Twee seconden sneller?

door Hans Huiberts


Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de Breeders special 2008 van het blad "Draf&Rensport"

Het symposium van de TwoCompanions, in september vorig jaar, had deze titel. De meeste aanwezigen dachten dat het binnenkort nog wel enkele seconden sneller zou gaan, inclusief de inleider Dean Hofmann. Laatstgenoemde wijdt zijn column in de Hoof Beats van januari j.l. aan dit onderwerp en het symposium en hij meldt daarin dat "een van de aanwezigen opstond en het niet met me eens was. Deze man was zeer rationeel en intelligent, en zei dat hij geloofde dat er simpelweg een limiet moest zijn aan de snelheid van de harddraver". En aan het einde van de column stond: "dat de pessimisten altijd ongelijk hebben gehad en dat het altijd nog sneller zal gaan. Dit heb ik de man op het seminar in Holland ook verteld." (einde citaat).
Die man was ik dus. Dit kan ik natuurlijk niet laten zitten, dit vraagt om een weerwoord. Het enige argument van de JA-stemmers was dat het altijd sneller is gegaan en dat dit dus wel door zou zetten. Nou, dat vind ik een zwaktebod en ik zal mijn argumenten in dit artikel op een rijtje zetten. Met aan het einde mijn ideeën over hoe het misschien nog wel twee seconden sneller zou kunnen.
Dit is een heel technisch verhaal geworden, u bent gewaarschuwd, maar ik hoop ook een leerzaam verhaal.


Waarover praten we?

Allereerst moeten we natuurlijk even afbakenen waar we het over hebben. Het tweejarigenrecord? In de USA zijn de tweejarigen al bijna net zo snel als de oudere paarden. Daar worden ze speciaal voor (op)gefokt en voorbereid. Dat is de consumptiemaatschappij van snel geld maken en de volgende pakken. De paarden moeten zo vroeg mogelijk veel geld verdienen en binnen anderhalf jaar (!) wordt de carrière van de meeste toppers al beëindigd, want daarna is in de fokkerij nog meer geld te verdienen. In Europa kunnen we met onze tweejarigenrecords nog wel even vooruit. Gelukkig wordt daar op ons continent (nog) niet zoveel waarde aan gehecht. Op latere leeftijd is hier veel meer geld te verdienen en eer te behalen.
Frappant was dat enkele maanden geleden op een warme middag op The Red Mile in Lexington KY (USA) het wereldrecord werd gelopen door twee paarden aan het einde van hun carrière: eerst door de 7-jarige Zweedse merrie Giant Diablo en even later geëvenaard door de driejarige Amerikaan Donato Hanover.
Bij mijn standpunt op het symposium doelde ik op het algemene wereldrecord (mijltijd) en ik neem aan dat dit ook voor de andere aanwezigen gold. En als je daarover praat moet er natuurlijk wel een tijdspanne aan worden gekoppeld, bijv. binnen 20 jaar.



Boven: Giant Diablo loopt hier haar Wereldrecord.

Wereldrecord

In de hieronder geplaatste tabel staat de ontwikkeling van het wereldrecord van de harddravers. We zien dat in de negentiende eeuw de progressie groot was. Er was veel te bereiken, want er moest nog een echt harddraverras ontstaan. Toen speelde de fokkerij een veel grotere rol dan nu. De invloed van de niet-harddravers onder de voorouders was groot, want ze stonden nog dichtbij in de stambomen. Aan het begin van de twintigste eeuw was het ras al veel fokzuiverder en zien we steeds kleinere sprongetjes van het wereldrecord. Tot 1938, toen het fenomeen Greyhound het record op 1.55¼ zette. Zijn record hield liefst 31 jaar stand, ondanks allerlei ras- en materiaalverbeteringen. Ik had Greyhound en zijn opvolger Nevele Pride wel eens onder gelijke omstandigheden tegen elkaar willen zien lopen. En dan Mack Lobell en Donato Hanover er ook nog bij. Het zou mij niet verbazen als Greyhound deze race zou winnen. Pas na dertien jaar werd Nevele Pride's wereldrecord verbeterd, maar dat was naar mijn mening meer een gevolg van externe factoren dan van rasverbetering. De meeste van zijn opvolgers hadden niet zijn klasse.
We zien dat sinds de eeuwwisseling Europa in opmars is: drie van de vijf verbeteringen zijn gedaan door incidenteel op de mijlsbanen van de USA startende Europese paarden. Het record van Enough Talk is gevestigd op een 2-mile-track, waarop tijdens de mijl slechts één bocht hoeft te worden gelopen en dat is een voordeel.



Boven: USA's paard van de 20-ste eeuw Greyhound.


Tabel: alle wereldrecords vanaf 1806.

jaar tijd paard lft afstamming
1806 2.58,9 Yankee    
1810 2.47,7 Boston Horse    
1821 2.46,7 Topgallant    
1826 2.43,5 Trouble    
1834 2.37,0 Sally Miller    
1838 2.36,6 Edwin Forest    
1838 2.35,9 Confidence    
1839 2.32,1 Dutchman    
1845 2.29,5 Lady Suffolk 10  
1849 2.28,5 Pelham 12  
1853 2.27,1 Highland Maid 6  
1856 2.24,5 Flora Temple 11  
1859 2.23,5 Flora Temple 14  
1859 2.22,1 Flora Temple 14  
1859 2.21,6 Flora Temple 14  
1859 2.19,8 Flora Temple 14  
1867 2.19,0 Dexter 9 Hambletonian 10 -
1867 2.17,2 Dexter 9 Hambletonian 10 -
1871 2.16,9 Goldsmith Maid 14 Abdallah 15 - Old Ab
1872 2.16,8 Goldsmith Maid 15 Abdallah 15 - Old Ab
1876 2.16,4 Goldsmith Maid 19 Abdallah 15 - Old Ab
1876 2.16,0 Goldsmith Maid 19 Abdallah 15 - Old Ab
1876 2.15,6 Goldsmith Maid 19 Abdallah 15 - Old Ab
1876 2.14,8 Goldsmith Maid 19 Abdallah 15 - Old Ab
1876 2.14,0 Goldsmith Maid 19 Abdallah 15 - Old Ab
1876 2.13,2 Rarus 9  
1879 2.12,7 St. Julien 10 Volunteer - Flora / Harry Clay
1880 2.11,8 Maud S. 6 Harold - Miss Russel / Pilot Jr.
1880 2.11,8 St. Julien 11 Volunteer - Flora / Harry Clay
1880 2.11,3 St. Julien 11 Volunteer - Flora / Harry Clay
1880 2.10,8 Maud S. 6 Harold - Miss Russel / Pilot Jr.
1881 2.10,5 Maud S. 7 Harold - Miss Russel / Pilot Jr.
1881 2.10,3 Maud S. 7 Harold - Miss Russel / Pilot Jr.
1884 2.10,0 Jay-Eye-See 6 Dictator - Midnight / Pilot Jr.
1884 2.09,7 Maud S. 10 Harold - Miss Russel / Pilot Jr.
1884 2.09,2 Maud S. 10 Harold - Miss Russel / Pilot Jr.
1885 2.08,7 Maud S. 11 Harold - Miss Russel / Pilot Jr.
1891 2.08,2 Sunol 5 Electioneer - Waxana / General Benton
1892 2.07,1 Nancy Hanks 6 Happy Medium - Nancy Lee / Dictator
1892 2.05,2 Nancy Hanks 6 Happy Medium - Nancy Lee / Dictator
1892 2.04,1 Nancy Hanks 6 Happy Medium - Nancy Lee / Dictator
1894 2.03,7 Alix 6 Mambrino Chief -
1900 2.03,2 The Abbot 7 Chimes - Nettie King / Mambrino King
1901 2.02,8 Cresceus 7 Robert McGregor - Mabel / Mambrino Howard
1901 2.02,3 Cresceus 7 Robert McGregor - Mabel / Mambrino Howard
1903 2.00,0 Lou Dillon 5 Sidney Dillon - Lou Milton / Milton Medium
1903 1.58,4 Lou Dillon 5 Sidney Dillon - Lou Milton / Milton Medium
1913 1.57,9 Uhlan 9 Bingen - Blondella / Sir Walter jr.
1921 1.57,8 Peter Manning 5 Azoff - Gledora G. / Emmett Grattan
1922 1.56,8 Peter Manning 6 Azoff - Gledora G. / Emmett Grattan
1937 1,56,0 Greyhound 5 Guy Abbey - Elizabeth / Peter the Great
1938 1.55,2 Greyhound 6 Guy Abbey - Elizabeth / Peter the Great
1969 1.54,7 Nevele Pride 4 Star's Pride - Thankful / Hoot Mon
1982 1.54,1 Arndon 3 Arnie Almahurst - Roydon Gal / Super Bowl
1984 1.53,8 Fancy Crown 3 Speedy Crown - Fancy Donut / Noble Victory
1985 1.53,4 Prakas 3 Speedy Crown - Prudy Hanover / Star's Pride
1994 1.52,0 Pine Chip 4 Arndon - Pine Speed / Speedy Somolli
2001 1.51,2 Varenne 6 Waikiki Beach - Ialmaz / Zebu
2002 1.50,9 Victory Tilly 7 Quick Pay - Icora Tilly / Fakir du Vivier
2004 1.50,4 Tom Ridge 3 Muscles Yankee - Astoria Lobell / Joie de Vie
2007 1.50,1 Giant Diablo 7 Supergill - Giant Rythm / Valley Victory
2007 1.50,1 Donato Hanover 3 Andover Hall - D Train / Donerail
2007 1.49,6 Enough Talk 5 Enjoy Lavec - Fashion Setter / Donerail
2014 1.49,0 Sebastian K 8 Korean - Gabriella K / Probe

Wereld-snelheidsrecord

Misschien wordt het inzichtelijker als we praten over snelheid in plaats van mijltijden of kilometertijden. In de hieronder afgedrukte grafiek zijn de mijltijden van het wereldrecord omgerekend naar kilometers per uur. We zien verschillende sprongetjes, bijv. na 1890 toen de dravers gingen lopen voor lichte sulky's, voorzien van fietswielen met luchtbanden i.p.v. de grote houten/metalen wielen, die daarvoor gebruikelijk waren. Naast verbetering van het ras, hebben andere aspecten (harnachement, banen, voeding, etc.) altijd een grote rol gespeeld.
We zien de grafiek in de vorige eeuw vlakker worden, het gaat niet meer zoveel sneller. In de laatste decennia is er weer een sprongetje omhoog, veroorzaakt door vooral technische verbeteringen. Deze laatste zullen naar mijn mening in de toekomst steeds kleiner worden en dat zal ik hieronder toelichten.



Wereldrecords in km/h over 1.609 m vanaf 1780 tot heden.


Invloeden op records

Dean Hofmann noemde in zijn inleiding een aantal oorzaken waardoor het in de koersen steeds sneller is gegaan: betere paarden, betere drafbanen (mijlsbanen), betere sulky's, minder heat-draverijen, agressievere rijstijl door catch-drivers (zijn minder zuinig op hun paard dan trainer/pikeurs), betere trainingsmethoden, en wat men netjes "medische begeleiding" noemt. Bij dit laatste moet men o.a. denken aan gebruik van Lasix, anabole steroïden en bute, hetgeen in de USA is toegestaan.
Ik heb hierbij nog enkele toevoegingen met een technische onderbouwing.

Sulky's, zit en luchtweerstand

Na Nevele Pride kwamen de sulky's waarop de pikeurs verder naar achter zaten en waardoor de paarden meer "lift" onder hun buik kregen. Ik heb uitgerekend dat een pikeur van 80 kg zorgt voor een opwaartse kracht op het tuig van ca. 25 kg. Het paard wordt eigenlijk 25 kg lichter! Daartegenover staat meer kracht en dus ook meer wrijving op de wiellagers en op de banden, maar dat speelt een mindere rol, behalve op een baan met een dikke laag zand of op een drassige grasbaan.
De wielen kregen in de 80-er jaren wielplaten, hetgeen veiliger is voor de paardenbenen en ook veel minder luchtweerstand geeft, want er draaien geen spaken meer door de lucht. De sulky's werden lichter.
En dan is er nog de "zit" van de pikeurs. In de laatste jaren zien we dat de rijders in de USA helemaal achterover hangen om hun paard zodoende nog meer "op te tillen" en vooral ook minder luchtweerstand te hebben. In Nederland deden pikeurs dit ook wel eens op het laatste rechte stuk. Ik zie nog Hennie Grift plat achterover achter Hinde Buitenzorg de Grote Prijs der Lage Landen 2000 winnen. Veel mensen dachten dat het show was, maar je maakt het op deze manier veel lichter voor het paard. Hennie had eigenlijk gedurende de hele koers zo moeten zitten, dan was hij misschien nog verder voor Jackhammer binnengekomen. Tegenwoordig zien we o.a. Hugo jr. in een optimale houding op zijn karretje zitten.
Duidelijk is dat kleine smalle pikeurs in het voordeel zijn t.o.v. grote brede collega's. Verstandige pikeurs eten matig en drinken weinig bier.


Boven: Hinde Buitenzorg met Hennie Grift in stroomlijn
en als contra-gewicht.


Hoefijzers

Gebruikspaarden lopen bijna altijd op hoefijzers, anders slijten de hoeven af op een harde ondergrond en wordt het dier tijdelijk onbruikbaar, totdat de hoeven weer zijn aangegroeid. Ook harddravers liepen altijd op ijzers. Nog niet zo lang geleden, toen vooral sommige Amerikaanse dravers nogal pacerig waren, kregen ze vaak op jonge leeftijd zware voor-ijzers ondergeslagen om aan het draven te komen. Een zgn. pace-ijzer met twee dwarsbalken en met een gewicht van wel 3 ons, was niet ongebruikelijk. Men tilde toen niet zo zwaar aan het gewicht. De trainers hingen er rustig nog twee paar schoenen, loodringen en toe-weights bij. Een paard moest in balans zijn, zijn voorbenen moesten "rollen" en meer naar voren worden gegooid. Veel paarden hadden dat nodig, maar er lagen ook wel conservatieve denkbeelden aan ten grondslag. Een aantal trainers, vooral Zweedse, heeft wereldwijd voor een revolutie op dit gebied gezorgd. Ik zie nog voor me de laatste rechte lijn van het Europees Vijfjarigen-kampioenschap 1988 op Duindigt met voorop de hevig stampende Duitser Every Way en daarnaast de lichtvoetige Zweedse Icora Tilly (moeder van Victory Tilly). Wat een verschil. De Duitser won weliswaar, maar die Zweedse opende mijn ogen; ze tilde haar benen nauwelijks op.
Ik heb eens de krachten uitgerekend die een ijzer op het been in volle snelheid uitoefent. We hebben gezien dat een harddraver met een snelheid van meer dan 50 km/u kan lopen. Bij deze snelheid maakt een voorbeen ongeveer 25 stappen per 10 sec. Eén stap duurt dan ca. 0,4 sec. Als de voet op de grond staat, is de snelheid 0 km/u. Dan wordt het been naar voren gebracht en moet de hoef met het ijzer het paardenlichaam (dat met 50 km/u voorwaarts gaat) inhalen en zal dat halverwege de stap (na 0,2 sec.) met ongeveer 100 km/u moeten doen! Met de formule [ Kracht = massa x versnelling ] kan de kracht op het ijzer en de tegenkracht op het been worden bepaald. Om een gewicht (massa) van 1 ons in 0,2 sec. naar een snelheid van 100 km/u te brengen is een kracht nodig van ongeveer 1,4 kilogram(force). Bij een hoefijzer van twee ons is het twee keer zoveel, etc. Deze kracht moet het paard steeds op zijn voeten/ijzers overbrengen. En als het ijzer dan omhoog en naar voren vliegt, moet het vervolgens worden afgeremd en weer naar de grond worden gedrukt. Die krachten worden ontwikkeld door de schouder- en bovenarmspieren en naar beneden overgebracht via gewrichten en pezen. Door die krachten wordt het paard eerder moe, en wat nog belangrijker is: het bewegingsritme gaat erdoor omlaag. Je kunt niet zo snel je benen heen en weer bewegen als daar gewichten aan hangen. Probeer maar eens met zware schoenen een stukje te sprinten. Voor het achterbeen geldt natuurlijk precies hetzelfde als voor het voorbeen.
Helaas, niet elk paard kan zonder ijzers lopen, maar in dit opzicht is het draverras de laatste decennia aanzienlijk verbeterd. Star's Pride bracht naast vele topdravers ook een groot aantal pacers. De moeder van Zoot Suit is zelfs een pacer. Pas in de tweede helft van de vorige eeuw is er in de USA een nagenoeg volledige scheiding gekomen tussen de draver- en de pacerfokkerij. Dat heeft een grote verbetering van het Amerikaanse draverras gegeven. Veel dank zijn we verschuldigd aan o.a. Nevele Pride, Speedy Crown en Valley Victory, die natuurdravers gaven met een "economische" gang.
Het Franse ras was van oudsher een zwaar type draver, vooral ook geschikt voor de monté-koersen en voor de lange afstanden. Geen echt speed-paard dus. Dit ras is al een eeuw lang mondjesmaat verbeterd door Amerikaanse hengsten. Toen aan het eind van de vorige eeuw het Franse Stamboek tijdelijk op een kier werd gezet voor geselecteerde Amerikaanse hengsten kwam de hoognodige verbetering in een stroomversnelling. Ook de moderne Frans-Amerikaans draver draaft veel gemakkelijker en heeft veel meer snelheid. In de laatste Prix d'Amérique liep één paard met 4 ijzers (Going Kronos, uitgerekend hij is Amerikaans gefokt en met een Zweedse trainer), één zonder voor-ijzers , drie zonder achter-ijzers en dertien van de achttien paarden rondom zonder ijzers! Voorop eindigden alleen maar paarden zonder ijzers. Deze informatie wordt keurig in het Franse koersprogramma vermeld en het wordt door officials op de baan gecontroleerd. Vanwege de slijtage aan de hoeven kunnen de paarden niet altijd zonder ijzers lopen. Aan het wel of niet dragen van ijzers kunnen de wedders zien of paard en trainer ervoor gaan of dat het om een voorbereidingskoers gaat. Zonder ijzers gaan de meeste paarden 1 à 2 seconden sneller in de kilometertijd, dat betekent 2,7 à 5,4 seconden sneller over de 2700 m van de Prix d'Amérique! Dit dienen de wedders te weten en ik pleit ervoor dat deze informatie ook voor de Nederlandse koersen beschikbaar komt!

Verstandige fokkers proberen paarden te fokken, die natuurdravers zijn en zonder ijzers kunnen koersen. Een paard dat gemakkelijk hoefscheuren krijgt is niet wenselijk, want zulke paarden kunnen vaak niet blootvoets lopen. Een draver, die met elbowboots loopt en draaft als een hackney, lijkt ook niet het meest ideale dier om mee te fokken. Daar zou je bij dekhengsten- en fokmerriekeuze rekening mee moeten houden.

Andere gewichten

Ook tuigen, hoofdstellen en gamaschen zijn voorwerpen, die een koerspaard mee moet sjouwen. Elk onsje telt. Er zijn tegenwoordig plastic tuigen en hoofdstellen leverbaar, die een fractie wegen van de oude leren voorgangers. Paarden, die geen knie-, pees- en/of achtergamaschen nodig hebben zijn in het voordeel. Ook deze gewichten vergen versnellingskrachten en remmen de benen af. In mindere mate dan de hoef-ijzers, maar toch.... Het kan net het verschil maken tussen winnen en verliezen. Dit zijn de wetten van de mechanica en de logica.

Tegelijk zit ik met een groot vraagteken als ik de uitslag van de Prix du Cornulier beschouw. Hierin dragen de paarden een gewicht van 75 kg (rijder + zadel). Attelé worden ze door de hefboomwerking van de sulky met ongeveer 25 kg opgetild. Dat is een verschil van 100 kg! Hoe is het dan toch mogelijk dat de kilometertijd in de laatste Prix du Cornulier (1.12,7 over 2.700 m) bijna net zo snel is als die van de Prix d'Amérique (1.12,1 over 2.700 m)? Alhoewel, 0,6 sec. verschil over de kilometer betekent in de koers over 2.700 m aan de meet een achterstand van ca. 1,6 sec, d.w.z. 22,5 meter achterstand (= ca. 13 lengten).
Vroeger was er verschil van ongeveer 3 sec. tussen beide disciplines, maar tegenwoordig komen de kilometertijden steeds dichter bij elkaar te liggen. Dit komt voornamelijk door de gewijzigde zit van de ruiters. Dat het meer dan honderd jaar heeft moeten duren en dat uitgerekend een Belg de Fransen de ogen heeft geopend, is een bewijs van het conservatisme in onze sport. Die Belg had het waarschijnlijk overgenomen van de kleine Amerikaanse jockey Julie Krone, die Moni Maker aan het einde van haar carrière in 2000 in een echte jockey-zit naar een wereldrecord monté reed in 1.54,2. Voor de sulky had de merrie in hetzelfde jaar ook een wereldrecord gelopen met 1.52,2. Omgerekend naar kilometertijden is dat resp.: 1.11,0 en 1.09,7. Beide records over 1609m op een mijlsbaan en dus vergelijkbaar. Dat monté-wereldrecord van Moni Maker werd in 2005 op Vincennes dicht benaderd door Västerbo Daylight met haar 1.11,1 over 2150m. Hot Tub liep een paar weken geleden 1.11,3 over dezelfde afstand. Het wereldrecord van Moni Maker wankelt, sneller dan gedacht.
We kunnen concluderen dat een onsje minder aan de voeten ongeveer net zo veel invloed heeft als 100 kg minder op de rug! Dat geeft te denken.
Bij de rensport gaat men ervan uit dat 1 kg meer op de rug aan de finish voor 1 lengte achterstand zorgt na een koers over 1600 m, 2 lengten na 2000 m en 3 lengten na 3000 m. Dit gaat dus bij draverijen totaal niet op. Aan een kant kan ik dat begrijpen want draven is een vloeiender manier van voortbewegen dan rennen, waarbij steeds sprongen worden gemaakt. Bovendien gaat het veel minder snel: dravers gaan ca. 50 km/u en volbloeds ca. 60 km/u. Het relatief kleine verschil tussen monté en attelé blijft echter moeilijk te verklaren.
Zouden harddravers dan toch een maximale snelheid hebben?




Boven: Moni Maker verbetert hier het wereldrecord Monté,
gereden door een echte jockey, Julie Krone.


Topsnelheid

In 1997 was er een bijzondere aflevering van de World Trotting Derby. De eerste heat werd gewonnen door de grote favoriet, Hambletonian-winnaar Malabar Man, maar in de tweede heat werd hij geklopt door Lord Stormont. Toen kwam er een derde en beslissende heat tussen de beide winnaars, een zogenaamde race-off. Hierin reden de pikeurs over de eerste driekwart mijl in een boemelgangetje, een km-tijd van 1.25 of zoiets. In de laatste kwartmijl gingen de beide paarden voluit en deden er 25,9 sec. over. Dit was de snelste kwartmijl die ooit in de USA was geregistreerd. En weet u wie de winnaar was van de beroemde race-off? Lord Stormont!
Deze snelste kwartmijl ooit geeft een indicatie over wat de topsnelheid van een harddraver is. 25,9 sec maal 4 geeft een mijltijd van 1.43,6. Dat is 6,5 seconden onder het wereldrecord (mijl) en dit komt overeen met een km-tijd van 1.04,4 en een snelheid van 55,9 km/uur. Ik heb wel eens gelezen dat een Franse trainer dacht dat zijn paard de heuvel van Vincennes af zou kunnen gaan in een tempo van 1.02, maar dat is nog nooit opgemeten. En heuvel af is natuurlijk geen maatstaf, want aan de overkant moet je weer heuvel op. Dit geldt trouwens ook voor wind mee.
De beste harddravers kunnen dus over korte afstand een maximale snelheid van ongeveer 56 km/uur halen. Met het huidige wereldrecord op 52,6 km/uur lijken er nog wel mogelijkheden te zijn, maar blijkbaar kunnen dravers hun topsnelheid niet over 1609 m volhouden. De mijl is dus eigenlijk geen sprint-afstand, want er is uithoudingsvermogen voor nodig. De snelste tijden worden gelopen in koersen met weinig tempo-wisselingen en een hoge gemiddelde snelheid. Of in koersen waarin enkele "hazen" in het begin een hoog tempo maken en anderen iets voor op het laatst bewaren. In de laatste Prix d'Amérique bedroegen alle tussentijden 1.12 en een klein breukje en eindtijd was 1.12,1. Paarden, die in zo'n koers de eerste kilometer in 1.08 lopen, gaan op het laatst verzuurd strompelen en eindigen achterin. Dat Sea Cove in zijn Prix d'Amérique, na een spectaculair begin, nog net op tijd binnen was, tekent zijn klasse, maar de finish had geen 20 m verder moeten zijn. Koers-inzicht en gevoel voor snelheid is voor een pikeur dus van groot belang.
De kunst is een draver te fokken, die een snelheid, net onder zijn top, lang kan volhouden. Snelheid en uithoudingsvermogen zijn echter tegenstrijdige zaken. Sprinters en stayers zijn verschillende typen van individuen, niet alleen bij mensen, maar ook bij paarden. Voor mij is het logisch dat de Amerikaans op Franse cross de meest ideale is, maar dat wist u inmiddels wel.

Grenzen aan de groei?

De grenzen voor de snelheid komen mijns inziens zo langzamerhand wel in zicht, want verder achterover hangen op de sulky is gevaarlijk en minder gewicht dan zonder ijzers is ook niet mogelijk. Tuigen zijn al licht, aan sulky's valt ook niet veel meer te verbeteren.
We kunnen nog denken aan strakke kleding (schaatspakken?) voor de rijders, verder geoptimaliseerde aerodynamische sulky's en nog minder gewicht aan de benen van het paard. Misschien is er een alternatief voor ijzer/aluminium ijzers: bijv. een dun stuk hard plastic met een laag soortelijk gewicht dat onder de hoef wordt gelijmd. Of ontwikkeling van een bepaalde vloeistof, die onder op de hoef wordt gesmeerd, waarna deze verhardt en de hoef minder snel slijt. Hierdoor kan het paard altijd met dit minimale gewicht koersen.
Verder kan van medicatie nog wel iets worden verwacht, maar de intolerantie hiertegen zal in de toekomst groter worden en de opsporingsmethoden gelukkig steeds beter.
Van recordverbeteringen door al deze technische vooruitgang zullen we volgens mij steeds minder kunnen verwachten omdat er al zoveel verbeterd is. Blijft over verbetering van het ras door betere selectie en kruising En natuurlijk betere opfok van de jonge paarden. Misschien is dit laatste nog het allerbelangrijkste.

Foktechnische verbeteringen

Het zorgen voor snelle generatiewisselingen wordt in onze draverfokkerij nog wel eens gezien als de manier om het ras te verbeteren. Of ons dat nog veel zou kunnen opleveren, betwijfel ik. Volgens mij geldt zoiets wel als een ras nog in de opbouw is, maar na eeuwen selectie ontstaat er een limiet. Super Bowl en Speedy Crown stonden in de USA 20 jaar aan de top bij de vaderpaarden. Als er nog grote rasverbeteringen mogelijk waren geweest, dan zouden zij binnen enkele jaren door hun zoons voorbij zijn gestreefd, maar dat gebeurde niet. De zoons deden het zelfs minder goed dan hun vaders. Ik heb van enkele willekeurige huidige cracks en toonaangevende vaderpaarden van de laatste jaren de geboortejaren van de ouders achter hun naam gezet, die van de vader voorop en de moeder erachter:
Coktail Jet (1982 x 1985), Varenne (1984 x 1985), Jag de Bellouet (1987 x 1987), Meaulnes du Corta (1987 x 1990), Offshore Dream (1983 x 1992), Viking Kronos (1990 x 1982), Valley Victory (1981 x 1981). In de USA doet Andover Hall (1981 x 1987) het beter dan de hengsten met "jonger" bloed. Als snelle generatiewisselingen ons nog veel verbetering zouden bieden, zouden hier andere jaartallen staan.
Bij de Engelse Volbloeds schijnt voor wat betreft de snelheid de grens al te zijn bereikt. Ik geloof dat we bij de dravers niet ver van dit punt afzitten, zeker voor de Amerikaanse Standardbred (draver), die al uitgekruist is en een zeer beperkte genenpool heeft. Het maakt niet meer uit hoe je daar kruist, het komt bijna allemaal op hetzelfde neer. Waarom zou er dan nog verbetering optreden? Het is niet ondenkbaar dat er zelfs een achteruitgang in kwaliteit zal plaatsvinden als men geen nieuw bloed inbrengt. Bij alle zoogdieren (incl. de mens) treden bij nauwe inteelt defecten, onvruchtbaarheid en ziektes op. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit bij harddravers niet zal plaatsvinden. Hier en daar treedt al onvruchtbaarheid bij hengsten op.

Mijn stokpaardje is: verstandige kruising van het beste Amerikaanse met het beste Franse bloed heeft de toekomst. Daar zijn trouwens inmiddels genoeg voorbeelden van. En dan zijn snelle generatiewisselingen wel handig om op kortere termijn resultaten te krijgen. Tegenwoordig worden Europa de jonge hengsten onder de topcracks al tijdens hun carrière voor de fokkerij ingezet. Daarmee kunnen we tijd winnen. Maar let op: een jonge onbewezen hengst is niet per definitie beter dan een oudere bewezen hengst.

Twee seconden sneller?

Als de Amerikanen zo doorgaan halen ze die 2 seconden verbetering van het wereldrecord volgens mij nooit. In Europa hebben wij die mogelijkheden wel door geslaagde kruisingen van Amerikaan/Frans met elkaar te kruisen. We hebben hier een prachtige uitgebreide genenpool. Dat een 100% Amerikaans gefokte en al bijna uitgekoerste Zweedse merrie, die in Europa toch niet de beste was, in de USA het wereldrecord verbeterde, geeft aan dat er toch wel mogelijkheden zijn. Jag de Bellouet was natuurlijk een klasse beter dan Giant Diablo. Helaas kunnen we er niet meer achter komen wat hij in zijn goede jaren onder gunstige omstandigheden met een Amerikaanse catchdriver op The Red Mile of The Meadowlands zou hebben kunnen lopen. Hopelijk staat er in Europa binnenkort weer een echte supercrack van zijn kaliber op, die de Amerikanen de ogen opent. Het kan ongetwijfeld sneller, maar 2 seconden, lijkt mij wel heel erg veel. Ik hoop dat ik mijn standpunt met alle cijfers en argumenten in dit artikel heb kunnen duidelijk maken.

Uitdaging voor de fokkers

Dat de maximum snelheid voor de absolute top van de harddravers naar mijn mening begrenzingen heeft, betekent nog niet dat er voor fokkers geen uitdagingen meer zouden zijn. We proberen toch allemaal om een Derby-winnaar fokken? En als dat gelukt is om er nog een te fokken? En het hoogst bereikbare is toch het fokken een Prix d'Amérique- of Elitlop-winnaar? De gelopen tijden zijn van minder belang, al is het wel zo dat de snelste meestal wint. Hopelijk vindt u in deze beschouwing voldoende aanknopingspunten om een nog sneller en beter paard te fokken dan u tot nu toe heeft gedaan. Want stilstand is achteruitgang.


Boven: Loopt dat paard nou achteruit of niet?



© Copyright Fokkersvereniging 2008