Fokkersoog: NEVELE PRIDE

Het levensverhaal van een legendarisch monster

gepubliceerd in het blad "draf&rensport" nr. 10 van 2014, de Breeders Special
en met toestemming overgenomen

geschreven door Hans Huiberts

Sommige jonge drafsportliefhebbers zullen misschien nog nooit van hem hebben gehoord, maar de meesten onder ons kennen Nevele Pride als één van de beste harddravers aller tijden. Ook als vaderpaard heeft hij een groot stempel gedrukt, vooral in Europa. Wat velen niet weten is dat hij een levensgevaarlijk heerschap was, een zogenaamde menseneter. Gelukkig heeft hij die kwade eigenschap niet aan zijn nakomelingen doorgegeven. Zijn goede kwaliteiten gaf hij wel door en daarvan hebben we nu nog steeds profijt. Denk maar eens aan zijn kleinzoon Incredible Crafts.

Nevele Pride met zijn "boze" ogen en grote oren.

Stanley Dancer
In de jaren 60 van de vorige eeuw was Stanley Dancer één van de succesvolste trainers in de USA. Voor de continuïteit zijn zulke trainers altijd op zoek naar talentvolle jonge dieren, zeker in Noord-Amerika, waar alles draait om het 2- en 3-jarigen circuit. Nevele Pride werd geboren in 1965 bij fokker Edward C. Quin. Trainer Harold Dancer, volle broer van Stanley, had het paard als jaarling gezien en tipte zijn broer over deze potentiële topper, die aanvankelijk Thankful’s Major heette. Stanley kocht de hengst voor $ 20.000 voor rekening van de drie gebroeders Slutsky, eigenaren van de Nevele Hotel and Country Club in New York. Daarom kreeg de jonge hengst een naamsverandering tot Nevele Pride en liep hij voor de stalnaam Nevele Acres. Ruim een jaar later, na het tweejarigen-seizoen, sloegen de eigenaren een bod van $ 2.000.000 af en daar kregen ze geen spijt van, want de hengst werd een fenomeen op de drafbanen en daarna in de fokkerij.

Boven: Stanley Dancer (links) was een klein lichtgewicht mannetje.
Nevele Pride had niet veel mee te trekken.

Slecht karakter
In de training ontdekte men al snel de bijzondere kwaliteiten van Nevele Pride in positieve en in negatieve zin. Positief waren zijn economische draf en zijn snelheid. Negatief was zijn zeer lastige karakter. Hij ontwikkelde zich tot een levensgevaarlijk monster, dat beet en sloeg naar alles wat bewoog. In zijn box was hij niet te benaderen. Alleen de allermoedigste groom, Andy Murphy, wilde hem wel verzorgen, maar verloor hem geen moment uit het oog en had altijd een stok mee om zich te kunnen verdedigen. Voor de sulky deed de hengst echter alles wat hem werd gevraagd en hij werd gereden zonder slagriem. Gelukkig sloeg hij zijn pikeur niet van de kar af, anders was dit verhaal waarschijnlijk niet geschreven.

Als 2-jarige
Nevele Pride startte voor de eerste keer op 5 mei 1967 en werd vierde na een fout te hebben gemaakt. Daarna ging het steeds beter en in de zomer won hij de Battle of Saratoga, de Harriman-cup, de Hanover Hempt Stakes, de Greyhound Trot, de Transylvania en nog een groot aantal andere goed gedoteerde koersen. Vaak gingen zulke koersen over 2 heats op één dag. Na 17 overwinningen op rij sprong hij op 20 september weg en leed hij zijn derde nederlaag. Hij was ingesloten geraakt en daar hield Nevele Pride niet van, met een fout als gevolg. Vervolgens kwam hij op 4 oktober aan de start op de snelle baan van Lexington.  De eerste heat won hij in 1.59½, waarmee hij de eerste tweejarige hengst ooit was, die in de koers sneller ging dan 2.00. Het algemene tweejarigen record stond met 1.58,6 op naam van de merrie Impish. In de tweede heat op die middag verbeterde Nevele Pride dit record naar 1.58,4. Ook zijn totaaltijd in de twee heats was een wereldrecord. In dat jaar had hij niet minder dan 29 koersen gelopen en 26 daarvan gewonnen. Zijn jaarwinsom bedroeg $ 223.000 en ook dat was een record. Een fenomeen was opgestaan. In de USA worden in december van elk jaar door zo’n 200 paardensportjournalisten de Paarden van het Jaar gekozen en hieraan wordt een groot belang gehecht. Voor elke categorie (draver, pacer, leeftijd en sexe) is er zo’n titel en de beste of meest aansprekende krijgt de titel algemeen Paard van het Jaar. In 1967 was Nevele Pride de eerste tweejarige draver die ooit deze eer te beurt viel.


Boven: De 2-jarige Nevele Pride op zijn entrainement.

Boven: Nevele Pride als 2-jarige met Stanley Dancer.

Boven: Nevele Pride in de koers.

Als 3-jarige
De eigenaren van zijn rivalen (o.a. Snow Speed, Keystone Spartan, Dart Hanover en Larengo Hanover) hoopten waarschijnlijk dat Nevele Pride na zijn zware tweejarigen-seizoen gebroken zou zijn, maar dat was ijdele hoop. Na een lange winterrust kwam hij pas op 7 juni 1968 weer in een koers uit, die hij gemakkelijk won. Winnen deed hij ook in de zogenaamde Big Five: de Dexter Cup, de Hambletonian, de Yonkers Futurity, de Kentucky Futurity en de Colonial. Hij werd dus Triple Crown-winnaar en reeg de overwinningen, baan- en wereldrecords aaneen. Zijn beste tijd in dat jaar was 1.56,6 (km.tijd 1.12,5), tevens een wereldrecord voor 3-jarige hengsten. Lopende werd hij nooit geklopt, maar door fouten (hij had zich geraakt) verloor ook enkele koersen. Bij zijn 24 starts in dat jaar won hij 21 keer. Jaarwinsom $ 427.000. Opnieuw werd hij tot Paard van het Jaar gekozen. Van de 202 uitgebrachte stemmen kreeg hij er 171.


Boven: Nevele Pride wint met vele lengten voorsprong de Kentucky Futurity.

Als 4-jarige
Het was in die tijd nog gebruikelijk dat hengsten na hun 3-jarigenseizoen door gingen met koersen. En trainer Dancer had nog een plan: het verbeteren van het 31-jaar oude Wereldrecord van Greyhound. Deze fameuze schimmelruin had het record in 1938 op 1.55½ (= 1.11,8) gezet en geen enkele draver had sindsdien zijn mijltijd kunnen verbeteren. De Amerikaanse drafsportliefhebbers waren eindelijk wel eens toe aan een verbetering en iedereen achtte alleen Nevele Pride daartoe in staat. Het was nu of nooit, zo dacht men. Dancer vertelde publiekelijk over zijn plan en zei: “Ik geloof dat we onder ideale omstandigheden 1.54,3 kunnen halen. Dat is mijn voorspelling. Laten we zien hoever ik ernaast zit.”  Maar er moest eerst worden gekoerst, want recordverbeteringen vinden meestal plaats in de zomer als het weer daarvoor geschikt is. Nevele Pride koerste als 4-jarige voornamelijk op de kleine banen van Yonkers en Roosevelt Raceway in New York. Hij won o.a. het American Trotting Championship met 4 lengtes, vóór zijn oude rivaal Snow Speed, die later nog in Italië en Nederland ter dekking heeft gestaan. Deze overwinning gaf tevens recht op een start in The International Trot.

Boven: Nevele Pride liep in de koers altijd alleen, niemand kon hem bijhouden.

Boven: Hij eindigde altijd in smetteloze draf. Een natuurtalent.

Wereldkampioenschap
Deze International Trot werd het (officieuze) Wereldkampioenschap genoemd en het was een koers op uitnodiging voor de beste paarden ter wereld op de 800 m baan van Roosevelt Raceway te New York. Naast enkele Noord-Amerikaanse paarden waren er altijd deelnemers uit Europa en soms ook uit Australië of Nieuw-Zeeland. De eerste prijs bedroeg $ 50.000. Vaandeldraagster uit Europa was in 1969 de 5-jarige Franse merrie Une de Mai, een reusachtige vos met een bles, een indrukwekkend paard met een geweldige staat van dienst, de beste draver van Europa. Tijdens de persconferentie vooraf had pikeur Jean-René Gougeon tegen zijn Amerikaanse gehoor gezegd dat hij was gekomen om te winnen, waarop hij door de journalisten werd uitgelachen. Nevele Pride kloppen, dat was gewoon onmogelijk, vond men. Er stond dus nogal wat prestige op het spel. De hengst was natuurlijk zwaar favoriet bij het spelend publiek en hij spoot op zijn karakteristieke manier naar de leiding. Terwijl hij voordien steeds over de mijl had gekoerst, ging het nu over één en een kwart mijl (2.011 m). Une de Mai besloop de favoriet aan de buitenkant. De Fransen kijken niet op een metertje extra. In de laatste bocht voelde Dancer dat Nevele Pride vermoeid raakte, maar hij dacht dat de Franse merrie spoedig zou afhaken na haar lange tocht in het dodenspoor. Hij had het mis. Ze liep op het laatste rechte stuk gewoon de Amerikaanse hoop aan flarden om met ruime voorsprong te winnen. Dat was even slikken voor de Amerikanen. De Canadese merrie Fresh Yankee werd derde in die roemruchte koers. Er was onmiddellijk sprake van een revanche-koers voor een week later, maar Dancer’s schema stond al vast en hij zei tegen de promotors: “Nee, Nevele Pride gaat naar Indianapolis om het wereldrecord te verbeteren.”


Boven: In het Wereldkampioenschap 1969 komt grote Une de Mai in het tweede spoor opzetten
en zij beloert haar tegenstander Nevele Pride, die nog de kop heeft, maar het gevaar
vanuit zijn ooghoeken ziet opdoemen.

Boven: Finish van het Wereldkampioenschap 1969: Une de Mai verslaat Nevele Pride
tot ontzetting van tienduizenden Amerikanen op de tribune.

Wereldrecords
Iedereen wist wat de hengst te doen stond om nederlaag tegen Une de Mai weg te poetsen en om zijn naam voor eeuwig met Gouden Letters in de boeken te krijgen. Op 31 augustus 1969 was het warm weer in Indianapolis. Er was veel publiek aanwezig rond de mijlsbaan toen Dancer zijn crack van start liet gaan voor een Time-Trial, achtervolgd door twee Volbloeds om de hengst op te jagen. Dravers konden hem immers niet bijhouden. Nevele Pride liep een tijd van 1.54,4 (= 1.11,4) en dat was wereldnieuws! De grijze geest van Greyhound was bedwongen. Nevele Pride had de belofte ingelost, die door de kenners twee jaar eerder was voorspeld en Dancer zat er slechts één tiende seconde naast. Maar zijn grootste prestatie moest nog komen. Hij werd getransporteerd naar Saratoga Raceway, 1.000 km verderop, voor een poging om de snelste draver op een 800 m baan te worden. Er werd een klein veld samengesteld om Nevele Pride het gevoel te geven dat het om een echte koers ging. Toen de paarden op de baan kwamen voor de koers begon het te regenen, maar uitstel was niet mogelijk. Nevele Pride draafde als een bliksemschicht door de regen en finishte met 28 lengten voorsprong. Zijn tijd van 1.56,4 was bijna twee seconden sneller dan er ooit door een paard was gedraafd op een 800 m baan! Sterker nog, Nevele Pride was sneller geweest dan alle pacers op een half mijls baan. In een reactie op het record zei Dancer: “Superdravers zijn er niet zo vaak, dus het Indianapolis-record zou een paar jaar moeten kunnen standhouden. Maar het Saratoga-record zal langer in de boeken staan dan ik nog te leven heb.” Het mijlsbaanrecord werd 13 jaar later in 1982 verbeterd door Arndon met zijn 1.54,0. Pas in 1988 werd het Saratoga-record verbeterd op dezelfde baan door een andere supercrack, Mack Lobell, die het naar 1.56,0 bracht. Stanley Dancer stierf in 2005 op 78-jarige leeftijd, dus hij heeft dit nog meegemaakt.
Bij zijn 14 starts in dat jaar won Nevele Pride 10 keer, werd twee keer tweede en één keer derde. Jaarwinsom $ 223.000. Voor derde keer op rij werd hij tot Paard van het Jaar gekozen. Met zijn wereldrecordverbeteringen kwam een einde aan de koerscarrière van één van de beste dravers ooit. In totaal liep hij 67 koersen, won 57 keer, werd vier keer tweede en drie keer derde. Zijn totale winsom bedroeg $ 873.000.



Boven: Nevele Pride loopt zijn wereldrecord op de baan van Saratoga,
luid aangemoedigd door Stanley Dancer.

Afstamming



Exterieur
Nevele Pride was niet al te groot. Kenners schatten hem op 1,55 m, dus niet veel groter dan zijn vader. Hij had een mooie schouder en een beste bespierde achterhand met een iets afhangend kruis. Hij had een goed gesteld beenwerk en zijn voeten waren aan de kleine kant, net als bij zijn vader. Hij was kleiner en veel luxer gebouwd dan zijn halfbroer van vaders kant, Super Bowl.
We bespreken nu eerst zijn afstamming.

Vader Star’s Pride
Deze hengst is in de Breeders Special van 2011 uitvoerig besproken in een Fokkersoog. Daarom beperken we ons tot de concludering dat Star’s Pride één van de invloedrijkste vaderpaarden van de 20e eeuw is geweest. Zijn “ster” scheen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Van zijn zoons zijn Super Bowl, Florestan en Nevele Pride de belangrijkste vaderpaarden geworden.

import

Boven: Nevele Pride's vader Star's Pride in koersconditie.
Je kunt nog zien waar het tuig heeft gelegen.


Moeder Thankful
Zij was een redelijk succesvol koerspaard, dat volgens The Bloodbank in 71 starts 16 keer wist te winnen. Mensen in haar omgeving kenden haar vooral om haar boosaardige karakter en noemden haar “Little Devil”. Een kleine duivelin dus, deze Thankful, die blijkbaar haar kinderen ook niet goed wist op te voeden. Als fokmerrie bracht ze 5 producten die niet van grote klasse getuigden, behalve die ene….  Bij Nevele Pride vielen alle genen in de goede volgorde. Voor zijn broertjes en zussen, zie de stamboom-tabel. In de nafok van Thankful zien we vooral een hele serie goede Zweedse dravers met de achternaam Sund. De beste is Magnifik Sund (1.12,6 – ca. € 350.000). Van één van deze paarden is Jalusie Sund 1.14,2 die op latere leeftijd in bezit kwam van Boko Stables. John Bootsman fokte er o.a. de goede merrie Arouse Boko 1.12,7 uit.

Golden Cross
De vader van Thankfull is de Hambletonian-winner Hoot Mon, die een niet zo lange, maar wel goede carrière had. Hij won ook de Kentucky Futurity. Als vaderpaard deed hij het eerst wel goed, maar hij werd al snel overvleugeld door de 3 jaar jongere Star’s Pride. Zijn beste producten waren Prix d’Amérique-winnaar Dart Hanover, AC’s Viking, Scott Frost, Blaze Hanover, Caleb, Brogue Hanover, Cassin Hanover en Hambo-winnares Helicopter. Ook de in Nederland gebruikte dekhengsten Volo Mon en Millar Hanover zijn zoons van Hoot Mon. Als Broodmare-sire was hij succesvol en dat had hij mede te danken aan de tophengst Star’s Pride, die blijkbaar goed paste bij zijn dochters. Deze kruising werd toen de “Golden Cross” genoemd. Dezelfde kruising als bij Nevele Pride zie je ook bij Armbro Flight, Quick Pay, Polaris, Ayres (Hambo), Egyptian Candor (Hambo), Surge Hanover, Brogan en Fairmont Hanover.

De moederlijn van Nevele Pride
De moederlijn begint bij een in 1865 geboren merrie met de mooie naam Lizzie Witherspoon. Haar achterkleindochter The American Belle 1.22,4 was een uitstekend koerspaard, dat o.a. de wereldrecordhouder Cresceus wist te verslaan. Op haar beurt is zij de grootmoeder van de in 1917 geboren Peter the Great-dochter Isotta, die het begin vormt van een uitgebreide stam van klassepaarden. Zij was een van de fokmerries waarmee de Hanover Shoe Farms in haar beginperiode fokte en ze kreeg 10 veulens, waarvan 8 merries, die deze tak wijd hebben verbreid. In het internationale computer-stamboek van Gerard ter Schure staan 2.642 afstammelingen en er zijn er nog veel meer, maar dat zijn geen toppers. We noemen enkele opvallende namen. In Noord-Amerika zijn dat de dollar-miljonairs Crown’s Invitation, Armbro Fling, Falls for You, Impeccable Image, Bullville Victory (Hambo), Manofmanymissions en nog 5 andere miljonairs. Bij deze 11 miljonairs komen ook nog 3 Zweedse Euro-miljonairs, dus totaal 14, waarvan 4 merries. Ook de bekende dekhengsten Judge Joe, Duke of York, Promising Catch, Duke Rodney, Carlisle, Triple T Storm, Overcomer, Native Brookie, Nevele Diamond, Kimberly Kid, Sharp Note (Hambo), Bold Vigil, Rosalind’s Guy, Noble Gesture en Allen Hanover komen allemaal uit deze moederlijn. In Zweden is deze moederlijn ook uitgebreid aanwezig. De bekendste paarden zijn Scarlet Knight, Kramer Boy, Marshland, Quid Prod Pro, Sissy Jean Boko en Aga Khan Boko. Eén van de bekendste merries – die overigens maar $ 72.000 heeft verdiend - uit deze moederlijn is Impish. Zij was als tweejarige een sensatie doordat ze met haar wereldrecord van 1.13,7 sneller was dan alle hengsten, tot Nevele Pride kwam. Ook in de fokkerij deed ze het uitstekend en veel van de bovengenoemde paarden lopen via haar tak in de moederlijn. Impish is ook de grootmoeder van de hier min of meer geflopte dekhengst Cobra Lobell, de vader van John F Boko. Veel beter fokte Duke of Lullwater, een kleinzoon van Isotta, die na een succesvolle periode als vaderpaard op een kleine farm in de USA, op latere leeftijd door Piet Dijkhuis werd geïmporteerd en in ons land nog enkele jaren goed werk heeft verricht. Een achterkleinzoon van Isotta was Sceptre, die door Nuttert Oosting naar Nederland werd gehaald. Hij is de vader van o.a. Pyreus Berkenhof. We hebben hier ook fokmerries uit de Isotta-moederlijn en daarvan stammen onder andere af Super Keller, Trigger Dragon, Yalisa Limburgia, Veto Hollande, Woodsong, S(Z)uper Queen Pine, Tim Pine, Be Stuck Paasloo, Max B en Wishful Hope.

Nevele Pride als dekhengst
In de zomer van 1969 werd aangekondigd dat Stoner Creek Stud, een pas opgerichte stoeterij in Kentucky, was overeengekomen om Nevele Pride te syndicaliseren voor 3 miljoen dollar. Er zouden 50 aandelen komen, die elk $ 60.000 moesten kosten en de eigenaar recht gaven om één merrie per seizoen door de hengst te laten dekken. De theorie erachter was dat Nevele Pride in gezamelijk eigendom zou zijn van de meest belangrijke fokkers en dat alleen zij jaarlingen van Nevele Pride te koop konden aanbieden. Met een op die manier beperkte toevoer van jaarlingen van de wereldkampioen-draver zou, zo dacht men, de vraag groot zijn en de prijzen daardoor hoog. Aandeelhouders konden hun recht op een dekking verkopen en het normale dekgeld was vastgesteld op $ 10.000, een ongebruikelijk hoog bedrag in die tijd.
Vanwege de hoge prijs van het dekgeld en de aandelen zagen veel fokkers ervan af. Daarnaast waren de belangrijkste vaderpaarden in dat tijdperk Star's Pride en Hoot Mon, waardoor veel van de beste fokmerries niet door Nevele Pride konden worden gedekt.

Problemen
Voor het dekstation kwamen daar nog enkele andere problemen bij. Allereerst zijn slechte sperma-kwaliteit. Onder de microscoop was er bijna geen beweging te zien. Vreemd genoeg echter bleek dat merries toch drachtig werden nadat ze door Nevele Pride waren gedekt. Terwijl hij nooit een zeer vruchtbaar paard werd, hielp het feit dat hij niet zoveel merries had te dekken hem om toch een hoog bevruchtings-percentage te handhaven. Nevele Pride was ook geen hitsige dekhengst, waardoor hij niet populair was onder het personeel van de stoeterij. Het was niet ongebruikelijk dat hij er een uur over deed om te besluiten een merrie te dekken. Het was ook niet ongebruikelijk dat hij simpelweg weigerde om te dekken. Hij had geen groot libido en het was ook onvoorspelbaar. Zijn temperament was ook onvoorspelbaar. Op een dag, toen zijn vaste verzorger Ben Whaley een vrije dag had, werd Nevele Pride door een andere stalknecht naar de dekstal gebracht. Nevele Pride liep rustig naar de stal, gedroeg zich als een heer en dekte bereidwillig de merrie. Toen hij echter werd teruggebracht naar zijn box viel hij plotseling zijn begeleider aan en sloeg hem wild neer. De hel brak los. De stalbaas schreeuwde over de oproepinstallatie "Iedereen naar de dekstal. Nu! Nevele Pride is los!" De hengst joeg op mensen op dezelfde manier als Bokito in Blijdorp. Hij werd uiteindelijk wel gevangen, maar niet nadat hij iedereen in de buurt de stuipen op het lijf had gejaagd. Dagelijks werd Nevele Pride van zijn box naar de paddock geleid met behulp van een stalen stok van ongeveer 1,80 m lang, die men ook wel gebruikte om stieren in bedwang te houden. Verzorger Whaley kwam er echter spoedig achter dat het nut van de stok puur psychologisch was. "We liepen op een dag buiten, hij dook op me af en boog de stok krom zo als een hoepel" vertelde Whaley.
Stoner Creek Stud verwelkomde dikwijls bezoekers en veel paardenmensen wilden vooral de snelste draver in de geschiedenis bekijken. Om ongelukken te voorkomen had men een groot bord aan de buitenkant van zijn paddock gezet met daarop geschreven: Let op: Nevele Pride bijt. "Het zou nog niet zo erg zijn als hij alleen maar beet" zei Whaley, "Ze zouden ook een bord moeten neerzetten dat aangeeft dat hij ook aanvalt en met 4 benen slaat en klauwt". Echte paardenkenners waren wel voorzichtig, want zij herkenden Nevele Pride’s onbetrouwbaarheid aan de hooghartige, gemene blik in zijn ogen. Vreemd genoeg bracht Nevele Pride zijn slechte karakter niet over op zijn kinderen. Alhoewel veel van zijn veulens zijn opvallende ogen en grote oren meekregen, erfden zij toch niet zijn karakter. Nevele Pride merkte zijn kinderen wel op het hoofd en gelukkig niet in het hoofd.

import

Boven: Deze stierenstang wist Nevele Pride een keer dubbel te vouwen.
De hengst had een hekel aan mensen.
Hij was een zogenaamde "mensen-eter",
terecht, want mensen eten ook paardenvlees .
Deze foto stond in 1976 voorop het blad Classic.

import

Boven: Nevele Pride in zijn kamp, met het waarschuwingsbord:
"Nevele Pride gaat bijten".


Vliegende start als vaderpaard
Nevele Pride begon zijn fokcarrière met een vliegende start. Zijn allereerste veulen was Nevele Diamond, een robuuste hengst, die duidelijk zichtbaar het Rodney bloed in zich had, dat hij van zijn moeder Kimberley Rodney meekreeg. Nevele Diamond kon de meeste van zijn jaargenoten kloppen, maar als een koers meer dan één heat had, dan faalde hij. Hij won de eerste heat van de Hambletonian in 1974 en faalde in de tweede. Hij won ook de eerst heat van de Kentucky Futurity en faalde daarna. Blijkbaar was hij nog niet sterk genoeg. In de volgende jaargang zat Bonefish, de tweejarigen kampioen van 1974. Hij won het jaar daarop de Hambletonian na een gruwelijke strijd over 4 heats op één middag. Dat was meteen zijn laatste triomf, want bij zijn volgende start bloedde hij hevig uit zijn neus en moest worden teruggetrokken. Terwijl Bonefish de driejarigen-kampioen van 1975 was, was Nevele Thunder in hetzelfde jaar de kampioen der tweejarigen, alweer een zoon van Nevele Pride. Hij won 18 van zijn 21 koersen in dat seizoen en was de vroege favoriet voor de Hambletonian van 1976. Nevele Thunder won die Hambletonian echter niet. Hij brak een been tijdens die koers en kwam daarna nooit meer in de baan. De Hambo werd gewonnen door Steve Lobell, maar één van de heat-winnaars was Zoot Suit, alweer een zoon van Nevele Pride. In de herfst van 1976 had Nevele Pride drie koersgerechtigde jaargangen en kon bogen op een Hambletonianwinnaar en twee heat-winnaars in de belangrijkste drafklassieker. Twee zonen (Bonefish en Nevele Thunder) waren tot beste tweejarige van het jaar gekozen. Een verschrikkelijk goede start voor een jonge dekhengst en het leek erop dat hij een ster zou worden als vaderpaard.

Naar de tweede rang
Niemand kon toen voorzien dat zijn ster nooit meer zo helder zou schijnen als in 1976. Want in datzelfde jaar gebeurde er iets dat de drafsport in Amerika zou veranderen. De eerste jaargangen van Speedy Crown en Super Bowl kwamen toen namelijk in de baan. Terwijl de grote invloed van deze twee hengsten nog niet onmiddellijk duidelijk was, duurde het niet lang voordat hun produkten in de gunst van de trainers kwamen en Nevele Pride’s kroost naar de tweede rang duwden. Na 1978 bracht Nevele Pride nooit meer een zoon of dochter die als kampioen werd gekozen. Deze eer viel te beurt aan de hordes Speedy Crowns en Super Bowls die de banen van Noord-Amerika overstroomden. In veel opzichten was het een spel van aantallen, waarin Nevele Pride duidelijk werd overtroefd. In zes jaar vanaf 1978 bracht Nevele Pride totaal 290 veulens. In dezelfde periode had Super Bowl 600 produkten en Speedy Crown 800. Hoe kon Nevele Pride zich verweren tegen zulke aantallen?
Het feit dat Nevele Pride vaak kon bogen op een hoog percentage goede dravers leek weinig indruk te maken op fokkers en kopers. Zijn standplaats in Kentucky ondermijnde tevens zijn aantrekkingskracht, aangezien er steeds meer belang werd gehecht aan Sire-Stakes programma’s, die in andere staten hoger gedoteerd waren.
Toch bracht hij nog regelmatig cracks, zoals Flying Irishman, Incredible Nevele en “onze” Nevele Impulse (Yonkers Trot 1980). En niet te vergeten zijn dochters Panty Raid (World Trotting Derby 1981) en Tarport Frenzy (Hambletonian Oaks 1983).

In het jaar van zijn overlijden (1993) had  Nevele Pride 753 koersgerechtigde produkten, die samen $ 19,7 miljoen ($ 26.162 p.p.) hadden verdiend. 64 (= 8,5 %) hadden een record van 2.00 of sneller. Ter vergelijking, Speedy Crown had 1787 startgerechtigde produkten, die $ 83 miljoen wonnen ($ 46.446 p.p.) en 299 (= 16,7 %) met een record van 2.00 of sneller. Super Bowl had 1561 produkten met totaal $ 57 miljoen winsom ($ 36.515 p.p.) en waarvan 223 (= 14,3 %) met een record van 2.00 of sneller.
Ondanks dat hij toch min of meer uit de gratie was bij de Amerikaanse fokkers, bleef Nevele Pride actief in de fokkerij. Terwijl hij in 1987 als 22-jarige slechts 25 merries dekte, steeg het aantal boekingen (misschien mede door de vraag vanuit Europa) tot 61 in het volgende jaar, 59 in 1989 en 69 in 1990 op 25-jarige leeftijd. In jaren daarop zakte het wat in naar 40 merries en 33.

In Europa
Terwijl Nevele Pride's populariteit taande in de USA, gebeurde het omgekeerde in Europa. Eén van de jaargenoten van Nevele Thunder en Zoot Suit heette Pershing, naar de beroemde Amerikaanse generaal, die de Amerikaanse troepen leidde in de eerste wereldoorlog. Pershing presteerde heel goed in de USA, werd geëxporteerd naar Zweden en groeide daar uit tot een internationale crack. Hij won veel topnummers, o.a. de Elitloppet en onze Grote Prijs der Lage Landen. De Europeanen begonnen toen eens goed naar de zonen en dochters van Nevele Pride te kijken en ze te kopen na hun koerscarrière in Amerika. Ze ontdekten dat deze paarden op latere leeftijd steeds beter werden en dat ze ook uitblonken in koersen over 2000 m en langer. Zijn beste zoons gingen bijna allemaal naar Europa als koerspaard en/of als vaderpaard, vooral naar Zweden. De oudere liefhebbers kennen ze nog wel. Net als Persing won ook Snack Bar de Grote Prijs der Lage Landen en een heleboel andere Europese topkoersen. Madison Avenue won tweemaal de Prijs der Giganten. Meadow Roland werd drievoudig winnaar van de Kopenhagen-Cup.

Zoons als dekhengst
Van zijn zoons was Bonefish in de USA de belangrijkste en veel van zijn zoons gingen ook naar Europa. Bonefish ging trouwens zelf ook op latere leeftijd als dekhengst naar Zweden. We kennen hem vooral als vader van de grote crack Sea Cove, dollar-miljonair FirmTribute, Another Miracle, King of the Sea en de merries Nan’s Catch, Winky’s Gill, Shesellsseashells en Geraldine Broline. Bonefish bleek verder een uitzonderlijk goede Broodmare-sire (Monimaker, Supergill, Viking Kronos, The Bad Boy).
Andere bekende zoons van Nevele Pride in de Europese fokkerij zijn onder andere:
Zweden: Persing, Zoot Suit, FirmTribute, Madison Avenue, My Nevele, Messerschmitt
Finland: Barbecue
Denemarken: Richthofen
Frankrijk: Kimberland
Belgie: Perfect Light en Invit Broline
Duitsland: Impish Pride en de Bonefish-broers Cheetah en Kingfish
Nederland: Nevele Impulse, Express Pride, Classical Pride, Stanley Cup, Armbro Oxford, Beat the Time en de Bonefish-broer Banana Peel.


Kleinzoons
Doordat veel zoons van Nevele Pride met succes in Europa dekten, is zijn nafok hier groot. Het voert te ver om alle cracks op te sommen en we noemen de belangrijkste. Bijzonder was dat de Zweedse crack Meadow Road (kleinzoon van Nevele Pride via Madison Avenue) een aantal jaren in de USA ter dekking werd gesteld en het daar goed heeft gedaan. Hij werd vader van o.a. de miljonair Giant Force, Mc Cluckey, Gift Box en Primrose Lane, de vader van Kadabra.
In Zweden dekten de Bonefish-zoons Piggvar, Netted en Another Miracle, de Pershing-zoon Mack the Knife en de Zoot Suit-zoons Zoogin en From Above. In Duitsland dekten Mr Kingfish (Bonefish) en Action Nevele (Nevele Impulse).
In Frankrijk dekt de Pershing-zoon Blue Dream en nog veel belangrijker is de Bonefish-zoon Mickey Viking. Hij dekte slechts één jaar voordat hij stierf en hij ontketende meteen een (r)evolutie. Hij werd vader van Viking’s Way, dus ook Jag de Bellouet, Meaulnes du Corta, Ready Cash en Timoko stammen van Nevele Pride af.
Inmiddels hebben in Nederland ook (achter)kleinzoons van Nevele Pride gedekt: Dante Buitenzorg (van Express Pride), Hans Boshoeve (Zoot Suit), Casting (Bonefish), Nevele Cero O (My Nevele), Eller (Flying Irishman), Duc du Bossis (Kimberland), Joker de Rozoy (Viking’s Way), English Tea (Meadow Road), Pegasus Boko (Barbeque) en de belangrijkste was Incredible Crafts (Incredible Nevele).

Als moeders’s vader
Er werden natuurlijk ook veel dochters van Nevele Pride in de fokkerij gebruikt. Hij is in Noord-Amerika de Broodmare-sire van onder andere Park Avenue Kathy, Royal Prestige, Go Get Lost, Duenna, Nuclear Kosmos en Gum Ball en in Europa van Rite On Line, Hot Tub, Gloss Yatzee en Uxer LB.

Tenslotte
Dit was het levensverhaal van een legendarisch monster, dat, buiten de stal, toch ieders sympathie wist te winnen. Dat kwam door zijn goede afstamming, zijn uitzonderlijke kwaliteiten als harddraver, zijn grootse koersprestaties en zijn successen in de fokkerij. Nevele Pride stierf op 9 februari 1993 op 28-jarige leeftijd na een operatie wegens darmkoliek en hij ligt begraven op de stoeterij Stoner Creek Stud in Lexington (KY), naast de pacer-kampioen Meadow Skipper en de Volbloedkampioen Count Fleet. Hij is nu dus al 21 jaar dood, maar zijn genen leven voort in talloze topdravers over de hele wereld, vooral in Europa, waar hij als vaderpaard meer is gewaardeerd dan in zijn geboorteland.

Bronnen:
- artikel “Bij de dood van een legende” door Dean Hoffman, Hoof Beats, april 1993
- artikel “Nevele Pride” door J.J. Jager, Draver & Volbloed, maart 1968
- het internationale computer-stamboek van G. ter Schure
- het internet

import

Boven: Over Nevele Pride is in Finland zelfs een stripboek verschenen.

import

Boven: Nevele Pride, een van de beste dravers aller tijden.

import

Boven: Nevele Pride's graf op Stoner Creek Stud.


terug naar overzicht Fokkersogen