Paneldiscussie over de Fokkerij

door Ferry Hollander

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de Breeders special 2016 van het blad "Draf&Rensport"

Titel: `Je raakt er maar niet over uitgepraat'

Om de huidige trends in de fokkerij te ontrafelen, kan je het beste terecht bij deskundigen met een uitgesproken mening. We vormden een panel met John Bootsman, Arnold Mollema, de gebroeders Van der Klij, Jean Huls, Thijs van Dijk en Hans Huiberts. Ze reageren op stellingen met fokkerijwijsheden en delen informatie over de stand van de Nederlandse fokkerij, mogelijke stimulansen, internationale trends, de Ready Cash-hype, golden-crosses en interessante dekhengsten.

Al onze panelleden hebben recentelijk of langer geleden klassieke paarden gefokt. Allemaal hebben zij de Nederlandse fokkerij zien afglijden tot het huidige niveau. In 2014 werden er slechts 170 merries gedekt in het vaderlandse stamboek en in 2015 nog maar 123. Het totaal aantal dekkingen bij Nederlandse hengstenhouders bedroeg vorig jaar 250. Verscheidene fokkers zijn afgehaakt of hebben zich aangesloten bij andere stamboeken in Europa. Het motief van de laatste groep is duidelijk: in het buitenland zijn de klassieke prijzengelden vele malen hoger waardoor er meer fokpremie geïnd kan worden en fokproducten commercieel interessanter zijn. Het afnemende aantal registraties in Nederland zet de klassieke potten steeds verder onder druk, de noodklok luidt onafgebroken.

Nederlandse fokkerij
De prijzen bij Unitrot waren vorig jaar een opsteker voor de Nederlandse fokkers. De aanwezige jaarlingen brachten gemiddeld 4.300 euro op, een record. Volgens ons panel gaat het echter te ver om het investeringsklimaat gunstig te noemen. Ze hebben verschillende verklaringen voor het prijsniveau in Drachten. Bootsman: "Het resultaat van de Unitrot kwam voor mij als een positieve verassing. Nu zal de huidige situatie op VPW, waar de laatste 2 jaar eindelijk weer eens echt geld te verdienen is, daar zeker aan bijgedragen hebben:" Van der Klij gaat mee in deze redenering: "Dit komt mede dankzij de komst van de PMU koersen met de verhoogde doteringen en het structurele karakter daarvan. Fokkers en eigenaren zijn weer enigszins positief en durven wat dieper in de buidel te tasten. Verder heeft dat gemiddelde van de Unitrot ook te maken met de kwaliteit die aangeboden werd. Dit was vergeleken met voorgaande jaren hoger en dan doel ik voornamelijk op de vaderpaarden:" Mollema ziet de hoge veilingprijzen ook als gevolg van het feit dat alle andere veilingen niet meer actief zijn. Ook Van Dijk plaatst een kritische noot. Als hij de kosten van dek- en veulengeld en de opfok op een professionele stoeterij analyseert, dan moet er voor veel fokkers nog steeds geld bij. Volgens Huiberts waren de hoge opbrengsten vooral een kwestie van vraag en aanbod. "Blijkbaar zijn er nog steeds kopers die willen investeren in Nederlandse paarden. Het aantal aangeboden jaarlingen daalt en de kwaliteit wordt beter, dat helpt enorm." Nederlanders staan bekend als pioniers en investeren jaarlijks grote sommen geld in hun paarden. Ieder jaar wordt er exclusief materiaal aangekocht, toch daalt de kwaliteit van de Nederlandse fokkerij.
Huiberts: "Jammer genoeg wijken de ambitieuze fokkers steeds vaker uit naar het buitenland. Dat is jaren geleden al begonnen en daar gaan we de komende jaren de effecten van zien. De Nederlandse kwaliteit zal verder gaan dalen."
Bootsman: "Er wordt momenteel veel gedekt met Nederlandse live-hengsten. Bijna al het top-fokmateriaal, en vooral fokmerries, heeft het Nederlandse stamboek verlaten. De kans dat een Nederlands-gefokte Virgill Boko ooit nog een UET-finale wint is net zo groot als de kans dat Ajax of PSV ooit nog een Champions League-finale wint..."
Van Dijk: "De crisis heeft geleid tot strengere selectie van het merriebestand, maar het exclusieve materiaal krijgt steeds vaker de Duitse of Zweedse nationaliteit:" Van der Klij vindt net als Mollema dat het meerjarige wanbeleid daar debet aan is. "Persoonlijk vind ik dat de crisis als oorzaak vaak overschat wordt. Het jarenlange wanbeleid is de grootste reden van de huidige situatie. Geen visie, geen budget vrijmaken voor marketing, communicatie, service, etcetera. Ik ben er van overtuigd dat we een prachtige sport hebben waarin we, als we blijven verjongen en nieuwe mensen weten te interesseren, succesvol kunnen zijn. Nieuwe eigenaren genereren. De (online) gokkers weten te bereiken met onze sport!"
Er zijn veel kansen gemist, maar onze blik moet vooruit. Door de inspanningen van Victoria Park en de komst van de Premiumkoersen heeft de sport in Nederland nog bestaansrecht. Het nationale koerssysteem is drastisch gewijzigd. Vroeger draaide alles om de klassiekers, terwijl je nu het hele jaar geld kunt verdienen. Met de Franse prijzengelden als motor van de Nederlandse drafsport lijkt het soms zelfs verstandiger om een ruwe diamant te sparen voor het najaar.
Huiberts: "Deze koersen zijn een extra stimulans om te fokken voor langere carrières. Fokkers kunnen dus beter 'harde' paarden fokken dan vroegrijpe." Ons panel is het daar niet helemaal mee eens.
Mollema: " In mijn optiek zijn vroegrijpe paarden tevens harde paarden:" Bootsman: "Volgens mij moet je als fokker altijd als doelstelling hebben `harde' dravers te fokken. En vroegrijpheid is altijd een plusfactor, in welk land je je paarden ook registreert:' Van Dijk: Als je Zweeds of Amerikaans fokt dan fok je sowieso al vroegrijp, uitzonderingen daargelaten. Fok je Frans dan is de kans kleiner dat je vroegrijpe paarden fokt. Love You is daar een goed voorbeeld van. De meeste producten van Love You zijn niet vroegrijp en zijn pas halverwege hun derde jaar `sterk genoeg. Je moet als Nederlandse fokker trouwens geen illusie hebben om paarden met een dubbele nationaliteit te fokken voor de premium koersen. Eigenaren die mee willen doen in deze competitie kunnen voor relatief weinig geld `kant-en-klare' in Frankrijk uitgekoerste paarden kopen. Dan hoef je niet 3 à 4 jaar te wachten om in Nederland te starten, een koers op de provinciebanen is dan altijd nog lucratiever."

Klassiekers en fokpremies
Om de komende jaren het prijzengeld in de klassiekers te vergroten lijken `late entries' een snelle oplossing. Hans Huiberts is hier echter fel op tegen. "Dat is juist funest voor de Nederlandse fokkerij. Zie wat er gebeurd is met onze renpaardenfokkerij:" Van Dijk is het hier mee oneens."Het getuigt mijns inziens van weinig vertrouwen in je eigen fokkerij dat de stelling gehanteerd wordt dat dit funest is voor de sport, het afwijzen van `late entries' is daarentegen wel funest voor de sport. Als Nederlandse eigenaren investeren in buitenlandse paarden, met name merries, dan moet volgens mij de mogelijkheid van een `late entry' geboden worden. Bij circa 150 geboren veulens in 2015 en een starterspercentage van 55%, dan kun je op een postzegel uitrekenen dat je op termijn te weinig paarden hebt voor de klassiekers in 2017 en 2018. Als je door een `late entry' buitenlandse paarden mee laat doen, dan heb je mooiere velden en een hogere prijzenpot:' Bootsman denkt dat je er niet aan ontkomt om onze klassiekers open te stellen. "Dat lijkt mij een goed plan met uitzondering van de Derby, die koers moet je eigen test-der-fokkerij blijven. De Nederlandse draverfokkerij bestaat niet meer. We zullen dit jaar zo'n 70 veulens in het Nederlandse stamboek registreren, schat ik. Het gaat nergens meer over, dat zijn veel minder veulens dan in bijvoorbeeld Malta en Mallorca. We stellen echt niets meer voor. Je moet naar mijn mening `over de grenzen heen durven kijken' en de samenwerking met andere stamboeken aangaan."
Ook Van der Klij heeft een zakelijke kijk op onze fokkerij: "Ik heb een vrij ongenuanceerde mening over `late entries: Emotie en ratio moeten wat dat betreft gescheiden worden. Waarschijnlijk staan de meeste huidige Nederlandse fokkers en eigenaren hierom niet te juichen. Feit is dat wij als sport en fokkerij er niet rooskleurig voor staan. Willen wij om goed gedoteerde klassiekers strijden dan moeten we inleggeld genereren en dat moet ergens vandaan komen. Laat de inkomsten van deze `late entries' terugvloeien in alle koersen. Dus niet alleen de Derby, maar ook de Troost Derby en de `normale' koersen. Hiermee verzacht je de pijn voor andere eigenaren en fokkers en kunnen ze in de breedte hun winsom en fokpremie verdienen! Wel moet er goed nagedacht worden over dergelijke plannen. Wat zijn de eisen waar een `late entry' aan moet voldoen? Hoeveel `late entries' sta je toe? Tevens denk ik dat de focus gelegd moet worden op de midden lange termijn (4 tot 6 jaar). Nu investeren in je fokmateriaal kan zich op die termijn uitbetalen. Zorg dus dat het voor fokkers en eigenaren op die termijn aantrekkelijk is!"

Reddingsplan
Hans Huiberts heeft veel tijd en energie gestoken in een `Reddingsplan' welke in zijn geheel terug te lezen is op de website van de Fokkersvereniging (www.dutchtrotters.nl). Hij ziet hogere doteringen in de klassiekers en Europese fokpremies als interventies om de Nederlandse jaargangen te vergroten. Onze panelleden zijn het hier mee eens, maar hebben wel enkele praktische vraagtekens. Als er geld beschikbaar komt is Mollema enthousiast: "Het is een effectieve methode om fokkers financieel tegemoet te komen en hun hobby voort te kunnen laten zetten. Ook zal het een stimulans zijn om meer dravers te gaan fokken."
Bootsman is het daar mee eens: "Absoluut. En die persoon die deze beide doelstellingen op korte termijn kan realiseren krijgt wat mij betreft `een lintje'." De NDR moet over voldoende financiele middelen beschikken om de plannen van Huiberts kracht bij te zetten. Ontwikkelingen in de verkoop van Duindigt zou alles in een stroomversnelling kunnen brengen. Met de huidige financiele situatie is verandering volgens Van Dijk een utopie: "Hogere doteringen in de klassiekers zijn onmogelijk op korte termijn, alleen `late entries' zouden een beetje kunnen helpen. Voor de drafsport in Europa zou een Europees stamboek een uitkomst zijn, maar ook dat zal niet snel gerealiseerd kunnen worden:' Van der Klij denkt dat er veel meer nodig is om de vaderlandse fokkerij weer in het zadel te helpen. "Uiteraard zal dit `Reddingsplan' het vertrouwen bij de huidige fokkers goed doen. Echter, het is daarbij noodzaak dat de sport en fokkerij onder de aandacht gebracht gaat worden van nieuw en jong publiek. De toekomst moeten we waarborgen! Alleen dan kan de sport ook in de toekomst bloeien. Het is een en/en verhaal. Maak het aantrekkelijk voor de huidige fokkers en zorg voor nieuwe aanwas."

Fokpremies
De drafsport is een van de weinige takken van paardensport waar ze het begrip fokpremie kennen. Mollema: "Daar onderscheiden we ons in en daar moet meer duidelijkheid over komen in de buitenwereld:" Veel fokkers zien hun paarden echter naar bet buitenland verdwijnen en bijten vervolgens in het stof. Het Zweedse stamboek keert bijvoorbeeld wel fokpremie uit over buitenlandse prestaties tot een winsom van 1 miljoen SEK. Jean Huls lijkt dat zeer aantrekkelijk: "Afgelopen jaar wonnen mijn fokproducten King of the World en Zenyatta beide op Vincennes. Voor mij was dat een eer en pure promotie voor mijn fokkerij. Maar als ik het zakelijk bekijk, dan ben ik er niks wijzer van geworden. Als het Nederlandse stamboek over buitenlandse prestaties fokpremie uit zou keren tot een bepaald bedrag, dan ben ik de eerste die al mijn merries weer invoert. En ik denk dat veel fokkers er precies zo over denken." Ook hier geldt weer dat de NDR niet in de financiele positie zit om dit waar te maken. Logisch beredenerend is het eigenlijk gek dat fokpremies niet de landsgrenzen kunnen passeren. In ieder zichzelf respecterende drafsportnatie wordt fokpremie gereserveerd voor elk plaatsgeld. In plaats van dat dit verdwijnt in een pot met algemene middelen, zou dit ook overgemaakt kunnen worden naar diegene die daar recht op hebben.

Mollema wijst ons op ontwikkelingen bij onze oosterburen wat betreft fokpremie. "In Duitsland is men dit jaar begonnen met het verhogen van de fokpremies in de grotere koersen en klassiekers van 10% tot 15% en van 20% tot 25% in de Derby:" Van der Klij denkt met dat dit een effectieve oplossing is voor Nederland. "Hogere fokpremies geloof ik niet direct in. Uiteraard is het wel aantrekkelijk. Fokpremie bij buitenlandse prestaties zou voor Nederlandse fokkers veel interessanter zijn. Dan hoeven ze met meer bang te zijn dat hun jaarlingen op de veiling worden weggekaapt door buitenlanders." We zijn erg benieuwd hoe ze in Duitsland de extra fokpremie ophoesten en ook daar kan Mollema ons antwoord op geven. "De HVT heeft enkele sponsoren gevonden en bovendien hebben ze de koek anders verdeeld. Ook met het prijzengeld wordt flink geschoven. De merriekoersen worden bijvoorbeeld opgewaardeerd. Dat vind ik persoonlijk een zeer goede zaak. In een hele jaargang wordt hoogstens een hengst dekhengst, maar vele merries fokmerrie. Als deze merries meer winsom hebben worden zij commercieel interessanter en genieten zij meer aanzien in het buitenland."

Internationale trends
Ready Cash is momenteel een hype in Europa. De rijkste Franse draver aller tijden levert ieder jaar toppers af We kennen Axelle Dark, Avila, Bold Eagle, Bird Parker, Brilliantisme, Charly du Noyer en Django Riff. Daarnaast won de Italiaan Traders reeds op Vincennes en hebben we in Zweden Reckless, Cash Gamble en Readly Express furore zien maken. Ready Cash wordt erkend als een fenomeen in de fokkerij, maar op eenzame hoogte staat hij nog niet. Bootsman: "Dat vind ik te vroeg om te constateren. Ready Cash heeft met zijn eerste jaargangen zeker enkele fantastische paarden afgeleverd, maar Muscle Hill bijvoorbeeld ook. Hij bracht met onder andere Trixton, Mission Brief en Southwind Frank achtereenvolgens ook absolute wereldcracks."
Ook in Frankrijk is hij volgens Huiberts nog niet zonder concurrentie: "In mijn ogen kunnen we niet om Love You heen. Hij is nog steeds in veel landen kampioen. Ready Cash zal het kunnen worden, maar moet zich eerst in heel Europa bewijzen. Sommige Franse hengsten fokken beter in eigen land en andere juist daarbuiten. Love You is zo'n hengst die overal goed fokt."
Mollema heeft zich inmiddels laten overtuigen door de nakomelingen van Ready Cash: "Ik had eerst wat twijfels over het temperament dat hijzelf als koerspaard had, maar met de juiste merries is hij een topvererver. Overigens ben ik van mening dat je in de fokkerij op termijn meer gebaat bent bij lager in het bloed staande paarden zoals bijvoorbeeld Jag de Bellouet."

Golden Crosses
Bold Eagle is ongetwijfeld het beste product van Ready Cash en is op vijfjarige leeftijd al een legende. Hij komt uit een dochter van Love You en dat blijkt een gouden combinatie. In de wandelgangen wordt er zelfs gesproken van een nieuwe golden-cross. Als we de beste producten van Ready Cash echter onder de loep nemen, dan blijkt alleen Atlas de Joudes over dezelfde kruising te beschikken als Bold Eagle. De gebroeders Van der Klij geloven sowieso niet in een golden-cross, maar als die wel bestaat moet je je daar volgens Bootsman niet door laten leiden: "Wat de golden-cross op dit moment is kan iedereen lezen. Die producten zijn zo'n 5 tot 7 jaar geleden geproduceerd en dat ligt wat mij betreft eigenlijk alweer achter ons. Generatiewisselingen gaan heel snel. Als je je nu weer blind gaat staren op bijvoorbeeld de kruising `Ready Cash x Love You-merrie; dan loop je in feite achter de muziek aan. Het zijn juist deze producten, zoals Bold Eagle, die nu veel interessanter zijn om te gebruiken. Dit zijn namelijk de hengsten van de next generation. Belangrijker is het voor ons fokkers om zelf proberen te `zien' wat de golden-cross de komende jaren zal zijn! Een voorbeeld hiervan zou in de USA kunnen gaan worden: Muscle Hill x Cantab Hall-merries. Daar zijn er tot nu toe wereldwijd pas zo'n 8 stuks van geweest, waaronder 2 in Zweden. En van die 8 zitten daar al kampioenen tussen als Swiss Account, All The Time en de nieuwe Amerikaanse mega-vedette Southwind Frank."
Ook volgens Mollema is het kopieren van een bepaalde kruising geen garantie op succes: "Er zijn vele golden-crosses in drafsportland. Je kijkt vaak naar het pedigree van een crack en probeert dezelfde uitkomst te creëren. De kans op een topper is dan groter, maar dat het fokproduct net zo goed wordt als het voorbeeld is absoluut geen zekerheid. Uit onze eigen fokkerij hebben wij een hengst van Muscle Hill uit een topgefokte Varenne-merrie, die bovendien van een Pine Chip-moeder is. Dat is dus een kopie van het pedigree van Mission Brief. In Amerika moet je de dochters van Varenne met een vergrootglas zoeken, dus dat daar zo'n topper uit voortkomt is best bijzonder."
Volgens Thijs van Dijk is de golden-cross een gedateerd begrip: "Vroeger zweerde men bij kruisingen tussen Speedy Crown en Super Bowl-merries of Valley Victory en zonen met Speedy Crown- en Pine Chip-merries. Dit zijn de ouderwetse golden-crosses en niet meer van deze tijd. De evolutie, zeker met dekhengsten, gaat tegenwoordig razendsnel. Breek je als hengst niet in je derde jaar door dan wordt je afgeschreven. Vroeger was de houdbaarheidsdatum van vaderpaarden langer en kon je door de aantallen ook veel beter beoordelen of er daadwerkelijk sprake was van een golden-cross.

Dekhengsten
Ready Cash zal ook komend dek- en veilingseizoen in de mode zijn. De zoon van Indy de Vive heeft alweer 6 zonen die in Frankrijk ter dekking staan. Onze panelleden bestempelen Muscle Hill, Cantab Hall, Love You en Timoko ook als `hot'. De veulens van Bold Eagle, Trixton en Father Patrick zullen volgens Bootsman ook uiterst gewild zijn bij `private' verkoop. Voor de fokkers die niet de trend willen volgen zijn er nog genoeg alternatieven. Huls en Van Dijk zijn heel benieuwd naar de productie van Robert Bi, een hengst waar zij hoge verwachtingen van koesteren. De gebroeders Van der Klij hebben een paar interessante nieuwkomers op de korrel: "Wij zien vooral Trixton (Muscle Hill x Garland Lobell) en The Bank (Donato Hanover x Viking Kronos), hun bloedlijnen zijn echt geweldig. Zij zijn een aanwinst voor de fokkerij. Wij zullen ze in ieder geval gaan gebruiken voor een aantal van onze fokmerries."
Bootsman is ook Triumphant Caviar opgevallen, een zoon van SJ's Caviar die in Amerika een goede start heeft gemaakt in de fokkerij. "Kijkend naar de `rookies' in de USA heeft hij het gewoon boven verwachting goed gedaan. Met `rookies' bedoel ik de eerstejaars-hengsten wiens tweejarigen hun debuut hebben gemaakt in 2015. Hij is onbekend bij het grote publiek, heeft een record van 1.09,4 en een winsom van US$ 800.000. Ik noem hem wel met een kanttekening: zijn nakomelingen uit een kleine jaargang waren dominant in alle Sire-Stakes koersen maar wonnen geen grote koersen op het Grand Circuit."

Fokkers die kiezen voor het hoogste segment maar met het laatste dubbeltje willen omdraaien, kunnen volgens Huiberts beter uitwijken naar Frankrijk. "Voor Noord-Amerikaanse hengsten betaal je de volle mep in dollars. Als je niet met een TF-merrie komt, dan zijn de Franse hengsten voor ons veel goedkoper."
Mollema: "In mijn optiek zijn de meeste hengsten veel te prijzig, zeker in verhouding tot ons prijzengeld. Het is met de dekhengsten hetzelfde als met de mode. Als iets `hot' is, dan betaal je de hoofdprijs. Ik heb zelf een aantal dekhengsten in mijn bezit en probeer altijd aan de fokkers te denken bij de kosten van dek- en veulengeld."
Virgill Boko, die dit jaar wederom live ter dekking staat bij de Flevofarm, is met € 1.750 veulengeld het koopje van het jaar aldus zijn fokker. Dion Tesselaar trainde veel van zijn producten zoals Exceptional, Edna, Fame, Giorgio en Gently Boko. Hij is eveneens enthousiast over de nakomelingen van Virgill: "Het zijn allemaal harddravers. In vergelijking met hun jaargangsgenoten blinken ze bovendien uit met hun lage hartslagen:"
Ook Prodigious is met € 3.000 veulengeld zeker de moeite waard volgens Huls. De prijsbewuste fokker krijgt ook een gratis tip van Van der Klij. "Tot ongeveer € 2.500 kies ik voor Ken Warkentin. Hij staat dan wel niet in de top-3 in Zweden, maar heeft elk jaar zijn plek in de top 10. Wil je iets meer uitgeven dan denk ik aan Muscle Mass. Hij kost ongeveer € 6.000 en zijn statistieken zijn erg goed. Als je naar zijn Zweedse cijfers kijkt dan zie je kleine jaargangen die erg succesvol zijn."



STELLINGEN
• Snelle generatiewisselingen zorgen voor verbetering van het draverras.

Deze stelling past precies in de fokfilosofie van Bootsman. De meeste panelleden sluiten zich hier bij aan, maar Van der Klij is iets kritischer: "Of het voor snellere verbetering zorgt weet ik niet. Het is wel een gevolg van de markt. Kopers en fokkers willen nieuwe commercieel aaritrekkelijke vaderpaarden. Vandaar dat er dus vaak nieuwer bloed wordt gebruikt."
Huiberts denkt dat kwaliteit belangrijker is dan snelle generatiewisselingen. "Vaak zijn de zoons niet beter dan hun vader en dan helpen snelle generatiewisselingen niet. Deze theorie geldt alleen voor een ras in opbouw of een ras met problemen. De USA-fokkerij heeft in mijn ogen haar plafond bereikt, dus daar helpen snelle generatiewisselingen weinig meer. Als de genenpool te klein is geworden, moet men juist voor kwaliteit en gezondheid gaan."

• De huidige harddraver is bijna uitgeëvalueerd. De focus in de fokkerij moet verlegd worden naar een goed exterieur voor een duurzaam en gezond individu.

Van der Klij: "Natuurlijk is het zo dat ergens het plafond bereikt gaat worden. Ik denk echter dat er nog terrein valt te winnen wat betreft het samenbrengen van factoren die zorgen voor succes en verbetering. Ik denk hierbij aan exterieur, karakter, trainingsmethode, verzorging en voer." Ook Mollema ziet mogelijkheden voor verbetering, maar dan vooral op fokkerijgebied. "Bijvoorbeeld door meer te gaan kruisen met de betere Franse bloedlijnen, waardoor je een veel bredere genenpool creëert."
Volgens Bootsman is verbetering van het ras een eeuwigdurend proces: "De evolutie zal altijd doorgaan. En ik probeerde vroeger, probeer nu, en zal ook in de toekomst altijd als doel hebben gezonde en duurzame paarden te fokken! Dat ik soms, als ik terugkijk op een Boko-individu of hele jaargang Boko-veulens, tot de conclusie kom dat deze keuze(s) achteraf niet zo goed bleken uit te pakken, dat is een ander verhaal. Zo zijn er bijvoorbeeld sommige hengsten, waarin je eerst een groot vertrouwen had, die achteraf bijvoorbeeld veel beenproblemen blijken te vererven. Idem dito bij fokmerries. Dat een keiharde merrie als Rae Boko, zelf een groot kampioene, louter nakomelingen heeft gebracht met veel 'gebreken', dat blijven de mooie kanten van dit vak. Er zijn geen zekerheden. De volle zus van Rae Boko, Shae Boko, was een veel minder goed koerspaard maar blijkt in de fokkerij tien keer beter te vererven!"
Van Dijk is van mening dat je focus in de fokkerij afhankelijk is van je doelstelling. "Je fokt commercieel of voor eigen gebruik. Als je technisch fokt, dan is een goed exterieur altijd de maatstaf. Fok je commercieel dan is de opbrengst op de veiling de maatstaf. In het laatste geval volg je de trends met het risico dat dit ten koste gaat van de duurzaamheid. Voor mij als fokker is het duidelijk dat ik sowieso een gezond individu wil fokken, net zoals de meeste fokkers denk ik."

• Outcross-fokken is de toekomst in plaats van inteelt. Een paard als Timoko die vanaf zijn tweede tot en met zijn tiende levensjaar op het allerhoogste niveau acteert, dat is de maatstaf.

Mollema, Huls, Van Dijk en Huiberts zijn het eens met deze stelling. Van der Klij twijfelt: "Dit vind ik een moeilijke stelling. Er zijn zoveel voorbeelden van succespaarden met verschillende bloedlijnen, zowel outcross als inteelt."
Bootsman ziet ook niet direct een causaal verband tussen outcross-fokken en succes: "Tja, wanneer noem je een kruising `outcross'? En als je Frankrijk aanhaalt: Ready Cash is zelf 4x4 op Florestan ingeteeld en zijn zoon Bold Eagle nog eens 3x4 op Workaholic! Het is mij te eenvoudig om enkele voorbeelden uit Frankrijk aan te halen en dan hun successen te gooien op 'outcross'. De fokkerij in Frankrijk is vooral zo succesvol omdat daar de `kracht van de massa' geldt. Hun topper van enkele jaren geleden, Rapide Lebel, werd veelal `geroemd' om zijn outcross-lijnen maar is voor mij een schoolvoorbeeld van `kracht van de massa'. Wat een verschrikkelijk arme moederlijn zat daar achter. En dan is Rapide Lebel qua bloedvoering evengoed nog 4x6x6 ingeteeld op Star's Pride, verder ingeteeld op Speedster, Florican en voert ook nog bloed van onder andere Speedy Somolli en Nevele Pride."

• De opfok is minstens net zo belangrijk als het pedigree.

Bootsman, wiens opfok bekend staat om zijn professionele en harde aanpak, is het hier helemaal mee eens. Mollema, die eveneens door heel Europa toppers heeft gefokt, noemt het de bouwstenen in het fundament van het koerspaard. Van der Klij: "Het een kan niet zonder het andere. Een paard met `minder klasse' zal niet door de opfok verbeteren. De opfok moet goed zijn om het paard optimaal klaar te stomen om als jaarling beleerd te gaan worden. Elk op zijn eigen niveau. Wel is een slechte opfok nadelig voor latere prestaties."

• De invloed van het vaderpaard wordt vaak overschat, de merrie is doorslaggevend.

Mollema: "Mee eens, de invloed van de merrie is fictief op 80% te stellen, de hengst moet dan de laatste 20% brengen om een 100% product te krijgen. Een hengst moet naar mijn mening hiervoor een ras verbeteraar zijn."
Van der Klij is het hier mee eens, maar hamert wel op de meerwaarde van een combinatie. "De merrie is volgens mij inderdaad belangrijker. Wel denk ik dat het de kunst is om de juiste match te vinden. Kijk bijvoorbeeld naar Ineke P Boko en Express Ride, dat was een gouden duo."
Bootsman kan hier over meepraten. " Het allerbelangrijkste is dat je als fokker een kruising zoekt waar je de eigenschappen van de merrie complementeert met eigenschappen van een hengst. Een voorbeeld om dat te duiden, Timo Nurmos en ik zaten in het voorjaar van 2012 de producten van `onze' dekhengst Make It Happen te analyseren. We zijn beide voor 10% deel-eigenaar van deze hengst. Toen zei Timo het volgende: "Iedere trainer en rijder in Zweden is wijs met de nakomelingen van Make It Happen. Ze hebben bijna allemaal een goede instelling, een zeer goede draf en de absolute wil om te winnen. Alleen vererft hij vaak paarden zonder een echte motor". Dat knoopte ik goed in mijn oren en trok er lering uit door mijn merrie Vanilla Boko door Make It Happen te laten dekken. Vanilla Boko is qua exterieur niet mijn mooiste merrie maar wel gezegend met een geweldige motor! Uit deze kruising kwam in 2013 Gareth Boko. Nu is hij het eerste paard ooit dat als tweejarige in Zweden meer dan 2 miljoen SEK bij elkaar heeft gelopen."

• Bij het kiezen van een vaderpaard wegen de prestaties zwaarder dan het pedigree.

Over deze stelling zijn onze panelleden het eigenlijk wel eens, maar toch leggen ze de nadruk op een ander aspect. Bootsman stelt prestaties altijd boven pedigree, net zoals Huiberts en Van der Klij. Huiberts: "Vroeger hechtte ik meer belang aan het pedigree, bijvoorbeeld het broertje van... Nu ben ik ervan overtuigd dat prestaties en exterieur voor een vaderpaard zwaarder wegen. Maar hij moet geen toevalsproduct zijn." Mollema gebruikt het laatste als argument om juist het pedigree de veto te geven. "Bij de keuze van de hengst is het pedigree voor mij het belangrijkst. Dit omdat een hengst met geweldige prestaties en dito winsom zonder een goed pedigree vaak het gevolg is van een toevalstreffer en daardoor voor mij niet interessant is om mee te gaan fokken."
Van Dijk vindt dat pedigree en prestaties allebei niet de doorslag geven. Volgens hem gaat het erom dat een vaderpaard qua karakter en draverskwaliteiten past bij je fokmerrie. Uiteindelijk lijkt 'een goed gevoel' hebben bij een hengst, zoals Van der Klij het verwoord, misschien wel het meest belangrijk. Hoe goed je een keuze ook kan beredeneren, elke fokker heeft zijn eigen persoonlijke voorkeur en dat is juist de charme. Niemand heeft immers de wijsheid in pacht.

• De Frans-Amerikaanse mix is de meest ideale bloedvoering van een harddraver.

In theorie is de mix tussen twee stamboeken nastrevenswaardig, zo stelt Huls. "Zo combineer je de longen van een Fransman met de pit en vroegrijpheid van een Amerikaan." Ook Huiberts is een bekend voorstander van deze mix: "Een brede genenpool met het beste van twee rassen geeft de mogelijkheid van forse verbeteringen en de resultaten zien we nu overal in Europa."
Die laatste stelling wordt door Bootsman in twijfel getrokken: "In mijn huidige `thuisland' Zweden heb ik alle grote nummers van 2015 geanalyseerd. Dan valt op hoe overschat de `mythe' keer-op-keer weer is dat alle toppers in Zweden Frans-Amerikaans gefokt zouden zijn. Ik denk dat Readly Express dit jaar de enige in die categorie is. Kampioenen als Nuncio, Magic Tonight, Delicious, Ruby Trap, Volstead, Conlight As en mijn eigen Gareth Boko hebben echt geen druppel Frans-bloed in zich." Bootsman prefereert net als Van der Klij en Van Dijk Amerikaanse bloedvoering. Bootsman stelt dat de goede Franse dravers steeds meer neigen naar Amerikanen. "Alle zogenaamde `Franse dravers' voeren Amerikaans bloed (gemiddeld over alle TF-paarden is dit 62% origineel Frans-bloed en 38% USA-bloed) en de recente nieuwe lichting `toppers' in Frankrijk voeren zelfs een nog hoger percentage Amerikaans bloed!"
Van Dijk vindt het geen goede zaak om puur Frans te promoten, omdat de kans op succes relatief laag is. "Per jaar worden er 12.500 veulens geboren in Frankrijk en het startpercentage is nog steeds circa 45%. Door het kunstje van Dubois is dat percentage verhoogd, maar naar mijn mening ligt het startpercentage puur Frans zelfs lager clan 40%."
Mollema, die succes heeft gehad met beide fokrichtingen, nuanceert de discussie: "In onze fokkerij maken we zowel gebruik van 100% Amerikaans als van de Frans-Amerikaanse mix. Paarden zoals Unforgettable, Rise and Shine, Until the End, Expo Express, Open The Sky, New Creation en Uncle Joe's Jet komen uit deze fokrichtingen. Je dient het beste uit alle bloedlijnen te halen, ongeacht hun afkomst"



© Copyright Fokkersvereniging 2016