Extra zorg voor de fokmerrie


Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Nummer 11-2019 (de Breeders Special) van het blad "Draf&Rensport"

door Jan Kraak, dierenarts

Titel: Extra zorg voor de fokmerrie

Het is niet de eerste keer dat we schrijven over de voeding van fokmerries. Maar een juiste voeding, speciaal in de laatste maanden van de dracht, is dan ook van groot belang. Dat neemt natuurlijk niet weg dat onze paarden het hele jaar door een goede conditie moeten hebben . En goed betekent dan zeker niet 'lekker vet', maar uiteraard ook niet te mager. Een goede leidraad voor het beoordefen van een juiste conditie is te vinden op het internet door te zoeken bij: "Body Condition Score".

Altijd buiten
De drachtige merrie kan goed het hele jaar buiten in de wei lopen. Met enige beschutting en voldoende droge grond en idem ligplaatsen kan dat heel goed, zelfs beter dan in een kleine en bedompte stal. In de wintermaanden moet dan goed ruwvoer worden bijgevoerd en afhankelijk van de kwaliteit daarvan, wat onderhoudsbrok. Maar blijf de conditie in de gaten houden. Zelfs als er geen brokken worden gevoerd ligt overgewicht op de loer. Paarden blijven immers graag de hele dag door wat knabbelen. Voor controle op conditie kunnen we weer de eerder genoemde Body Condition Score hanteren. Dat een goede voeding in de laatste maanden van de dracht zo belangrijk is, komt omdat dit mede bepalend is voor een gezond veulen en een later goed presterende draver.

Waar op letten en waarom
Om te beginnen moeten we ons al realiseren wat de kwaliteit is van het ruwvoer, de basis van het rantsoen. Komt het gras, hooi of kuilvoer van een mineraalrijke grond of van een arme grondsoort. Is het ruwvoer afkomstig van nog jong eiwitrijk gras van een goede bodemsoort of is het grofstengelig en van een arme grond. In het eerste geval kan de merrie snel te veel conditie krijgen en ligt hoefbevangenheid op de loer. In het tweede geval kan zich een te kort aan mineralen voordoen. Om een goed voedingsschema op te stellen is dus een analyse van het ruwvoer noodzakelijk.

Tweede helft van de dracht
Vanaf het tweede gedeelte van de dracht wordt de behoefte aan calcium, magnesium en fosfor groter. Voor de botopbouw en groei van het veulen zijn calcium en fosfor nodig, maar de verhouding waarin het wordt gegeven is zo mogelijk nog belangrijker. De verhouding van Ca: F = 1.5 : 1

Boven: Een hoogdrachtige fokmerrie bij Boko Stables.


De laatste drie maanden
In de laatste drie maanden van de dracht is een extra gift van koper, mangaan en zink van belang. Koper is onder andere essentieel bij het voorkomen van OCD en is het dus belangrijk om daar op te letten. Daarnaast heeft de hoogdrachtige merrie behoefte aan voldoende Vitamine A voor verhoging van de weerstand bij het veulen en Vitamine E, in combinatie met selenium, voor de spierontwikkeling van het veulen en loslaten van de nageboorte bij de merrie. Het veulen neemt de laatste maanden van de dracht veel ruimte in in de buik van de merrie. Om koliek en verstoppingen bij de merrie te voorkomen moet ruwvoer van fijne kwaliteit en in geringere hoeveelheden, verspreid over de dag, worden gegeven.

Na de geboorte
De melkproductie neemt als het goed is geleidelijk aan toe. Als er nog geen vers, jong gras beschikbaar is kan de eiwitopname te gering zijn. Door te zorgen voor voldoende aanvulling met merriebrok en eventueel veulenbrok kan een tekort worden voorkomen. Een geleidelijke ontwikkeling in groei is belangrijk. We moeten vermijden dat een veulen van uit een groeiachterstand aan een groeispurt begint. Dat zou kunnen als de merrie met veulen bijvoorbeeld opeens in een jonge weide gebracht wordt. Een disbalans in opname van energie, eiwitten en mineralen houdt het risico in van botontwikkelingsstoornissen, met mogelijk blijvende gevolgen.
Vermijd dus in alle gevallen abrupte overgangen in wijzigingen van het rantsoen. Uit de humane sportwereld en inmiddels ook uit de paardensport weten we dat een optimale voeding van essentieel belang is. Het kan net het verschil maken tussen winst en verlies. Om aan het eind vooraan te lopen is aandacht in het vroegste stadium dus al van grote importantie.

Uw voedingsspecialist en dierenarts kunnen u ongetwijfeld adviseren indien er twijfels zijn.

Informatie is ook in te winnen op:
www.voedingsadviespaard.nl
www.voervergelijk.nl

open het artikel van Hans Huiberts over: geslachtscellen en bevruchtingspercentages

open het artikel van Jan Kraak over: te dikke/vette paarden

terug naar de artikelen

terug naar het Nieuws



© Copyright Fokkersvereniging