard onderzoek en afvoelen: checken op spierspanning, bulten en pijnlijke plekken op de rug, hals, bekken en schouders. Vervolgens laten lopen op de rechte lijn en de volte, linksom en rechtsom voor de kar. Bij twijfel en indien nodig buigproeven uitvoeren. Hier zit natuurlijk een fors kostenplaatje aan en wordt dus bepaald ook door de keuzes die trainers maken en of de kosten in verhouding tot de baten staan.

Landelijke verschillen
De verschillen in medische begeleiding in de verschillende drafsportlanden zijn niet enorm groot. Alleen vallen de kosten in de VS veel hoger uit omdat dierenartsen heel veel geld kwijt zijn aan verzekeringen. Door internet zijn nieuwe therapieën binnen een paar maanden bekend over de gehele wereld. Ook door het bezoeken van congressen is er snelle verspreiding van kennis. Technisch zijn er geen grote verschillen tussen de verschillende landen. Wel belangrijk zijn de keuzes die gemaakt moeten worden en welke behandeling je (nog) wilt geven. Dit is een belangrijk aspect van het vak en is te relateren aan het doel van het paard. Kort samengevat: welke kosten staan in verhouding tot de mogelijkheid van herstel. Dit is naast een commerciële ook een ethische keuze. Haytema zegt nu eerder aan te geven dat gestopt moet worden met de behandeling, met een meer rechtvaardige prognose voor het paard. Bijvoorbeeld als je voor de derde keer een peesblessure moet behandelen, is het ernstig de vraag of dit nog zin heeft voor een koerscarričre, waarbij een lang leven als recreatiepaard nog prima kan.

Managementverandering
Stand en loop veranderen gebeurde vroeger bij 30%, maar nu bij 60 en 70%. Paarden houden van beweging en dus van werken. Ook in de natuur maken ze veel beweging. De meeste paarden doen hun werk vrijwillig. Astrid en Waling zijn het eens met elkaar hoeveel het ras verbeterd is. In Amerika zie je veel (dubbele) headpoles. Dat lijkt weinig charmant en zeker als de oorzaak van het scheeflopen niet wordt aangepakt werkt het contraproductief, maar anderzijds, als een paard erdoor rechter draaft en minder overbelasting heeft op bepaalde gewrichten, is het wellicht toch te verkiezen. Nu wordt meer gezocht naar de oorzaak door te buigen en een plaatselijke verdoving. Ook de trainers veranderen hun systeem: vroeger was het vooral kilometers maken hoe ze ook liepen, nu is veel meer aandacht voor recht lopen, niet scheef voor de kar en goed door de bocht gaan.

Keelontsteking en maagklachten
Een tijd lang was de keelontsteking een vaak genoemde kwaal. De grootte van het hart en de sterkte van het skelet is niet het probleem, maar de capaciteit van longen en luchtwegen. Keelontsteking komt nog veel voor, het heeft te maken met het afweersysteem. Vooral bij jonge dieren heb je nog wel eens overmatige reactie in de keel, zodat het de luchtwegen belemmert. De paarden lopen bij voorkeur buiten en in groepjes. Dat neemt niet weg dat de stress bij paarden kan leiden tot maagklachten. Dit kan een terugkerend probleem zijn als je de oorzaak niet wegneemt. De behandeling ermee door omeprazol is in de drafsport verboden, maar is bij de dressuur- en bij springpaarden wel toegestaan. Ook hier is het in de drafsport beter geregeld.

Ethiek
Vraag aan Waling: In hoeverre heb je ethische keuzes te maken in je behandeling? Wat op de dopinglijst komt is dat arbitrair en zijn bepaalde handelingen wellicht toegestaan, maar ethisch ongewenst? "De keuze voor toegestane middelen is heel gering. Er is nauwelijks medicatie toegestaan in de sport. Gemeenschappelijke basis van trainers is dat ze keihard werken. Trainers met succes krijgen meer aanbod en kunnen minder getalenteerd paarden wegsturen. Medicatie om prestaties legaal te veranderen zijn er niet zoveel. De regelgeving is zodanig dat zeer goed is omschreven is wat wel kan en wat niet kan gezien de voorbereiding. In de sport zijn geen geheime middelen. Natriumbicarbonaat met glucose, de milkshake, die verzuring tegengaat werd vroeger regelmatig toegediend, maar nu niet meer, omdat er op gecontroleerd wordt en afgezien daarvan is het onwenselijk."

Placebo?
Tot slot Waling gevraagd over het placebo effect. Bij mensen werkt dat vaak. Maar bij een paard? Volgens Waling heeft het placebo effect meer betrekking op de trainer en de rijder. Als die er in gelooft, zit hij anders op de kar. Die energie draagt hij over naar het paard. Daar is geen pil voor nodig.


(einde artikel)


© Copyright Fokkersvereniging