Een ziek veulentje?

Artikel gepubliceerd in de Breeders Special 2020 van het blad Draf&Rensport
nr. 11 d.d. 12 maart 2020

door Jan Kraak (dierenarts)

Besmetting met de bacterie Rhodococcus equi

"Dagelijks geniet je van jouw pasgeboren veulentje. Het begon al een jaar daarvoor met het uitzoeken van het beste vaderpaard voor jouw goed gefokte merrie. Het eerste positieve nieuws was dat de merrie drachtig was. En nu maar afwachten. De geboorte verliep voorspoedig, het veulentje stond al snel overeind en dronk dat het een lieve lust was. Samen met de merrie geniet het veulentje al een paar weken tijdens de dagelijkse weidegang van een lekker voorjaarszonnetje. Tevreden en vol verwachting naar de toekomst hang ik over het hek. Maar o wee, wat is dat, zie ik dat goed? Het lijkt of het veulen wat stiller is, niet meer dat dartele laat zien van de dagen daarvoor. Op stal maar eens de temperatuur opnemen. Daar blijkt de temperatuur 38,6 C te zijn, hetgeen voor een veulen (nog) niet verontrustend is. Wel lijkt het of de ademhaling wat moeizamer is en ook klinkt er soms een hoestje. De volgende dag is de koorts gestegen, 40 C, met een zwaardere ademhaling en met het oor op de ribwand van het veulentje zijn reutelende geluiden te horen. Nu maar snel de dierenarts bellen. "

De bacterie Rhodococcus equi
Wat kan hier aan de hand zijn? Een besmetting met Rhodococcus equi bacterie, naar later zal blijken. Deze is eigenlijk pas na 2000 in Nederland geconstateerd. Uit onderzoek is gebleken dat de bacterie bij veel paarden en ook veulens in de darm kan worden aangetroffen. Een deel daarvan is niet pathogeen, dat wil zeggen niet ziekteverwekkend, maar een ander deel wel. Met de mest komt de bacterie op de bodem terecht en vermeerdert zich daarin het beste bij een temperatuur van ca. 30 C. Uit onderzoek is ook gebleken dat zowel paarden als veel veulens de bacterie wel bij zich hebben maar gewoon gezond zijn. Er zijn echter ook kwaadaardiger stammen waarvan de veulens wel ziek worden.

Besmetting
De besmetting van het veulen komt vooral door de inademing van besmette stofdeeltjes uit de mest en vanuit droge en stoffige grond, maar ook door inademing van besmette druppeltjes afkomstig van besmette andere paarden in vochtige, benauwde en warme stallen.

Ziekteverschijnselen
De ziekte doet zich voor bij veulens in de leeftijd van 1 tot bijna 6 maanden. Enige tijd na de besmetting treden de ziekteverschijnselen op. Afhankelijk van de aanwezigheid van antistoffen worden de veulens eerder of later ziek na de besmetting. Eerst zien we een versnelde ademhaling en koorts. Feitelijk is dat nog niet specifiek voor een besmetting met deze Rhodococcus equi. Na dagen zien we een pompende ademhaling en gaat het veulen meer hoesten met een al of niet etterige neusuitvloeiing. Veulens die ziek zijn krijgen een zware longontsteking met abcesvorming in de longen. Daarnaast kan een darmontsteking ontstaan, evenals in zeldzame gevallen een ontsteking aan een of beide ogen. Eveneens zelden voorkomend zijn kreupelheden bij veulens, die overigens geen ziekteverschijnselen hoeven te vertonen. Kreupelheid wordt in zulke gevallen veroorzaakt door ontstekingen in of rondom het heup- of spronggewricht. Door de aanwezigheid van antistoffen bij de jonge veulentjes treedt sterfte meestal op bij de iets oudere veulens.

Diagnose
In het bloed wordt gekeken naar de hoeveelheid witte bloedlichaampjes de leukocyten. De bepaling daarvan moet echter na enige dagen herhaald worden om te zien of er sprake is van stijging. De bacterie kan ook gekweekt worden uit neusuitvloeiing, of liever nog uit vocht verkregen na spoeling uit de diepere luchtwegen. Ook kan een monster voor kweek uit een abces genomen worden. Abcessen in de longen moeten dan wel eerst via echo- of rontgendiagnostiek worden vastgesteld en bemonstering bij het nog levende veulen is met de eerste keus. Een hele snelle methode is het aantonen via de PCR methode. Met deze bepaling wordt de bacterie aangetoond in materiaal dat verkregen is door een neusswab of luchtwegspoeling. De uitslag van dit onderzoek volgt na 2 dagen.

Behandeling
Om tot een succesvolle genezing te komen is een vroegtijdige diagnose met idem behandeling van levensbelang. De kweek van de bacterie en aansluitende gevoeligheidsbepaling voor een antibioticum kan zeer bijdragen aan een herstel. Meestal zal een combinatie van twee antibiotica gegeven moeten worden en dat vaak gedurende een aantal weken.

Preventie
Door het veelvuldig voorkomen van de bacterie is het noodzakelijk dat het management op de grotere paarden(op)fokbedrijven goed op orde is. En dat geldt uiteraard voor alle paardenhouderijen. Plaats de veulens alleen in kleine groepen bij elkaar. Verwijder de mest zoveel mogelijk uit boxen en paddocks. Zorg voor goede ventilatie in de stallen. Zorg voor voldoende gras op de weide en voorkom dat de veulens op kale plaatsen in de wei komen. Bij droogte dienen de kale en stoffige plaatsen nat gehouden te worden. Op de juiste momenten ontwormen is van belang en wanneer een veulen toch ziek wordt, isoleer deze dan zo goed mogelijk van de rest. Hoewel er in het verleden wel aan een vaccin gewerkt is, is er momenteel geen vaccin voorhanden. Een serum met antistoffen bestaat wel, maar de resultaten zijn echter gering.

Wees als fokker dus steeds alert!

© Copyright Fokkersvereniging 2020