De moederlijnen in de drafwereld

door Hans Huiberts

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de Breeders special 2017 van het blad "Draf&Rensport"

Inleiding
In dit artikel gaat het om de aanduiding van moederlijnen. Naar wie wordt een moederlijn genoemd of welk label wordt er op geplakt. Vroeger was alles simpeler. We hadden ons eigen stamboek en buitenlandse paarden telden pas mee als ze in ons Stamboek Buitenlandse Paarden waren ingeschreven. Een moederlijn begon bij de geïmporteerde stammoeder. Door de internationalisering van de sport en fokkerij wordt dat tegenwoordig een stuk lastiger, mede doordat in elk land andere regels gelden. Van internationalisering van de stamboek- en sport-administratie is nog lang geen sprake. Gelukkig zijn er enkele particuliere initiatieven.

Het belang van moederlijnen
In een ander artikel in dit blad wordt uitgelegd waarom een moederlijn van belang is in de draverfokkerij`en trouwens ook bij de renpaarden. Het is een feit dat sommige moederlijnen succesvoller zijn dan andere. In een kleine fokkerij als de onze kan een moederlijn, die iets was weggezakt, plotseling weer tot leven komen door een succesvolle fokmerrie. De nieuwe Klassieke fokmerrie Rhythm and Speed is hier een voorbeeld van. Zij heeft de oude Nederlandse lijn van Eulogie weer op de kaart gezet.  Maar zij stamt af van de Amerikaanse merrie Lady (by Guy Miller) en dat is eigenlijk de ‘bronmoeder’ of ‘stammoeder’. We moeten op zoek gaan naar de bron als we internationale afspraken willen maken. Om verwarring te voorkomen moet je wel afspreken naar welke merrie een moederlijn wordt genoemd. De bekende moederlijn van Maggie H wordt ook wel genoemd naar haar grootmoeder Sally Sovereign (XX) of haar overgrootmoeder Peg (XX). Wij houden het op Maggie H, omdat alles via haar loopt en zij meestal wordt genoemd. 

Nederland
Een Nederlandse moederlijn bevat alle in Nederland geregistreerde dravers die in vrouwelijke lijn teruggaan op een bepaalde stammoeder. Dit is meestal een buitenlandse merrie. Vooruitziende fokkers hebben sinds de beginjaren van de Nederlandse draverfokkerij goede merries in Amerika, Duitsland en Frankrijk aangeschaft. De meest verdienende Nederlandse dravers stammen nog steeds direct af van een klein aantal van deze excellente imports.
Als het gaat om de meest succesvolle moederlijnen kijken we in Nederland altijd naar paarden die meer dan € 50.000 hebben verdiend, de vroegere tonwinnaars in guldens. Toch kleven er nadelen aan deze manier van registreren. Winsommen variëren sterk in de loop der tijden. Sommige klassieke winnaars en andere goede paarden ontbreken in deze telling omdat het prijzengeld in die tijd nog niet zo hoog was als nu. Maar het is ook zo dat we niet in het verleden moeten blijven hangen. Takken moeten zich verversen en anders ‘uitsterven’. Zo werkt de evolutie. Nu de doteringen in onze klassiekers omlaag gaan, kunnen er klassieke winnaars komen die geen halve Eurotonner worden. Maar echt goede paarden verdienen hun geld toch wel, is het niet in Nederland, dan wel in het buitenland. We kunnen onze moederlijnen op 3 verschillende manieren rangschikken.

Op winsombasis
In tabel 1 staan de stammoeders met meer dan tien € 50.000-plus winnaars. Van de 596 Nederlands geregistreerde 50.000 plussers  komen 173 paarden uit de eerste 10 families. Van deze families is natuurlijk in de laatste decennia ook nog eens een aantal fokmerries uitgevoerd, en nakomelingen in het buitenland geregistreerd.  Als hun nageslacht in een ander stamboek komt te staan, tellen zij niet meer mee. Toch heeft Gerard ter Schure met behulp van zijn Internationale Computerstamboek ook de buitenlandse nakomelingen van onze beste moederlijnen kunnen optellen en die staan in tabel 1 apart vermeld. Zouden die meetellen, dan zouden b.v. Cheerful Volo en Kreutzer bijna 2x zoveel paarden in deze lijst hebben.
De meest opmerkelijke ‘recente’ import is Alanna Hill (geb. 1985) die zelf twee 50.000 plussers bracht. Een daarvan, Ineke P Boko, leverde er op haar beurt liefst 6. En ook nog twee buitenlanders: Diego M Boko is Zweeds en Ulay Boko is Duits geregistreerd. Zouden die meetellen, dan zou Alanna Hill met 10 nakomelingen op de 11e  plaats in de lijst staan. Haar 5e moeder is Dillcisco, die ook grootmoeder is van Star’s Pride. Hun stammoeder is Old Fanny. Anderen noemen haar dochter Roan Fanny als bron en dat geeft verwarring.

Op snelheidsbasis
Je kunt de moederlijnen ook vergelijken op basis van de records van de nazaten. 618 Nederlandse dravers hebben een record van 1.14,5 of sneller. Ook hierbij zitten de meeste nazaten van Tourterelle (38 stuks), gevolgd door Cheerful Volo (18), Bertha E (17), Tarragona (14) en Prinzess Bertha  (11). Het feit dat alleen Nederlands geregistreerde producten meetellen geeft ook hier niet helemaal de waarde van een moederlijn voor de fokkerij weer.  Annie H bijv., heeft in Duitsland nog 12 snelle producten, waarvan Yberba 1.12.0 de snelste is. En Tourterelle zou er nog 17 extra hebben. Zij heeft natuurlijk ook de meeste nazaten, maar dat is ontstaan doordat haar dochters, kleindochters, enz. zo goed fokten. Tot op heden toe.

Op Klassieke basis
Als de Derby de toetssteen van de fokkerij is, en we kijken naar de laatste 20 jaar, dan zien we dat de klassieke Nederlandse moederlijnen nog steeds goed vertegenwoordigd zijn. Gerard ter Schure heeft ook dit voor ons uitgezocht. Bijna de helft, 9 winnaars, stammen hier nog vanaf. Ook de plaatsen 2 en 3 in de Derby worden voor ongeveer de helft bezet door nakomelingen van deze stammoeders. Wel lijkt de concurrentie met meer recent geïmporteerde merries steeds groter te worden. De laatste 5 jaar slechts 1 winnaar met NL-roots (Fidelity Rhythm), maar wel 4x 2e en 1x 3e.

Frankrijk
In Frankrijk rangschikt men de moederlijnen met een puntensysteem, gebaseerd op de verrichtingen van de nakomelingen in klassieke en semi-klassieke koersen, die al ruim een halve eeuw lang nauwelijks zijn veranderd. Ook de geplaatste paarden krijgen punten. Het voordeel van deze manier van rangschikken is dat ook oude cracks met relatief lage winsommen blijven meetellen. Nadeel is dat oude, langzaam uitstervende takken nog lang kunnen blijven hangen. In het verleden stond de nieuwe lijst jaarlijks in het blad Trot Infos, maar de laatste jaren helaas niet meer. Ze hebben het nu over vaderlijnen. Onterecht naar mijn mening.
Van de bijna 290 klassieke winnaars leverende moederlijnen, zijn de eerste 25 verantwoordelijk voor bijna de helft van alle klassieke winnaars. Net als bij ons zijn er in de eerste helft van de vorige eeuw veel Amerikaanse dravermerries geïmporteerd en deze hadden meestal nogal wat Volbloeds in hun pedigree staan.  Dat bracht de Franse draverfokkerij op een hoger plan en veel van die merries zien we nu nog terug als stammoeders van Franse cracks. Ook in Frankrijk noemt men de moederlijn naar de geïmporteerde merrie en niet naar haar Amerikaanse stammoeder. Voorbeelden zijn Ourasi en Oyonnax (stammoeder Miss Pierce), Tidalium Pélo (Betsey Richards), Général du Pommeau (Mabel H), Love You (Jenny Lind), Mara Bourbon (Sophrania - Nancy Hanks) en de Du Vivier-cracks (Laura Logan). Andere grote cracks zoals Hairos II, Roquépine, Bellino II, Royal Dream, Meaulnes de Corta, Jag de Bellouet, Ready Cash, Timoko en Bold Eagle stammen af van inlandse merries, die op hun beurt toch ook vaak van Engelse of Arabische Volbloeds afstammen.

Noord-Amerika
In de USA en Canada kijkt men meestal naar records en worden stammoeders gerangschikt volgens hun aantallen nakomelingen met een record, sneller dan een bepaalde mijltijd. In het recente verleden bleek dat in Amerika van de 300 beste moederlijnen er  slechts 7  verantwoordelijk waren voor ruim 40 % van de snelste paarden. Veel is hierbij van toeval afhankelijk. Vaak is één merrie verantwoordelijk voor het voortbestaan van een merriestam. Een merrie met veel goedfokkende dochters kan voor een wijdverbreide vertakking zorgen en dat is met de beste moederlijnen het geval.


Internationaal
Op de informatieve website www.classicfamilies.net kun je de winnaars van alle klassieke en semi-klassieke draverijen in de hele wereld vinden, met afstamming en nog veel meer. Zelfs de winnaars van de Viereneenhalve Kilometer van Alkmaar en de paarden uit de Hall of Fame van de website archiefndr.nl staan erbij! Bij de pedigree wordt aangegeven uit welke moederlijn dit paard komt. Ze hebben een nummering gemaakt, waarbij de lijnen met een Europese stammoeder met de beginletter E worden aangeduid, de Noord-Amerikaanse met een U en Australische met een A en de Nieuw-Zeelandse met de letter N. De volgorde van de nummering is bepaald op grond van het aantal Klassieke winnaars op het betreffende continent. Er staan ook veel NL-paarden in deze database, zoals Tabor, onze Derbywinnaar van 1955. Hij stamt uit een oude NL-lijn met Orloffbloed, die nergens anders voorkomt. Deze lijn heeft nummer E819 gekregen. Kailash heeft moederlijn E22 en dat is niet ‘onze’ Tourterelle, maar haar 5e moeder Albertine, een dochter van de Volbloedmerrie La Roselière. In Frankrijk is niets meer van deze lijn overgebleven, maar hij blijft gewoon op nr. E22 staan. De top-25 van de Amerikaanse stammoeders bij classicfamilies.net staan in tabel 2 met hun bekendste nazaten. De pacerlijnen zijn weggelaten. Als van de bronmoeder bekend is dat het een Engels of Arabisch Volbloed betreft, staat er (XX) achter. De Europese top-25 van deze website staat in tabel 3.



Boven: Tabel 2 en tabel 3.

Tenslotte
Alle moederlijnen in de hele drafsportwereld zijn bekend. Er zal nooit meer een moederlijn bijkomen. We zouden ze allemaal een uniek nummer kunnen geven, desnoods alfabetisch. Omdat internationale samenwerking op dit terrein nog ver weg lijkt, moeten we blij zijn met initiatieven van particulieren, die veel tijd en geld steken in kolossale databases en prachtige websites. Persoonlijk ben ik erg gecharmeerd van de indeling der moederlijnen door classicfamilies.net en zou ervoor willen pleiten dat dit door de UET en USTA wordt overgenomen en bijgehouden. Want dat is natuurlijk het gevaar van een persoonlijk initiatief: men kan er zomaar mee (moeten) stoppen en dan houdt het op. Dat zou heel jammer zijn.

Met dank aan Gerard ter Schure voor zijn bijdrage voor de NL-moederlijnen.


© Copyright Fokkersvereniging