Fokkersoog: Valley Victory

(gepubliceerd in de Breeders Special van het weekblad "Draf&Rensport", nr. 11 van 2012, met toestemming overgenomen)


Titel: Gouden toekomst of doorlopende weg?

door Bas Schwarz

Op een sombere ochtend, op 4 maart van het afgelopen jaar (2011), kwam Valley Victory te overlijden. De nog net geen 25-jarige zoon van Baltic Speed (hij was van 13 mei '86) vond zijn laatste rustplaats in Lexington, Kentucky. Hij werd geeuthaniseerd in verband met optredende complicaties na het uitvallen van enige nierfuncties. Hiermee kwam een einde aan het leven van de laatste echte rasverbeteraar uit de Amerikaanse fokkerij.

Boven: Valley Victory op Southwind Farms.

Zijn eerste jaargang kwam in 1993 in de baan; het zou het begin zijn van een periode, die het aangezicht van de Amerikaanse fokkerij voor altijd zou veranderen. Ondanks het feit dat door spoedig optredende fertiliteitproblemen zijn numerieke productie relatief beperkt is gebleven. Heden ten dage is door toedoen van zijn nazaten zijn dominantie in de fokkerij groter dan ooit, waarbij met name het succesvolle aspect van "het terugfokken naar" opvalt. Dit interessante gegeven roept natuurlijk diverse vragen op. Hoe is deze ontwikkeling tot stand gekomen? En is een dergelijke bloedvoering een voorwaarde voor het succesvol fokken in de Amerikaanse, maar ook Europese drafsport? Hieronder kunt u een uitvoerige analyse lezen, waarbij we de hulp hebben ingeroepen van 6 prominente experts op dit vlak: Dean Hoffman (o.a. voormalig hoofdredacteur van het toonaangevende Hoofbeats), Ola Lerna (redactie-chef bij Travronden en gespecialiseerd in de Amerikaanse sport en fokkerij), Lars G Dahlgren (onderzoeksjournalist bij Travronden en gespecialisccrd in de internationale fokkerij), Johan Helander (veterinair en bedrijfsleider bij de befaamde Menhammar Stuteri), toptrainer Stig H Johansson en natuurlijk de vijftienvoudig kampioensfokker van Nederland, John Bootsman.

De dominante vaderlijnen in Amerika
Om zaken zo goed mogelijk te kunnen duiden is enige historische kennis van het ontstaan van het Arnerikaanse draverras van het nodige belang. De oorsprong van de Arnerikaanse draver ligt aan het eind van de 18e eeuw, toen de Engelse volbloed Messenger (van 1788) werd geïmporteerd. Drie generaties (1849) later werd Hambletonian 10 (of "Rysdyk's Hambletonian) geboren, die wordt geduid als de absolute stamvader van het ras. Tot zover de algemene kennis. Want in feite valt de stamvader van de huidige Amerikaanse harddraver een aantal generaties later aan te wijzen. Hambletonian bracht 1331 producten, waarvan er 150 dienst zouden doen als dekhengst. Vier van hen stonden aan de basis van een eigen vaderlijn: Dictator, Electioneer, George Wilkes en Electioneer. De vaderlijn van Dictator is inmiddels volledig uitgestorven, terwijl die van Electioneer uitsluitend nog is terug te vinden bij pacers. De George Wilkes-lijn splitste zich in twee takken, waarvan die van Me Kinney in Amerika al volledig is uitgestorven. In Europa (Ultra Ducal- Grassano/ Express Lavec/ Home Alone en Caprior-Neric Barbes- Alpha Barbes) zal hct uitsterven van deze lijn waarschijnlijk ook niet lang op zich laten wachten. De andere tak, die van Axworthy, heeft in Amerika alleen nog voort via Sierra Kosmos. Ook hier ziet de toekomst er donker uit.
Dan komen we uit bij Happy Medium (1863), zoon nummer vier. Het is zijn kleinzoon, Peter the Great (1895), die valt aan te wijzen als de stamvader van de Amerikaanse draver van het "moderne tijdperk" (deze periode begon zo ongeveer in 1950). Mocht u op het punt staan om af te haken: bijt nog even door, het wordt bijna echt interessant. Ook de vaderlijn van Peter The Great splitst zich via zijn zoons Peter Scott (1909) en Peter Volo (1911) in twee aparte takken. Beide hengsten waren succesvol via specifieke kruisingen, maar t.b.v. het overzicht laten we dergelijke details achterwege. Hoe dan ook, Peter Volo staat aan de basis van de Volomite (1926)-vaderlijn. Hieruit voort komt de Worthy Boy-Star's Pride-lijn enerzijds en de Victory Song-lijn anderzijds. Hierover later meer.
Via Peter Scott ontsproot de Sam Williams-lijn (Sabi Pas-Fakir du Vivier- o.a. Coktail Jet-Love You) en die van Scotland. Deze lijn loopt verder via o.a. Rodney cn Speedster door naar Speedy Scot (1960). Hier wordt het met het oog op het Valley Victory-vraagstuk wat concreter. Vanuit Speedy Scot ontstaan namelijk de Arnie Almahurst-lijn (Florida Pro en Arndon-Pine Chip) en die van Speedy Crown; de grootvader van Valley Victory.

De Volomite-vaderlijn

Star's Pride mag nog altijd als de grootste naam uit de Amerikaanse fokkerij worden gezien, we vinden hem terug in het pedigree van een groot gedeelte van de Amerikaanse toppers van nu (zo is Valley Victory 4+4-linebred op dit fenomeen). Het merkwaardige is dat het maar zeer de vraag is of zijn vaderlijn in Amerika gaat overleven. Van al zijn geweldige zoons (en kleinzoons) zet in feite alleen Super Bowl de lijn voort, maar ook die hangt aan cee zijden draadje (dit in enorm contrast tot de situatie in Europa). Via American Winner kwam Credit Winner; het is aan hem om een sterke producent te vererven. Chocolatier is al afgeschreven en onlangs geëxporteerd naar 7weden; de hoop is nu gevestigd op Here Comes Herbie, Crazed (in 2019 ook al in EU) en Dejarmbro.
De andere tak van Volomite, die van Victory Song, is door de decennia heen enorm succesvol in Europa, denk alleen maar aan Sharif Di Iesolo. In Amerika leek deze lijn zo'n 10 jaar geleden op sterven na dood, maar is nu met dank aan met name de Hall-brothers weer superactueel. Deze "revival" valt echter niet los te zien van de enorme dominantie van de Speedy Crown-Valley Victory-lijn. Hier komen we nog op terug. Hoe dan ook; als we praten over de dominante lijnen van nu, dan zijn dat die van Noble Victory (1962) en Speedy Scot.

Speedy Crown en Speedy Somolli
Speedy Crown (1968) en Super Bowl (1969) debuteerden in hetzelfde jaar (eerste jaargang 1974) en golden decennialang als twee rivalen en de dominante factoren in de Amerikaanse fokkerij. Super Bowl bracht liefst zes Hambowinnaars, maar met de kennis van nu mogen we stellen dat hij het af heeft moeten leggen tegen zijn antagonist. Zo werd Speedy Crown 14 keer vaderpaardkampioen en bracht hij 283 tonwinnaars (uit 2203 producten). De totale verdiensten van zijn nazaten bedraagt ruim $ 111 miljoen. Super Bowl werd "slechts" twee keer kampioen en zijn producten (2.277; 170 tonwinnaars) draafden een dikke $ 78 miljoen bijeen. Super Bowl x Speedy Crown en omgekeerd geldt als Golden Cross, maar Super Bowl was daarbij meer afhankelijk van de Speedy Scot-zoon dan andersom. Speedy Crown was meer in algemene zin afhankelijk van de kruising met Star's Pride of een van zijn zoons.

Boven: Speedy Crown, hier nog in koersconditie.

Speedy Somolli
Brengt ons bij de fenomenale Speedy Somolli (Speedy Crown x Star's Pride), die als feitelijke grondlegger moet worden gezien van ons onderwep Valley Victory (en MET Speedy Crown). De realiteit is dat er misschien niet eens een Speedy Crown-lijn zou hebbcn bestaan zonder zijn eerste Hambletonianwinnaar (van de drie). De eerste jaargang van de Speedy Scot-zoon flopte in feite, uit zijn tweede jaargang kwam echter de sensationele Speedy Somolli. Een agressieve en driftige draver die (naar later zou blijken) veel kleiner was dan het gemiddelde Speedy Crown-product (zie Prakas, Armbro Goal, Sir Taurus etc.). Hij was het die een andere dimensie gaf aan het woord "speed": met flitsende en vloeiende gangen verbrak hij het WR voor driejarigen op zowel een mijlsbaan (1.11,5) als een duizendmeterbaan (1.13,5). In de fokkerij zou hij uiteindelijk gelden als 's werelds eerste "Speed Sire". Valley Victory, zijn kleinzoon, zou zowel qua exterieur, karakter, gangen als speed gemodelleerd zijn naar Speedy Somolli.

Boven: Speedy Somolli, de beste zoon van Speedy Crown.
Misschien ook wel de fraaiste en zeker de snelste.
Hij is de gootvader van Valley Victory.

Boven: De stamboom van Valley Victory. Naast de vaderlijn is vooral moeder's vader Bonefish van groot belang.
(stamboom overgenomen van www.blodbanken.nu)


Sensatie op de baan
Valley Victory was, anders dan zijn record en winsom (1.11,8, $ 485.307) wellicht doen vermoeden, sensationeel als koerspaard. Al had het niet veel gescheeld of we hadden nooit van hem gehoord, laat staan dat hij te boek had gestaan als rasverbeteraar. Hij werd in het najaar van 1987 op de jaarlingveiling voor $ 60.000 gekocht door Arlene Traub, die hem aanvankelijk in training gaf bij de Continental Farms van Jan Johnsson en Berndt Lindstedt. In januari 1988 ontving Traub een telefoontje met de mededeling dat ze er rekening mee moest houden dat ze haar pupil wellicht niet meer terug zou zien: na een ernstge koliekaanval diende hij een operatie te ondergaan waarbij de prognoses niet erg gunstig waren. De hengst overleefde de operatie, maar het zou tot mei duren alvorens hij weer in training zou komen (nu bij Steve Elliott in New Jersey).

Hij zou zich wonderbaarlijk genoeg reeds in augustus kwalificeren, al was op dat moment de Peter Haughton Memorial al vereden. Aanvankelijk vertoonde hij hetzelfde temperament als zijn grootvader Speedy Soniolli. Steve Elliott verklaarde later dat er drie jogcarts en twee koerskarren sneuvelden in het proces van het creëren van de kampioen die Valley Victory zou worden. Als tweejarige kwam hij zeven keer aan de start, waarbij hij in zijn eerste twee starts in zijn drift zou galopperen achter de startauto. In het najaar won hij zijn eerste koers op Lexington, waar hij 1.13,0 op de klokken zou zetten. Het was echter met name zijn laatste kwart (in 27,4 seconde, ofwel 1.08,1) waarmee hij indruk maakte. Zulke vloeiende gangen, zo'n extreme mate van speed; het was nog nooit vertoond. Hij sloot het seizoen af met een imponerende overwinning in de Breeders Crown op de duizend meterbaan van Pompano Park, waar hij een WR voor tweejarige hengsten (1.13,5) zou vestigen. Opvallend genoeg zou de merrie-afdeling eveneens door een Baltic Speed-product gewonnen worden. Peace Corps vestigde met 1.12,8 het algehele WR, maar dit terzijde. Met de cijfers van 7 starts: 4-1-0 en $ 225.724 werd Valley Victory verkozen tot 2 Year Old Trotting Colt of the Year.

Als driejarige was Valley Victory vele maten te groot voor zijn generatiegenoten. Vaste stuurman Bill "The Magic Man" O'Donnell zou hier later op terugkijken: "Hij was zoveel beter dan de rest; het maakte in de koers niet uit wat je deed of welke positie je innam. Hij had zo ongelooflijk veel speed dat hij zijn tegenstanders inhaalde alsof ze stilstonden."
Valley Victory won zijn eerste zeven starts op rij, waaronder zeges in de New Jersey Sire Stakes op the Meadowlands (1.11,8) en de Yonkers Trot. Letterlijk aan de vooravond van de Hambletonian werd de stal van Steve Elliott getroffen door een virale infectie, waar ook de gedoodverfde Hambo-favoriet ten prooi aan viel. Het zou het einde van zijn koerscarrière betekenen. Dc Hambletonian eindigde nu in een unieke dead-heat tussen Probe en Park Avenue Joe, maar zover zou het naar alle waarschijnlijkheid nooit zijn gekomen indien Valley Victory gezond was geweest. Het had weinig gescheeld of Valley Victory was verkocht naar Zweden, ware het niet dat een syndicaat (onder regie van Tony Pedone en George Segal) eigenaresse Traub een aanbod deed dat ze niet kon weigeren. Hij zou in 1990 ter dekking worden gesteld op de Southwind Farms te New Jersey.

Boven: Valley Victory in de koers.

Boven: Valley Victory in de koers.
(foto: Monica Thors)


De beste dekhengst ooit?
De verwachtingen waren in feite direct hooggespannen aangaande zijn fokprestaties. Dit had mede te maken met zijn "forward bred"-afstamming; via korte generatie-intervallen was hij 10 generaties verwijderd van zijn voorvader Peter the Great. Vergelijk dit met een generatiegenoot als de Super Bowl-zoon Supergill, die slechts 6 generaties van de stamvader verwijderd was. De theorie achter het "forward bred"-idee (let wel: theorie!!) luidt dat door middel van korte generatie-intervallen de evolutie gemanipuleerd wordt, waardoor je een draver met meer speed dan generatiegenoten als die van de Super Bowl-lijn zou creëren. Toeval of niet, maar de praktijk onderschrijft deze theorie. De eerste jaargang van Valley Victory (133 dekkingen; 84 producten) kwam in 1993 in de baan en overtrof daarbij ieders verwachtingen. De tweejarigen-lichting draafde een kleine $ 1,7 miljoen bijeen, waarmee de Baltic Speed-zoon het leidende vaderpaard der tweejarigen werd; zijn eerste titel.

In 1994 had hij (nog steeds met diezelfde eerste jaargang) met Victory Dream direct zijn eerste Hambo-winnaar, waarbij een aantekening dat hij vijf van de tien finalisten bracht. Zijn dochter Armbro Monarch won dezelfde dag de Harnbletonian Oaks, terwijl Bullville Victory (1e in heat Hambo) later dat jaar dc Kentucky Futurity zou winnen. Bij de tweejarigen was zijn zoon Donerail (15 starts, 13 zeges) de onbetwiste kampioen. Valley Victory werd hiermee de kampioen in alle categorieën: de Juvenile List, 2 YO, 3 YO en all ages. In volgende jaren werd de fertiliteit van de nieuwe wonderhengst echter steeds slechter; nooit zou hij meer een jaargang van 84 producten brengen. Aanvankelijk bleef hij nog wel recordbrekend. Uit zijn eerste vijf jaargangen kwamen drie Hambo-winnaars: Victory Dream ('94), Continentalvictory ('96) en Muscles Yankee ('98). In 1996 werd hij het eerste vaderpaard met drie 1:53-dravers (1.10,2 of sneller) in een seizoen. Hij werd nog Juvenile Champion in '95, '96 en '98 en werd 2e in het all ages-klassement van diezelfde jaren (achter Balanced Image, die vooral scoorde met oudere dravers en veel grotere aantallen). Let wel; de jaargang van Muscles Yankee bestond uit slechts 42 van zijn producten.

De fertiliteit van Valley Victory nam in een razend tempo af. In 2001 bestond zijn jaargang slechts uit 11 producten, in volgende jaren zou hij per jaargang minder dan een handvol nazaten brengen. Uiteindelijk bracht hij in Amerika slechts 484 producten (359 starters), die de lieve som van $ 35.089.535 bijeen draafden. Dit komt neer op een gemiddelde van $ 73.152 per product of $ 104.720 per starter. Als Broodmare Sire (met 188 merries) scoorde Valley Victory tot op heden $ 57.339.151. Of hij werkelijk de beste ooit was zal altijd een punt van discussie blijven. Diverse tijdperken laten zich slecht met elkaar vergelijken, al was het alleen al vanwege het verschil in prijzengeld door de generaties ooit. Wanneer je echter kijkt naar de verhouding tussen het aantal producten en het aantal klassieke winnaars, dan liegen de cijfers er niet om. Dan is Valley Victory onaantastbaar. Als vaderpaard scoort hij een ratio van 0.204, op respectabele afstand gevolgd door resp. Volomite (0.114), Speedy Crown (0.110), Star's Pride (0.102), Peter Volo (0.083) en Guy Axvvorthy (0.074). Als Broodmare Sire laat hij met een ratio van 0.185 achtereenvolgend Speedy Crown (0.171), Guy Axworthy (0.138), volomite (0.104), Star's Pride (0.103) en Peter Volo (0.084) wederom achter zich.

Los van het cijferwerk heeft Valley Victory een onuitwisbare indruk achtergelaten. Puur vanwege het feit dat hij aan de basis staat van een nieuw type draver, de in Amerika zo fraai genoemde "Push-button horses". Een kleiner en meer fijngelijnd type, met een flegmatiek karakter en vloeiende ruime gangen en een ongekende dosis speed. Er is echter ook een punt van kritiek dat niet onderbelicht mag blijven: veel van zijn producten kenden geen langdurige carrière i.v.m. blessuregevoeligheid. Sommigen wijzen in dat kader naar de inteelt-factor (hij was erg succesvol via de kruising met zijn overgrootvader Speedy Crown, waarover later meer), anderen wijten deze "soundness problems" aan het feit van de hoge snelheden (en de daarbij hogere belasting). Hoe dan ook: zijn producten kenden een gemiddelde koerscarrière van slechts 21 starts.

Moeder's vader (later toegevoegd)
Zijn dochters brachten o.a. Giant Diablo, Chocolatier, Chip Chip Hooray, Make it Happen, Pablo As en Wishing Stone.

Boven: Valley Victory op Southwind Farms.
(foto: Monica Thors)

De Valley Victory-factor
Dat brengt ons bij de situatie van vandaag de dag. Bij de huidige generatietoppers uit de Verenigde Staten (in Canada geldt dit minder) valt het al een tijdje niet mee om dravers aan te wijzen die nog gevrijwaard zijn van Valley Victory-bloed. De afgelopcn jaren begint er echter steeds meer een situatie te ontstaan dat succesvolle dravers zijn teruggefokt op VV, hetzij via inteelt (inbreeding) of lijnteelt (linebreeding). Dit is geen kwestie van hoge aantallen, zoals u in het vorige alinea heeft kunnen lezen; het tegendeel is juist waar. Fokkers en kopers zijn juist heel gericht op zoek naar deze bloedlijn. In dat kader is het van belang om je te realiseren dat men in Amerika al sinds het begin van de 20e eeuw (toen het draverras al enigszins gevormd was), maar zeker sinds het begin van het modeme tijdperk (begin jaren '80) heel gericht aan linebreeding doet, om vervolgens weer te kiezen voor outcross etc. Zo waren de leidende vaderpaarden uit hun respectievelijke tijdperk vrijwel allemaal gefokt. Van Guy Axworthy (1902; 4 + 3 George Wilkes, 4 + 3 op de merrie Lady Bunker) tot Star's Pride (1947; 4 + 4 Peter the Great, 4 + 3 San Francisco) en van Speedy Crown (1968; 4 + 4 Scotland) en Super Bowl (1969; 3 + 3 Volomite) tot Valley Victory (4 + 4 Star's Pride).
Waar inteelt volgens de formule 4 + 2 (of omgekeerd) eerder niet bepaald succesvol was, daar kwam met de intrede van Valley Victory (succesvol via 4 + 2 op Speedy Crown) verandering in. En nu zien we hetzelfde gebeuren met de VV-lijn, waar een zelfs nog nauwere vorm van inteelt (2 + 3) succesvol blijkt. Tegelijkertijd lijkt de dominantie van Valley Victory-zonen minder te worden, afgaand op de statistieken van 2011. Het zijn nu juist de hengsten uit de eerder bijna uitgestorven Victory Song-lijn (de Hall-broers en hun zoons) die de boventoon voeren. En met uitzondering van Cantab Hall hebben VV zoons als Muscles Yankee, Yankee Glide, Donerail en Lindy Lane nog altijd geen `successor' gebracht van de VV-vaderlijn. Dat roept vragen op. Is er in Amerika een nieuw type draver aan het ontstaan? Wordt het inteeltgehalte niet gevaarlijk hoog? Hangt het succes van de Hall-broers samen met de VV dominantie? En tenslotte: gaat de Valley Victory-vaderlijn wel overleven? We beginnen met de visie van Dean Hoffman.

Dean Hoffman
"Ik loop te lang mee om nog de illusie te hebben dat ik de toekomst van het ras kan voorspellen. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat Garland Lobell zo invloedrijk zou worden? In mijn begindagen van de sport, de jaren '60, was Star's Pride het dominante vaderpaard. In Europa doet zijn vaderlijn het fantastisch, ik denk daarbij vooral aan Viking Kronos. In Amerika heb je eigenlijk alleen nog Credit Winner. Maar goed; Star's Pride werd vcrvolgens erg succesvol als Broodmare Sire i.c.m. Speedy Crown. Maar wat is er van al die hengsten via die kruising terecht gekomen? De lijn Speedy Crown-Speedy Somolli-Baltic Speed-Valley Victory is overgebleven. De Valley Victory-lijn is een tijdlang dominant geweest, maar nu heb je "the Band of Brothers" (Andover, Angus en Conway Hall, red.) die domineert aan vaderszijde. Natuurlijk met dank aan de VV-lijn aan moederszijde. Waar dit allemaal toe gaat leiden weet ik niet, maar één ding is zeker: we fokken een meer natuurlijke, atletische en snellere draver dan ooit tevoren, daarbij een zeer nauwe genenpool gebruikend. Ik begrijp degenen die zich zorgen maken over genetische diversiteit ook niet zo goed als ik naar de huidige topatleten kijk. Je zou met meer outcrossbloed kunnen gaan werken, maar ik ben bang dat het alleen een stap terug zal zijn i.p.v. vooruit. Ik ken in dat kader een prominente fokker die dit jaar een uitstekende fokmerrie naar Sierra Kosmos brengt in de hoop om de Axworthy-lijn in leven te houden. En zal de Star's Pride-lijn nog een opleving krijgen? Onthoud: er is maar één buitengewone hengst nodig om de richting van het ras te bepalen. Maar wie die hengst is? Wie het weet mag het zeggen".

Stig H Johansson, al decennialang succesvol met Amerikaanse imports, is wat meer uitgesproken als het gaat om het intelen op Valley Victory: "Ik ben juist op zoek naar dergelijke paarden. Zoals ik in een ver verleden succesvol ben geweest met producten met Tibur aan moederszijde, zo hebben Truly Devoted en vooral Formula One (beiden 2 + 3 Valley Victory, red.) het afgelopen seizoen erg goed gepresteerd voor me. Dergelijke dravers zijn altijd welkom."

Johan Helander kijkt er iets anders tegenaan: "Met het terugfokken op Valley Victory houden wij ons niet bezig. Liever kijken we naar het type merrie en de hengst die erbij past. Wel zijn we op zoek naar merries van VV, of uit zijn lijn. Die hebben ook in Zweden een enorme meermaarde, maar ze zijn schaars. We zijn namelijk geïnteresseerd in het wat grotere slag merries, het typerende kleinere VV-soort is voor Europa naar mijns inziens minder interessant."

Travronden
De mannen van de "Travronden"-redactie zijn het over veel zaken eens. Ola Lerna: "Of ik nu echt een `niewv type draver' heb gezien via het terugfokken op VV weet ik zo net nog niet, maar de resultaten zijn zonder meer erg goed. Ik denk wel dat hengsten als Donato Hanover, de Hall-broers, Credit Winner en zelfs Pine Chip en SJ's Photo hun succes voor een deel, of misschien wel voor een groot deel te danken hebben aan VV-merries. Waarschijnlijk lijken die hengsten nu beter dan ze daadwerkelijk zijn als vadepaard." Dahlgren vult aan: "Vergeet niet: de beste Europese driejarige van afgelopen jaar, Brad De Veluwe, voert de cross Andover Hall x de Valley Victory-lijn. Het succes van de Hall-broers, Kadabra en noem ze maar op, berust voor een groot deel op hun outcrossgehalte t.o.v. de Valley Victory-merries. Of ze nu talrijk zijn of niet, VV-merries zijn hun gewicht in goud waard, ook voor de Europese fokkerij. Waarom de vaderlijn van Valley Victory nog niet echt een successor heeft is geen eenvoudig vraagstuk, maar volgens mij zou dat best met het inteelt-coefficiënt te maken kunnen hebben. Kijk naar Muscle Massive, die heeft een inteeltgehalte van bijna 20 %! Gevaarlijk hoog, als je het mij vraagt"
Over het voortbestaan van de vaderlijn maken beiden zich geen zorgen. "Muscle Hill!!" roepen ze in koor. Lerna: "De twee besten van Muscles Yankee krijg je nog. "Te beginnen met Deweycheatumnhowe, al is hij net als zijn vader wat aan de zware en grove kant. Maar ik weet zeker dat Muscle Hill met afstand de beste draver is die ik ooit `live' gezien heb. Een push-button paard, flegmatiek, en wat een gangen! Qua exterieur heeft hij wat gebreken, maar als hij geen topdekhengst wordt dan hou ik voor altijd op met speculeren!"

John Bootsman:
Ook John Bootsman gelooft om dezelfde reden in het voortzetten van de Valley Victory-vaderlijn: "Muscle Hill wordt een topdekhengst, dat kan niet anders! Ik heb zelf drie of vier van zijn jaarlingen; in totaal heb ik er zo'n vijftig gezien. Ze zijn zo flegmatiek en zo goed gebouwd; daar zitten gegarandeerd toppers tussen!" De inteelt op VV zegt hem minder: "Trainers zijn vaak kortzichtig; ze hebben ergens succes mee, en gaan vervolgens op zoek naar meer van hetzelfde. Maar je moet niet theoretisch aan bloedlijnen en inteelt denken, als fokker moet je het ideale paard creëren qua mentale en fysieke eigenschappen. Je moet dus naar het individu kijken en dat zo goed mogelijk combineren. Die nauwe inteelt op VV, zoals bijvoorbeeld bij Muscle Massive, daar geloof ik niet in als Boko Stables Sweden zijnde (en dus Europees, in Amerika heb je toch meer het flyer-type). Bovendien zegt het mij meer over de kruising Muscles Yankee x Pine Chip. En de kwaliteit van de moederlijn speelt natuurlijk ook mee. Waar ik wel in geloof is de kruising tussen Viking Kronos en Valley Victory, dit is vergelijkbaar met Super Bowl en Speedy Crown indertijd. Zoals ook Star's Pride en Hoot Mon elkaar nodig hadden."

Wat de toekomst zal brengen?
Het is aan u om een oordeel te vellen. En Bootsman stipte een belangrijk punt aan: ook de kwaliteit van moederlijnen is natuurlijk van groot belang in het succesvol fokken van dravers. Maar één ding is zeker: de invloed van Valley Victory op de internationale fokkerij zal zich nog tot in lengte van jaren laten gelden! In een van de komende nummers kunt u nog een aanvullend schrijven verwachten over deze materie. Aan de hand van diverse tabellen en overzichten wordt dan de ontwikkeling van het Amerikaanse ras, en de huidige dominantie van Valley Victory, beeldend weergegeven. Zelfs het aantal pagina's in een Breeders Special is eindig.....

(Naschrift webmaster: Na dit artikel uit 2012 werd het grote belang van Muscle Hill pas duidelijk. Hij stamt via Muscles Yankee af van Valley Victory)

Boven: Valley Victory's pasfoto.
(foto: Monica Thors)


Voor een artikel over Peter the Great en de (onbelangrijke) rol van de vaderlijnen: click HIER

Voor een artikel over De waarde van vaderlijnen en moederlijnen: click HIER

Voor een artikel over Inteelt in de draverfokkerij : click HIER

Voor een Fokkersoog over Speedy Crown: click HIER

Voor een Fokkersoog over Muscle Hill: click HIER

terug naar de artikelen

terug naar overzicht Fokkersogen

terug naar het Nieuws