Het opvoeden van een veulen




Artikel gepubliceerd in het blad HBVB (Het Beste Voor Beesten), jaargang 9, uitgave 26-2020.
Blad voor professionals die met dieren werken. Uitgegeven door Aeres MBO en Trainingscentrum te Barneveld.
Website: www.aerestrainingcentre-barneveld.nl
onderstaande is met toestemming overgenomen.

Interview met Louise Gademan, paardengedragsdeskundige en docent

Het voorjaar betekent een nieuw begin voor veel fokkers en nog meer voor merries. Zo'n vrolijk veulentje in de wei, wie wordt daar nu niet blij van? "Nou...", zegt paardengedragsdeskundige en docent Louise Gademan, "als het inderdaad gaat om een veulentje, moet je er toch van uitgaan dat met name dat veulen soms niet vrolijk wordt. Veulens zouden moeten opgroeien in een groep soortgenoten. Daar varen ze - zowel lichamelijk als 'tussen de oortjes' - wel bij."

Eigenlijk kun je het jezelf wel voorstellen dat mensen hun veulen 'voor zichzelf' willen houden. Zo'n schattig diertje dat gezellig met zijn moeder in het weitje bij je huis loopt. De kleinkinderen spelen er zo leuk mee en het is een guitig gezicht als het veulen achter ze aan dartelt, bij ze op schoot kruipt of als een hondje tegen ze opspringt...
Wellicht valt er bij jou, na het lezen van dat laatste woord in de vorige zin - behalve dat kleinkind - ook een kwartje?

"Een veulen sufknuffelen is voor dat dier helemaal niet goed", zeg Louise "maar ermee spelen als een hondje is echt uit den boze. Een paard dat in zijn jongste jaren leerde dat het leuk is om achter mensen aan te rennen, op ze te gaan liggen en tegen ze aan te springen begrijpt echt niet dat mensen dat niet meer leuk vinden als hij anderhalf is en honderden kilo's weegt. En dan denk je misschien: Ach, met ons Shetlandveulen kan dat wel. Maar als je weet dat een volwassen Shetland pony toch honderd tot driehonderd kilo weegt, begrijp je dat spelen met een veulen levensgevaarlijk is. Of beter gezegd: wordt."

Inprenting
In de eerste twee dagen van zijn leven doorloopt een veulen zijn inprentingsfase. Louise legt uit: "Alles wat hij in die periode leert wordt onomkeerbaar vastgelegd. Het veulen leert hoe hij moet gaan staan, wie zijn moeder is en hoe hij haar uier vindt. Er zijn mensen die denken: in die inprentingfase moet ik erbij zijn, want alles wat hij dan leert vergeet hij niet meer. Ze leggen een veulen van een dag oud een dekentje op, laten hem het scheerapparaat horen, maar ik zeg: niet doen. Als je op zo'n jonge leeftijd met dat veulen aan het tutten gaat, raakt het diertje overprikkeld en komen de zaken die hij wel moet leren in het gedrang. Hij moet een band met zijn moeder opbouwen in die periode, niet met jou. Als jij na die twee dagen, drie keer per dag maximaal vijf minuten het veulen opzoekt en even met hem bezig bent, is dat genoeg. Doe hem een halstertje om, leer hem aan het halster meelopen, aai en borstel hem, til zijn voetjes op. Dat is echt genoeg om ervoor te zorgen dat hij jou leert kennen. Gun jouw veulen vooral de tijd met zijn moeder. Die heeft hij harder nodig dan jouw getuttel en gezelschap."

Potveulen
Natuurlijk kan het gebeuren dat een merrie overlijdt en de eigenaar van het moederloze veulen geen andere keuze heeft dan het veulen met de fles grootbrengen. "Wanneer je dat niet goed aanpakt, kan zo'n veulen opgroeien tot een paard dat levensgevaarlijk is", vertelt Louise. "Een veulen dat niet of nauwelijks contact heeft met soortgenoten leert de paardentaal niet en wordt nooit door soortgenoten terechtgewezen. Zo'n veulen voelt zich eerder mens dan paard en gezien het feit dat paarden en mensen zo'n vijfhonderd kilo in gewicht kunnen schelen, kun je je wellicht voorstellen dat dat voor de mens ongezond wordt. Stel dat je zo'n paard later in een kudde bij andere paarden zet, krijgt hij ook daar nog eens de volle laag. Omdat hij de paarden niet begrijpt en zij hem niet. Zo kun je dus, met de beste bedoelingen van de wereld, van jouw moederloze veulen een doodongelukkig paard maken."

Op onze logische vervolgvraag, wat je dan moet doen als je veulen moederloos wordt, zegt Louise: "Er zijn databanken waarje op zoek kunt gaan naar een pleegmoeder voor moederloze veulens. Het is van levensbelang dat het veulen biest krijgt. Het klinkt cru, maar in de meeste gevallen kun je ook een overleden merrie melken. De dierenarts kan je wellicht helpen om een merrie te vinden die biest over heeft, of jou adviseren over het geven van ingevroren biest of kunstbiest. Als het niet lukt om een pleegmoeder te vinden en je moet het veulen zelf blijven voeden, zorg er dan voor dat jij enkel voedt, en dat het veulen opgevoed wordt door soortgenoten. Dus niet knuffelen, tutten en spelen, want precies dat is de reden dat veel flessenveulens later afwijkend of gevaarlijk gedrag vertonen."

Spenen
Louise vertelt dat een veulen in de eerste fase van zijn leven voldoende heeft aan zijn moeder, maar dat het daarna belangrijk is dat hij opgroeit in een groep met andere merries en veulens. "In zo'n groep gaat het veulen steeds verder bij zijn moeder vandaan, speelt hij met andere veulens waardoor hij zijn spieren en botten ontwikkelt. Maar nog belangrijker: hij ontwikkelt zijn 'paard zijn', hij leert grenzen respecteren, en hoe hij met andere paarden hoort te communiceren. "Als het veulen ongeveer een half jaar oud is, wordt hij meestal gespeend. Louise legt uit dat het belangrijk is dat het scheidingsproces niet te vroeg begint ("drie maanden is te vroeg") en dat het belangrijk is dat het spenen geleidelijk gebeurt. "Als je een veulen van de ene op de andere dag bij zijn moeder weghaalt is dat voor zowel moeder als kind een traumatische gebeurtenis. Het is wetenschappelijk bewezen dat veulens die jong en abrupt van hun moeder gescheiden werden, als volwassen paard vaak verlatingsangst ontwikkelen."

Leren van andere paarden is een levensbehoefte
Louise: "Leren van andere paarden, dat is ook voor jaarlingen en twenters (tweejarige paarden - red.) een levensbehoefte. Als het jonge paard geluk heeft komt hij nadat hij gespeend is terecht bij een opfokstal met groepshuisvesting. Het beste is het als het paard daar samenleeft met paarden van verschillende leeftijden. Op veel opfokstallen schuiven de paarden elk jaar een hokje door en leven ze een jaar of drie samen met paarden die even oud zijn. Dat heeft een belangrijk nadeel: Stel dat jouw paard een baasje is. Zo'n dominant veulen leert dan drie jaar lang dat, als hij eraan komt, iedereen aan de kant gaat, en dat hij 'king of the world' is. Dat kunnen moeilijke paarden worden als je moeilijk als je ze straks wilt gaan beleren, ze kunnen vaak moeilijk leiding accepteren. Aan de andere kant zal het onderdeurtje van de groep ook drie jaar lang de gebeten hond blijven. Dat is niet goed voor zijn zelfvertrouwen. Paarden die hun hele jeugd laag in rang staan, blijven vaak bang en onzeker."

Samenvattend mogen we stellen dat paarden, die in een groep opgroeien, zaken leren die later onontbeerlijk zijn. Ze leren iemands ruimte te respecteren, ze leren wijken voor druk. Daar kun je op doorborduren wanneer het paard een jaar of drie is en je hem wilt gaan beleren. Louise vertelt dat paarden, die dit natuurlijke leerproces niet hebben doorlopen, dusdanig gevaarlijk kunnen worden dat ze moeten worden afgemaakt. "Dat is heel droevig, zeker ook omdat de intentie van de eigenaren van zo'n paard vaak alleen maar goed waren. Als ik moet kiezen wie ik wil gaan beleren: Een wilde hengst van 1,80 uit een natuurgebied, die de eerste drie jaren van zijn leven geen mens heeft gezien, of een ponymerrie van 1,40 die is gekoesterd en opgevoed door mensen, dan kies ik voor die hengst. Dat is veiliger dan dat paard dat nooit heeft geleerd hoe hij paard moet zijn."


© Copyright HBVB (e.mail: atc.barneveld@aeres.nl)